De nieuwe samenleving van topbankier Wijffels

In de financiële sector is een macht ontstaan die maatschappelijk niet gewenst is, vindt Herman Wijffels, CDA-ideoloog en topbankier. Gesprek met de architect van de "zorgzame samenleving'. Over geloof in politiek en het concept van een nieuwe wereld.

Er valt een stilte. Hij vouwt de handen. Herman Wijffels, voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank Nederland, zegt gedecideerd: “Bijna alles wat in de samenleving gebeurt, wordt vertaald naar geld. Financiële gekte. Als er een staatshoofd aftreedt, verschijnt zo'n goed ogende jongeman van een of ander effectenkantoor op de televisie die uitlegt wat dit voor de beurs betekent. Ik zet daar vraagtekens bij. Er zijn invalshoeken met meer relevantie.

“Neem nou het debat in Duitsland, over de rol van de Bundesbank, de rente, Maastricht. De mark is toch de ziel van de Duitsers geworden, hè? Dat bedoel ik niet eens in diskwalificerende zin, maar de trots over de terugkeer van Duitsland in de rij van gerespecteerde naties, vooral bereikt door economisch succes, vindt zijn neerslag in de mark. Die munt heeft psychologisch een enorme symboolwaarde. Dat is ook een uiting van de geldmaatschappij.

“Besluitvorming verschuift steeds meer van het politieke centrum naar de financiële wereld. In de financiële sector is in sommige opzichten een macht ontstaan die maatschappelijk niet gewenst is. Zie de onrust naar aanleiding van de recente valutacrisis in het Europees Monetair Stelsel. Je kunt je afvragen of dat in het belang van de mensen is. Ik vind dat de financiële sector er is om bedrijven te dienen.

“Als ik naar Wall Street kijk en ik zie dat de koersen op de beurs stijgen als de werkloosheid toeneemt, dan denk ik: er zit een kink in het bestel. In wezen wordt er gespeeld met reële economische belangen, met banen en met welvaart. Dat vind ik zorgwekkend. Speculatie moet aan banden worden gelegd of worden afgestraft. De politiek heeft er nu geen greep op. Ik ben helemaal niet zo'n regelneef, maar het is een kwestie van ethiek om op dat punt orde in de financiële wereld te scheppen.”

Drs. H.H.F. Wijffels, met vijftig jaar Nederlands jongste topbankier, staat nu zes jaar aan het hoofd van de Rabo; een coöperatieve bank met veertigduizend werknemers en een balanstotaal van ruim tweehonderd miljard gulden. Wijffels is een denker. Hij heeft zoveel ideeën dat hij als de intellectuele denktank van zijn partij, het CDA, te boek staat. Hij werkte mee aan toonaangevende CDA-rapporten zoals Werkloosheid en de crisis in onze samenleving en Van verzorgingsstaat naar verzorgingsmaatschappij. Hij bedacht het CDA-motto van de "zorgzame samenleving' waarin de verantwoordelijke burger een aantal taken van de overheid voor eigen rekening neemt. Was voorzitter van het wetenschappelijk instituut van de partij en is actief in verschillende studiegroepen van het CDA die denken over de modernisering van het "model-Nederland'.

Hij vindt dat de mens een opdracht heeft, een roeping. Zijn opdracht? “Tsja, roeping is onze manier van zeggen. Ik zie het heel simpel: een bijdrage leveren aan het functioneren van de samenleving naar je mogelijkheden, een politiek bewust burger zijn. Je maatschappelijk nuttig maken. Ik zit ook niet toevallig bij deze bank. Het dienen van de reële economie is een beginsel dat mij aanspreekt. Sommigen kijken daar vreemd tegenaan.”

Hij lacht. “Toen ik in 1981 naar de bankwereld vertrok - ik was daarvoor nog secretaris van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond - vonden sommigen dat ik naar een semi-crimineel circuit overstapte.”

Hij verandert van toon. Aarzelend, alsof hij een geheim prijsgeeft: “Er zijn mensen die vinden dat je, als je economische verantwoordelijkheid draagt, je niet zou mogen bemoeien met maatschappelijke ontwikkelingen. Maar als burger van dit land heb ik allerlei opvattingen.”

