De clan van de zwarte klus

De harde kern van het netwerk omvat vijf vaklieden. Samen nemen ze volledige verbouwingen aan, meestal bij particulieren. Ze klussen ook individueel: keukentje plaatsen, elektra vernieuwen, stucwerk aanbrengen, voor alles wordt een zwarte prijs berekend. Opdrachtgevers werken graag mee, maar ook leveranciers van bouwmaterialen. Op de timmerman na ontvangen ze allemaal een uitkering. De schilder zit in de ziektewet en vangt in totaal een ton per jaar. "Zwart geld is geen potgeld, het circuleert snel.'

Aan lange tafels lezen mannen in overalls of andere werkkleding de Telegraaf. Om kwart voor acht 's ochtends is het vol in het koffiehuis. Bryan slokt vier koppen koffie naar binnen - een gulden vijfentwintig per kop - en rookt de ene sigaret na de andere. Dennis en Bryans vader schuiven aan. Vandaag gaan ze verder met ""de totale renovatie'' van een appartement. De kosten voor de opdrachtgever bedragen zo'n 23.000 gulden. Bryans vader is geen vaste kracht van het team. Hij is elders in loondienst maar loopt sinds anderhalve maand in de ziektewet.

Bryan bespreekt wat Dennis en zijn vader vandaag moeten doen. Het puin zal worden opgehaald door de gemeente. ""Dat kost normaal gesproken zestig gulden per kuub. Maar mijn contactpersoon zei dat ik zelf maar even iets met de jongens moet regelen. Je ziet, in principe valt er met iedereen te praten.''

Bij het verlaten van de zaak komt Bryan twee oude bekenden tegen. ""Tegelzetters, allebei beunhazen'', zegt hij later. ""Wat rekenen jullie de vierkante meter? Een geeltje? Goed om te weten.'' Hij schrijft het telefoonnummer op een bierviltje.

De groothandel in bouwmaterialen waar hij vaste klant is, voert een dubbele boekhouding. Stalen bonnenboekjes, een computer en een printer staan ter beschikking voor de witte afnemers. Cliënten als Bryan - waarvan er naar zijn zeggen tientallen zijn - willen geen bonnen. Als grootafnemers krijgen ze dezelfde korting als aannemers, maar BTW betalen ze niet. ""Vier goud, één pur, vier schroef veertig, tien puinzakken en twintig tengels vijftig bij tweeëntwintig ruig'', laat Bryan weten. Op zijn rekening blijkt nog een bedrag van 1.097 gulden open te staan. ""Dat is eigenlijk een schuld van mijn oom Patrick. Voor het werk dat hij buiten mij om doet, koopt hij het materiaal in op mijn naam. Krijgt hij de aannemerskorting. Later maken we dat weer goed doordat hij mij weer aan een klus helpt. Zo werkt dat.''

Hij laadt het materiaal in zijn auto, een tamelijk onopvallende stationcar. Een busje ""trekt te veel aandacht'', evenals een "bakkie'. ""Bovendien, bakkierijders vormen het klootjesvolk, daar sta ik ver boven.''

De omzet houdt hij niet echt bij maar als "super-klusser' en als werkgever en manager bij een officieel niet-bestaand bedrijf verdient Bryan een bovenmodaal inkomen. Jarenlang werkte hij aan het opbouwen van zijn klantenkring en nu plukt hij daar volgens eigen zeggen de vruchten van. De groep mensen om hem heen - vrienden en familieleden - houdt er eveneens een goede boterham aan over. Bryan onderscheidt zich van de doorsnee klusjesman doordat hij beschikt over een team van onder meer een elektriciën, een loodgieter, een tegelzetter, een schilder, een parketspecialist, een timmerman en een CV-monteur, indien nodig aangevuld met extra hulpkrachten. De meesten zijn gediplomeerde vakmensen. Allemaal werken ze zwart en op één na hebben ze bovendien een uitkering.

Na zijn LTS-opleiding (elektra) werkte Bryan (36) twee jaar als electriciën voor een uitzendbureau. Daarna raakte hij werkloos en begon hij zwart te klussen. Eerst alleen elektra-werkzaamheden, later ook stuc- en loodgieterswerk. Gedurende twee jaar had hij daarnaast een eigen timmerbedrijfje. ""Ik rekende vierhonderd gulden per dag. Maar daar hield ik maar honderdvijftig aan over. Ik zorgde er dan ook voor dat ik weinig wit werk had want hoe meer je verdient, hoe meer belasting je gaat betalen.'' Die eerste twee jaar viel hij in de - fiscaal gunstige - regeling voor beginnende ondernemers. ""Daarna ga je méér betalen. Niet dat ik principieel tegen belasting ben maar ik kon zo makkelijk zwart verdienen dat ik besloot mijn witte bedrijfje op te doeken.''

Aanvankelijk werkte hij als een solo-klusser, soms bijgestaan door één of twee collega's. Maar de zaken gingen goed. ""Je komt om een schilderijtje op te hangen en de volgende keer laten ze je een nieuwe keuken plaatsen.'' Vooral nadat verbouwingen niet meer voor de belasting aftrekbaar werden gemaakt, breidde Bryan zijn klantenkring snel uit. Het "team' bestaat nu uit timmerman Peter, diens oom Leo die parket legt en onderhoudt, Bryans ex-schoonvader Paul voor het schilderswerk, zijn "tweede' ex-schoonvader Henk voor "kleine klusjes', zijn boezemvriend Rogier voor schilderswerkzaamheden en zijn oom Patrick voor loodgieters- en verwarmingsklussen. Bryan beschikt daarnaast over Dennis, die hij een vast salaris betaalt. Schilder en stucadoor Rogier heeft op zijn beurt ook een full-time assistent terwijl Patrick vaak samenwerkt met Dick.

