DE HARTSTOCHT VAN EEN OUDE AMERIKANIST

De mythe van het Westen. Amerika als het laatste wereldrijk door J.W. Schulte Nordholt 294 blz., Meulenhoff 1992, f 45,- ISBN 90 290 29129

Amerika worstelt met zijn neergang. Dat is niet nieuw, want dat deed het ook al tweehonderd jaar geleden. Bestseller toen was in de jonge republiek het geschiedverhaal waarin beschreven werd hoe en waarom ten slotte het Romeinse Rijk te gronde was gegaan, The Decline and Fall of the Roman Empire van Edward Gibbon. De Verenigde Staten zagen zichzelf graag als de opvolger van dat Romeinse Rijk. De architectuur van Washington en van de parlementsgebouwen in de meeste Amerikaanse staten legt er nog getuigenis van af. Zou Amerika aan het noodlot van de kringloop tussen opkomst en verval kunnen ontsnappen en zo ja, waarom en hoe? Op die vragen werd een antwoord gezocht, bijvoorbeeld in de studie van Gibbon.

Dichters, denkers en dominees - vooral dominees - hebben zich in meeslepende en pathetische teksten over het vraagstuk uitgelaten. Zij hebben zich aan Amerika vastgeklampt als het politieke en filosofische bolwerk tegen het vervallen Europa, als het experiment van Verlichtingsideaal, als de pastorale van de vrije natuurmens, als het Beloofde Land, God's Own Country. Maar ondanks alle meningsverschillen en ruzies over Amerika waren vriend en vijand het er altijd over eens dat Amerika niet zomaar een land was. Het was niet zomaar uniek zoals zoveel landen uniek zijn - nee, Amerika ontleende zijn bestaansrecht enkel en alleen aan een ideëel concept. Dat concept was door Thomas Jefferson kort en krachtig in de grondwet opgeschreven en behelsde vrijheid, gerechtigheid en ""the pursuit of happiness'. Wie dat concept ver-innerlijkte was Amerikaan en op papier kon elke Fransman, elke Duitser, elke Brit, elke Pool, elke Ier dus Amerikaan worden, terwijl dat omgekeerd niet het geval was. Amerika werd, op papier althans, de eerste en enige universele natie.

Het Amerika-concept werd gevoed door een krachtige mythe. Het woord "mythe' moet dan niet worden opgevat als verzinsel, maar als een oud verhaal om het geheim van de werkelijkheid te vertellen. Mythen hebben een onmisbare functie als het gaat om de bronnen van gemeenschapszin, van plichtsbesef, van collectiviteit, van natiebesef. Over die mythe van Amerika heeft de amerikanist prof. dr. J.W. Schulte Nordholt een meeslepend boek geschreven, De Mythe van het Westen. Het boek verraadt de sporen van een lang gekoesterde hartstocht voor dit specifieke onderwerp. Van heinde en verre, maar vooral uit de theologie en de bellettrie sleept de auteur het materiaal aan om de Mythe van Amerika in kaart te brengen.

HELIOTROPIE

Als aanknopingspunt neemt Schulte Nordholt de klassieke heliotropie, d.w.z. de opvatting uit de Oudheid dat de beschaving en het daarbij horende machtscentrum zich in westwaartse richting bewegen. De heliotropische kijk op de wereld werd door de grote bijbelvertaler Hieronymus expliciet verwoord met de opsomming van Babylonië, Perzië, Macedonië en Rome. Latere schrijvers hebben er al naar gelang hun woonplaats of broodheer nieuwe imperia aan toegevoegd. De overgang van de beschaving van het ene centrum naar het volgende - de translatio imperii - werd een vast bestanddeel van de mythologie waarmee een koninkrijk zich omgaf en het zich legitimeerde. Schulte Nordholt heeft er tal van fraaie voorbeelden van verzameld.

Het spreekt voor zich dat de heliotropie een sterk religieuze inslag had. Het was in grote lijnen regelrechte eschatologie, regelrechte heils-leer. Men was op weg naar, of aanbeland in het Laatste Koninkrijk en als dat tenonder ging dan zag het er slecht uit voor de wereld. Quando cadet Roma, cadet et mundus, als Rome valt, valt ook de wereld, zei de Romein.