Pag 17: "Nederland moet op zoek gaan naar zijn kern'; "De maatschappij is van een pyramide in een arena veranderd'; Onvermoeibaar werken aan het concept van een nieuwe wereld

Dolende zielen beginnen het vertrouwen in de politiek te verliezen, maar Wijffels werkt onvermoeibaar aan het concept van een nieuwe wereld. “Ik geloof wel degelijk in sturing door de politiek. Zonder enige vorm van leiding, wordt de democratie een rotzooitje.”

Een van de kerntaken van politieke partijen is het ontwikkelen van ideeën, vindt hij, het stellen van een daad, het trekken van een streep in het zand - zoals president Bush zei toen hij Irak de oorlog verklaarde. In de vele lezingen die Wijffels in het land houdt, poneert hij zijn gedachtengoed: over de relatie tussen politieke democratie en economische vrijheid (“dat is met de ineenstorting van het communisme wel aangetoond”) en over bedrijfsethiek die een tegenwicht kan bieden tegen een eenzijdig winststreven.

Hij is een nuchtere Zeeuw, zoon van een boer uit IJzendijke. Hij heeft nog meegewerkt op het land, maar ging uiteindelijk toch liever economie studeren in Tilburg. Een gereformeerde katholiek wordt hij genoemd. “Er zijn uit de reformatorische hoek lieden die mij zo noemen omdat ik een katholiek ben met wie ze uit de voeten kunnen. Ze vergelijken mij dan met anderen met wie dat volgens hen niet zo is. Die noemen zij dan echte katholieken”, zegt hij laconiek.

Is hij een actieve katholiek? “Jazeker.” Hoog bovenin het glazen bankgebouw in Utrecht, draait hij op zijn stoel. Ontwijkend. Over persoonlijke dingen praat hij niet graag. “Elke godsdienst is een filosofie over het leven. Ik zie het meer als een traditie waarin je bent opgegroeid, een gedachtengoed waaraan je bepaalde denkbeelden ontleent. Bij ons heeft de mens de opdracht de schepping te bewerken en te bewaren.”

De geesteshouding in Nederland moet veranderen, schreef de Rabo-bankier begin jaren tachtig. In een lezing voor het christelijk sociaal congres vorig jaar brak hij een lans voor de sociale markteconomie. Komt de zorgzame samenleving dichterbij?

“In de loop van de jaren tachtig werd duidelijk dat het concept van de verzorgingsstaat op zijn eind liep. Het was ingehaald door zijn eigen kinderen. Dat was op zichzelf positief. Alleen, de houding van een hele grote groep mensen ten aanzien van het sociale stelsel bleef bestaan. Zij hadden het systeem opgebouwd en bleven dat door dik en dun verdedigen. Die geesteshouding bracht ons tot het ontwikkelen van de "zorgzame samenleving' waarin de overheid wordt teruggedrongen en burgers zelf meer verantwoordelijkheid gaan dragen voor bepaalde voorzieningen. De ideeën van de zorgzame samenleving sloten aan bij een gevoelswereld.

“In feite maken we een crisis van de maatschappelijke instituties mee, de politiek is ook zo'n institutie. Ik beleef de huidige fase waarin de westerse samenleving zich bevindt als een echte overgangsperiode naar een nieuwe wereld met nieuwe verhoudingen. De belangrijkste ordeningsbeginselen van de naoorlogse periode zijn aan het eind van hun levensduur gekomen. Allerlei instellingen in de overleg-economie met emanciperende doelstellingen hebben hun tijd gehad. We zijn aan het eind van een maatschappelijk ontwikkelingsproces, aan het eind van de lange Kondratieff-golf (genoemd naar een Russisch econoom, red.) van de emancipatie.

