De gezalfde

Het was die novemberavond 1987 mistig in de Bommelerwaard. De straatverlichting gaf Velddriel iets mysterieus. Ik had aangebeld bij het klooster van Sipko Thomas Vrieswijk, voorganger van de sekte die zich Gemeente Gods noemt. Het was een kapitaal pand dat hij in 1983 voor 800.000 gulden had gekocht.

Ondanks onze afspraak om de gezalfde - want zo noemde hij zich - die avond te ontmoeten, duurde het geruime tijd voordat het luikje in de voordeur openging en een man me langdurig en onderzoekend aankeek. Toen hoorde ik verschillende grendels wegschuiven en kettingen rinkelen, waarna de identificatie plaatsvond aan de hand van mijn perskaart.

Ik werd in een antichambre gelaten, want Vrieswijk bleek nog het een en ander te doen te hebben. Wat, dat was de vraag. Stond hij op dat moment voor de zoveelste maal in rechtstreeks contact met God of verstoutte hij zich, zoals de beschuldiging uit de boze buitenwereld luidde, aan de keur van ingetogen en door hun heiligheid bekoorlijke vrouwen, van wie ik er een aantal door de kloostergangen had zien zweven? Van hen en hun kinderen had hij zich in de loop der jaren ruimschoots voorzien. Hij had ze vaak weggerukt uit hun echtelijk geluk, wat het weekeinde tevoren in Velddriel nog had geleid tot een demonstratie van berooide mannen.

Sipko is dezer dagen weer in het nieuws. De inventaris van de gemeenschap, waaronder veel kostbaar antiek, wordt te koop aangeboden. De politie meent dat de gemeente Gods “aan het verkassen” is. Andere bronnen melden dat Vrieswijk met een aantal zijner volgelingen naar het buitenland is vertrokken.

Ik kan me nog goed herinneren hoe ik in 1987 na anderhalf uur wachten tot de riante woonkamer van Sipko werd toegelaten. Hij was in het zwart gekleed als was hij een geestelijke en zetelde in het midden van de suite. Aan de piano zat een vrouw - een cherubijn gelijk - te spelen. Daarenboven galmde ze liederen zo maar à l'improviste in een taal, die onmogelijk van dit ondermaanse kon zijn. Toen de sfeer kennelijk gewijd genoeg was bewoog Sipko haar onder zachte drang het vertrek te verlaten: “Gaat nu, vrouwe.”

Toen vertelde deze geboren Fries hoe hij als zesjarig kind bijna aan een hersenvliesontsteking was gestorven, hoe hij, na aanvankelijk op het verkeerde pad te zijn geraakt, in 1963 plotseling een "groot licht' zag en hoe hij daarna op uitnodiging van de allerhoogste als boodschapper, als gezalfde, was gaan optreden en in diens naam allerwege geld had losgeklopt. Geld loskrijgen van de mensen, zei hij, was geen enkel probleem. God was daarbij zijn wisselloper. Eens had een man 15.000 gulden gedoneerd. Verontwaardigd had Sipko de gift afgewezen, immers door de stem Gods had hij gehoord dat er 50.000 gulden had moeten komen, hetgeen geschiedde.

Telkens als hij aan de prediking begon voelde hij de rug gloeien alsof er hete olie overheen werd gegoten. De eerste keer dacht hij dat het de verwarming was, waar hij tegenaan stond, maar ook zonder verwarming werd zijn wervelkolom diep warm zodat het niet anders dan een streling Gods kon zijn.

Het naderende vertrek van de gezalfde kondigde zich een paar weken geleden aan toen hij een van zijn volgelingen, een zeer bejaarde dame, bij haar zuster had laten afleveren, zeggende dat de vrouw, die zelf in kommervolle omstandigheden verkeerde, zich maar over haar moest ontfermen.

Hoewel hij een aantal genezingen op zijn naam had staan, was hij blijkbaar niet in staat haar langer te voorzien van een plaatsje in zijn hemelrijk.

Een jongetje in zijn gezelschap, zo vertelde Sipko op die mistige herfstavond, bleek bezeten van de duivel en sloeg pijnlijk tegen de grond tijdens een séance, waarbij men elkaar, zittend in een kring, stevig de hand vasthield. Wat bleek? De vader van de kleine stal kleren van vrouwen en bedreef daarmede seksuele daden. Dat diste Sipko ongewoon smakelijk op, waarbij de mond vochtig werd. Dat alles onder het genot van een glas limonade-gazeuse, hartige hapjes en de opengeslagen bijbel, waaruit hij rijkelijk citeerde. Sipko is voor Nederland verloren gegaan. God hebbe zijn ziel.

    • Max Paumen