In deze westwaartse tocht van de wereldbeschaving ontdekte Columbus Amerika. Natuurlijk is de auteur zelf niet zo naïef om deze schrandere maniak in het keurslijf van de heliotropie te passen, maar tegelijkertijd laat Schulte Nordholt zien hoe de ontdekkingsreizen door de tijdgenoten wel degelijk in dit mythische kader werden geplaatst. Noord-Amerika ontpopte zich als een nieuw Beloofd Land, als de laatste schakel in de keten, want verder westwaarts zou men weer gewoon in het oosten belanden.

De Fransman St. John de Crèvecoeur, die na een gelukkig leven als hereboer langs de Hudson in 1781 toch de benen weer moest nemen naar Europa beantwoordde in zijn fameuze Letters From an American Farmer de vraag Wat is een Amerikaan zo: ""Amerikanen zijn de westerse pelgrims die de grote massa aan kunsten, wetenschappen, kracht en ijver meedragen, welke hun oorsprong hebben in het oosten. Zij zullen deze grote cirkel rondmaken'. Logisch was deze redenering misschien niet, want hoe kon een mens nou in de Nieuwe wereld tegelijkertijd alle banden met de Oude wereld doorsnijden en zich baseren op diezelfde wortels van de Oude Wereld. Maar mythen zijn er niet om de logica te dienen, maar om deze te ontstijgen en hogere waarden te defini-eren.

In de achttiende eeuw kreeg de heliotropie ook een niet-religieuze versie. Eschatologie werd voortaan Vooruitgang genoemd. De Amerikaanse wilden, de Indianen, moesten worden geconfronteerd met en opgenomen in de beschaving. De ontdekking van het westen betekende op die manier een vergroting van de beschaving.

De Ierse wijsgeer, idealist en bisschop George Berkeley vatte dit in het midden van de 18de eeuw samen in de dichtregels die iedere Amerikaan met een beetje college in zijn of haar bagage nog kent:

Westward the Course of Empire takes it Way / The four first Acts already past, / a fifth shall close the Drama with the Day, / Time's noblest Offspring is the last.

FRONTIER

Schulte Nordholt is vooral op dreef wanneer hij bijbelse mythen kan ontvouwen die predikanten en immigranten zo rijkelijk gebruikten om de republiek te rechtvaardigen. De Amerikaanse wildernis en de ruige natuur werden als bewijs voor uitverkorenheid uit de bijbel herkend en onderstreept. ""Amerika was het paradijs en vond tegelijk zijn identiteit in de wildernis', schrijft Schulte Nordholt. Deze tendens vond ten slotte in de Romantiek en het laat-negentiende eeuwse nationalisme zijn hoogtepunt en mondde uit in de mythe die de westwaartse beweging zelf verstond als de kern van nationale identiteit. Dat werd geformuleerd door de even curieuze als beroemde historicus Frederick Jackson Turner in een toespraak voor het Historisch Genootschap van Chicago op 12 juli 1893 getiteld: The Significance of the Frontier in American History. Hierin ontwikkelde Turner de stelling dat in de Nieuwe Wereld de geschiedenis opnieuw was begonnen en zich had ontwikkeld langs de altijd westwaarts verschuivende "grens', de frontier. Op de grens tussen wildernis en beschaving was een nieuw menstype, de Amerikaan, gevormd. Daar was hij democraat geworden, self-made man, individualist, pragmaticus, doener, doorzetter, strijder tegen de elementen.

Turner had geweldige invloed op zijn landgenoten. Met de frontier-these was in één keer de uniciteit van de Amerikaan zowel verklaard als verheerlijkt. Er is later veel kritiek gekomen op Turner en terecht, want op zijn even verleidelijke als grove pennestreken over het karakter van de Amerikaan viel het nodige af te dingen. Wat Turner democratisch gevoel noemde, was meestal gewoon ordeloosheid en corruptie die werden veroorzaakt door een fnuikend gebrek aan federaal overwicht - dat is vandaag de dag trouwens nog steeds een euvel van Amerika. En wat de aanraking met de westelijke wildernis betreft: de meeste mensen maakten het niet mee, want zij woonden in steden, terwijl aan de "frontier' vooral een strijd van tegengestelde belangengroepen werd uitgevochten. Cynisch beschouwd valt even goed staande te houden dat de frontier een effectief lobby-wezen van deelbelangen stimuleerde en dat de macht van het deelbelang minstens zo kenmerkend is voor Amerika als het individualisme van zijn staatsburgers.