“Keynes en Beveridge legden de basis van de verzorgingsstaat. De invloed die deze Britse econoom en liberale politicus hadden was enorm. Na de oorlog dreven overheden op hun ideeën, namen het voortouw bij economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat heeft tot grote vooruitgang geleid. Mensen zijn beter opgeleid, zelfstandiger, mondiger, maken hun eigen keuzes. Anderen zijn er kritischer over, zeggen dat de individualisering desintegratie heeft veroorzaakt. Toch vind ik democratisering en emancipatie de grote revenuen van deze ontwikkeling.

“Dat is gebeurd met behulp van allerlei organisaties die bij de overleg-economie horen. Maar nu heeft elke organisatie problemen met de achterban. Ze hebben niet meer die bindende werking. Dat merk ik ook in de wereld waarin ik opereer. De coöperaties bundelden vroeger mensen op de noemer van: wij horen bij elkaar en staan samen voor een zaak, een gezamenlijk belang. Nu wordt er individueel gecalculeerd, ieder kijkt naar zijn eigen voordeel.

“Je mag niet meer verwachten dat als elites van de overleginstellingen - vakbonden, werkgeversorganisaties, de Sociaal Economische Raad - met elkaar compromissen sluiten, die voetstoots door hun achterban worden aanvaard. Het waren paternalistische structuren. Die zijn achterhaald. Ik zeg niet: schaf deze organisaties die bij de overleg-economie horen meteen af. We moeten er eerst iets voor in de plaats stellen.

“In veel westerse landen is sprake van afnemende burgerschapszin, niet alleen in Nederland. Men wil niet meer luisteren naar wat van hogerhand wordt opgelegd, of het nu de kerk is, de politiek, de vakbond, of de bedrijfsleiding. Allerlei instituties sluiten niet meer aan bij de sociaal-culturele werkelijkheid.

“In Nederland hebben we nog steeds een beschermend en beschuttend sociaal-economisch systeem dat mensen passief maakt. Het past niet meer bij een geëmancipeerde bevolking in een snel veranderende economische en internationale wereld.

“De huidige situatie heeft veel weg van een kenterend tij. Ik ben met de zee opgegroeid en als je daar naar staat te kijken - en dat heb ik vaak als jongen in de haven van Vlissingen mogen doen - dan zie je dat het water alle kanten oploopt. Er is geen hoofdstroom; het water dwarrelt alle kanten op. In zo'n situatie bevinden we ons momenteel. Iedereen die leiding moet geven, drijft op die woelingen en heeft zijn handen vol om drijvende te blijven. Laat staan dat je zegt: van hier gaan we daarheen en dat doen we zo. Iedereen is zoekende. Ook politici zijn aan dit fenomeen onderhevig. Kun je dan spreken van een absoluut tekort schieten van de politiek? Niet echt.”

Schiet de politiek niet te kort in het ontwikkelen van toekomstvisie? In het CDA klinken nieuwe ideeën over de herinrichting van Nederland nauwelijks door, de PvdA is nog bezig met zelfonderzoek, alleen Bolkestein laat van zich horen.

“Bolkestein doet wat de oppositie moet doen. Hij gebruikt de luwte waarin de oppositie verkeert omdat ze zich niet dagelijks staande hoeft te houden in de verwarrende bestuurlijke werkelijkheid, om fundamentele kwesties ter discussie te brengen. Zodra de VVD weer in het regeerpluche zit, zie ik niet dat al die plannen in beleid worden omgezet. Maar het initiatief in het debat is daar terecht gekomen. Er ligt nog een veld braak voor de andere partijen.

“Vroeger waren politieke partijen, vakbonden, de overheid trendsetters in de maatschappij. Maar de maatschappij is veranderd van een pyramide in een arena. Er is niet meer een instantie die een eindoordeel velt en zegt, nu hebben we iedereen gehoord: zo doen we het. Normen worden niet meer door elites geformuleerd, maar komen tot stand via het publieke debat. De tijd dat binnenskamers zaken werden gedaan is voorbij. In de informatiemaatschappij zullen "kritische volgers' van gevestigde belangen als pers, consumentenorganisaties en single-issue-actiegroepen een grotere rol spelen.”

Betekent dat een veramerikanisering van onze samenleving? Meer particulier initiatief, alleen nog organisaties die voor één belang opkomen?

“Ik kom er steeds meer achter dat Amerika in een aantal dingen achterloopt. We hebben lang in de illusie geleefd - ik ook - dat de Verenigde Staten voorop liep. Maar het type laissez-faire-achtig gedrag dat daar overheerst zou ik niet graag overgeplant zien naar Europa.

“Neem misschien wel het allerbelangrijkste probleem waar de mensheid mee zit: het milieu. De samenleving staat voor de opdracht een nieuw ecologisch ontwerp te maken voor de komende dertig jaar. We hebben bij voorbeeld de agrarische produktie opgevoerd, helemaal volgens maatschappelijke doelstellingen. Maar dat gaat gepaard met een heleboel chemie, kunstmest en diergeneesmiddelen die het milieu schade berokkenen. Dat zal aanzienlijk moeten worden teruggedrongen.”

Zo krijgt u niet meer boeren als klant.

“Daar zijn we ook niet voor. De Rabobank is er niet voor om het landbouwbeleid te veranderen. Dat moet de overheid doen. Wij richten ons op het financieren van investeringen die nodig zijn om aangepaste produktie mogelijk te maken.”

Een nieuwe groeimarkt?

“Mensen zeggen: die bank wil zoveel mogelijk geld verdienen en zo hard mogelijk groeien. Maar ons doel is niet kredieten maximaal op te voeren. Wij zijn er om de agrarische beroepsbevolking en andere ondernemers van financiering te voorzien zodat ze een bedrijf kunnen ontwikkelen. Het is ook onze taak ondernemingen in staat te stellen zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden en innerlijke overtuiging. Dat laatste is een wezenlijk onderdeel van de overgang naar een nieuwe samenleving. Op basis van opgelegde normen lukt dat nooit.

“Zelf ben ik ervan overtuigd dat economische groei en de ontwikkeling naar een houdbare samenleving combineerbaar zijn. De economie van het genoeg biedt geen oplossing want het predikt een statisch maatschappijbeeld. Het moet mogelijk zijn energie-intensieve produktie terug te dringen. Bij het begin van het proces kan met andere grondstoffen worden gewerkt waar je beter mee uit de voeten kunt dan aan het eind van het produktieproces. En bedrijven moeten worden gedwongen bestaande vervuilende technieken in te ruilen voor nieuwe. En daar is ook wetgeving nodig. In een sociale markteconomie verdwijnt de overheid ook niet helemaal uit beeld, maar er moeten veel meer één-tweetjes komen tussen overheid en bedrijven. Er kan meer decentraal geregeld worden, maar iemand als minister Alders die steeds roept dat het zo niet langer kan, heb je er ook wel bij nodig.”

U bent heel optimistisch over de eigen verantwoordelijkheid van mensen.

“Ik schets een situatie vanuit een zekere ideële benadering, hoe het bij voorkeur zou moeten lopen.”

Het kan ook tot pessimisme stemmen. Sommigen vrezen een terugval naar meer paternalistische systemen.

“Als de doorbraak naar meer eigen en op innerlijke overtuiging berustende verantwoordelijkheid niet gebeurt, komen we in anarchie terecht en is een terugval in meer dirigistische modellen ook niet ondenkbaar. Zo'n overgangssituatie waarin we nu zitten, gaat niet automatisch in de goede richting.”

Wijffels vindt het een van de kerntaken van politieke partijen om plannen te onwikkelen voor de herinrichting van Nederland, nieuwe maatschappelijke instellingen te bedenken, te creëren en te beheren. Hij heeft daarover met het wetenschappelijk instituut van "zijn club' onlangs nog gesproken.

“De problemen hebben geen nationaal karakter meer. De nationale staat was bij uitstek het vehikel dat de emanciperende instituties heeft vormgegeven. Nu is ook de rol van de natie-staat deels uitgespeeld. De problemen zijn internationaal van aard, dat geldt voor het milieu, het wereldhandelssysteem, de internationale arbeidsverdeling, het vluchtelingenprobleem, monetaire zaken. Wat is een nationaal leger nog?