Werkelijk interessant zijn zulke kanttekeningen voor het thema van Schulte Nordholt echter niet, want hem is het te doen om de mythe en de functie ervan in een samenleving. Die functie is onbetwist en de auteur toont zich een enthousiast waarnemer ervan.

AFGELOPEN

Alleen het slot van het boek stelt enigszins teleur. Het is alsof Schulte Nordholt aarzelt om op het juiste moment, op de meest symbolische plek, een punt te zetten achter zijn redenering van de westwaartse gang der geschiedenis. De bijzondere belangstelling voor China in de eerste helft van deze eeuw (en ook later nog) behandelt hij als een voortzetting van de mythe, maar het doet wat geforceerd aan. Ten slotte haalt hij er zelfs Francis Fukuyama bij en zijn End of History: het is afgelopen, de cirkel is gesloten. De grote ideologische tegenstellingen zijn verleden tijd, het Westen heeft de Koude Oorlog gewonnen en het liberale, democratische model van het Westen heeft universele geldigheid gekregen. Hiermee komt de ondertitel Amerika als laatste wereldrijk in zicht. Schulte Nordholt: ""Het Westen heeft de cirkel voltooid, maar lijkt het daarmee niet terecht te zijn gekomen in een geestelijke leegte?'

Het is een intrigerende vraag en de auteur constateert somber dat de democratie ginds verwordt ""tot schone schijn en materialisme' en dat een mens voor dynamische samenhang en gemeenschapszin tegenwoordig terecht moet in Azië, dat groeit en bloeit. Er volgt echter geen donderpreek die de lezer misschien van de auteur zou verwachten, maar evenmin een verdere behandeling van de intrigerende vraag. Het lijkt wel alsof Schulte Nordholt ook een beetje van de mythe, of liever: van zijn historisch-theologisch planetarium, wordt beroofd. Zonder de mythe van het Westen is Amerika zijn Amerika niet meer.

De meer intrigerende vraag die zich aandient, die Fukuyama als slachtoffer van zijn eigen redenering liet liggen en die Schulte Nordholt zichzelf als het ware op een presenteerblad aanreikt, gaat hij uiteindelijk uit de weg. Het is de vraag of een samenleving kan bestaan zonder enigerlei vorm van sacraliteit, van mythe, van religie, van zingeving, van ideologie?

De problemen van het huidige Amerika zijn bekend, maar het meest wezenlijke vraagstuk is nog steeds wat dat uitgestrekte land nu eigenlijk bij elkaar houdt. De puriteinse erfenis is vervlogen of zoals Schulte Nordholt zelf vaststelt ""verkwanseld tot fundamentalisme'. De civil religion van de democratische Amerikaan is eveneens onherkenbaar geworden ""door de morele verwildering van de jeugd' en de ""armoede in de steden'. De nieuwe stroom immigranten uit Latijns-Amerika bevordert een proces van fragmentatie in zeden, gewoonten en zelfs taal. Tot voor kort wist Amerika identiteit en immigratie steeds te verzoenen in de mythe van de Nieuwe Mens en de melting pot maar kan zoiets nog in een mytheloze samenleving? Schulte Nordholt is er somber over. De toekomst van Amerika staat in politiek, economisch, etnisch maar ook moreel opzicht op het spel, vooral nu Azië zo in opmars is. Wat de auteur impliciet zegt is dat een samenleving zonder sacraliteit tot verval gedoemd is. Maar zoals gezegd hij werkt dit niet uit, zozeer is het voor hem een welhaast theologisch axioma.

Maar om misverstanden te voorkomen, dit laatste gemis doet aan de waarde en leesbaarheid van de rest niets af. Het boek leest als een langgerekt essay van een oude geestdriftige Amerikanist, die rekenschap aflegt voor zijn studieuze hartstocht van de laatste halve eeuw.

    • Ben Knapen