“Nogal wat mensen vinden deze overgang van een statelijke naar een internationaler orde bedreigend. Het betekent verlies van identiteit, van geborgenheid. Wat is de plaats van Nederland in die wereld? Dat is een wezenlijke vraag en er is eigenlijk nog nauwelijks het begin van een antwoord. De twee ankers van de Nederlandse buitenlandse politiek zijn losgeslagen. We streefden naar een federaal Europa en wilden tegelijkertijd ingebed zijn in een Atlantische samenwerking. Het federale concept kun je gewoon vergeten en het veiligheidsconcept van Atlanticisme was gericht tegen een vijand die er niet meer is.

“Nederland moet op zoek gaan naar zijn kern. Daar hebben we in het bedrijfsleven ervaring mee. Als je op jezelf wordt teruggeworpen, moet je zoeken naar je core business. Wat is de kern van Nederland? Sinds de zeventiende eeuw zijn we sterk geworden met intermediëren, bemiddelen tussen verschillende delen van de wereld. Daar zijn we specialist in.”

En wat vinden we van de Nederlandse identiteit van onze industrieën, vraagt Wijffels zich hardop af. “Het debat hierover naar aanleiding van de verkoop van Fokker gaat eerder over het uitwisselen van emoties. De nationalistische reflex is begrijpelijk, maar een buitengewoon slecht richtsnoer om operationale beslissingen te nemen. Het voortbestaan van Fokker hangt af van het succes van het kenniscomplex achter Fokker, niet van subsidies van overheden. Mijn stelling is: als het kenniscomplex sterk genoeg is, zal dat niet worden afgebroken. Het zou bedrijfseconomisch verkeerd zijn wanneer de Duitsers dan zouden zeggen: we brengen Fokker Amsterdam over naar München.

“We zullen nuchter moeten bekijken of bepaalde onderdelen van de economie zelfstandig levensvatbaar zijn of dat aansluiting bij grote Europese conglomeraten wenselijk is.”

Wijffels vindt dat Nederland zijn bemiddelaarsrol moet versterken. “Wij kunnen een uitstekende plek bieden aan lieden uit Amerika en Azië die het continent willen bedienen. Maar dan moeten we niet spastisch doen als er een echte Europese component bijkomt en ook Duitsers en Fransen hier wezenlijke economische belangen krijgen.

“De toekomst van Nederland ligt in verdere internationalisatie. Mensen, we verdienen de kost over de grens, zeg ik altijd. Het grootste deel van ons nationaal inkomen komt uit het buitenland. Nederland moet investeren in de software in de hoofden van zijn burgers, in vaardigheden om te gaan met verschillende culturen”, vindt Wijffels. Het klinkt als de Amerikaanse Harvard-econoom Robert Reich - een van de denkers achter de Democratische presidentskandidaat Bill Clinton - die stelt dat naties in een internationale wereld uitsluitend nog moeten investeren in de kennis van haar bevolking.

“Ik maak me ook niet zo'n zorgen om de Europese integratie, die gaat volop door”, zegt Wijffels. “Deze integratie wordt niet bepaald door de politiek als voorhoede, maar door de economische ontwikkelingen”, stelt de Rabo-topman. “In die zin volg ik de marxistische analyse. De politieke bovenstructuur volgt de economische basis. Dat stelt eisen aan overheden om geschikte kaders te scheppen voor vooruitgang. Juist op dit terrein schiet de politiek te kort en is niet in staat de macht en ongebreidelde speculatiezucht van de financiële markten aan banden te leggen.”

Wat te doen? Wijffels pleit voor een publiek debat tussen politici, ondernemers en belangenorganisaties om te definiëren wat er moet gebeuren, over de plaats van Nederland in de nieuwe wereld.

Heeft de Rabo-bankier soms politieke ambities?

“O nee, ik ben veel te zakelijk en te rechtlijnig. Als ik zie hoe het in de politiek gaat: ik zou er van desintegreren. Je moet toch bereid zijn zover van je eigen opvattingen af te wijken, dat je amper nog weet wat je zelf bedacht hebt. Zij kunnen het beter dan ik. Als ik gewoon nuchter naar mezelf kijk, zeg ik: deze man is geen politicus.”