Over het algemeen is het Bryan die het werk "binnenhaalt'. Hij schat dat hij gemiddeld acht keer per jaar ""grote klussen van een milletje of twintig, dertig'' aanneemt, soms gaat het zelfs om verbouwingen van een halve ton of meer. Bryan is gespecialiseerd in het omgaan met de potentiële klanten. ""Kom ik in een huis vol broodroosters, dan zeg ik: wat een mooie broodroosters heeft u staan! Laat je ze een tijdje daarover praten en dan kom je ter zake. Dan zeg ik: Nou, ik mats u wel een beetje hoor. Dan denken zij dat je ze matst omdat je zo gezellig hebt gepraat. Ja, de presentatie is het halve werk.''

Soms verbouwt het "team' kantoren, hotels of winkels. Maar voor het overgrote deel zijn de opdrachtgevers particulieren. ""Van ambtenaren of kantoorpersoneel met een modaal inkomen tot kunstenaars, bekende Nederlanders of bankdirecteuren. Ze hebben doorgaans één ding met elkaar gemeen: een totaal gebrek aan technisch inzicht.'' Zeggen klanten dat wat zij willen ""waarschijnlijk wel heel moeilijk'' zal zijn, dan ruikt Bryan zijn kans. ""Ik zeg dan meteen: En óf het moeilijk is, mevrouw! Op dat moment weet ik dat ik wat betreft de prijsstelling mijn gang kan gaan.''

Zijn eerste grote verbouwing had hij berekend op 16.000 gulden. Maar in een gesprekje met de zoon van de opdrachtgever bleek dat diens vader er van uitging dat het wel 50.000 zou gaan kosten. ""De volgende dag keerden we terug en stelden de prijs vast op achtentwintigduizend. "Nou, dat is goedkoop', reageerde hij.'' Sindsdien tellen Bryan en zijn maten er bij voorbaat altijd iets extra's bij. ""Voor grote verbouwingen hebben de mensen het geld vaak toch niet in voorraad. En of ze nu tienduizend moeten lenen of twaalfduizend, dat maakt allemaal niets uit.'' Niet dat hij er op uit is om mensen af te zetten. ""Integendeel: ik geef dezelfde service als een gewone aannemer. Want ik weet dat je in no time in een bepaald circuit kunt binnendringen als je maar een goede en betrouwbare naam opbouwt.''

Apparatuur en elektra schaft hij noodgedwongen meestal wit aan. Maar over zijn bouwmaterialen betaalt hij nooit BTW. ""In sommige sectoren gaat dat nu eenmaal heel gemakkelijk. In de glashandel is zwart verkopen geen punt want glas breekt toch altijd. Dus aan de zwartwerkers verkopen ze materiaal dat volgens hun boekhouding beschadigd is.''

Bryan toont weinig scrupules over het feit dat hij de belasting ontduikt en ten onrechte een uitkering geniet. ""Ik heb dat toch niet zo geregeld? Ik bedoel, ik werk keihard en ik maak de mensen blij omdat ik goed en goedkoop ben. Zou ik legaal gaan, dan zou ik mijn prijzen moeten verdubbelen of verdrievoudigen. Dan ben ik in een klap al mijn klanten kwijt.'' Het stopzetten van zijn uitkering noemt hij onmogelijk. ""De kans dat ik tegen de lamp loop wordt dan veel groter. Voor de instanties moet ik tenslotte toch ergens van leven.''

Bij de Sociale Dienst staat Bryan ingeschreven als fotograaf. Zijn appartement hangt vol met tekeningen. De meeste stellen voluptueuze vrouwen voor, zonder gezichten. ""Ik maak graag kunst'', zegt hij. ""Maar de laatste maanden heb ik er weinig tijd meer voor.''

Voor zijn bemiddeling vraagt Bryan nooit een percentage van de opbrengst. Zijn collega's dragen hem dan ook op handen. Dennis koestert zelfs grote bewondering voor zijn nieuwe werkgever. ""Ik bevond me op een doodlopend pad en ik stond rood. De sfeer thuis was slecht. Toen opeens belde Bryan als een God uit de hemel, om te vragen of ik voor hem wilde gaan werken.'' Nu fungeert Dennis als een all-round assistent van Bryan, van wie hij de fijne kneepjes van het stukadoors- en electriciënsvak leert. Zijn aanvangssalaris bedroeg 500 gulden per week, inmiddels heeft Bryan daar 600 gulden van gemaakt. ""Daar ben ik in een maand of drie naar toe gegroeid.'' Met zijn WW-uitkering van 1700 gulden komt Dennis nu uit op een totaal van ruim 4000 gulden schoon in de maand. ""Maar vergeet niet: ik krijg iedere week contant uitbetaald. Een groot deel gaat op in de horeca-sector.''

Vloeren dweilen

Dennis (24) heeft een MAVO-opleiding. Daarna werkte hij als kort-verband-vrijwilliger in het leger. Hij solliciteerde vervolgens herhaaldelijk, maar telkens schrok hij terug voor het salaris dat hem werd aangeboden. ""Bij de meeste bedrijven kon ik beginnen op zestienhonderdvijftig gulden. Vijftig gulden minder dus dan mijn uitkering en ik moest er nog voor werken ook. Vloeren dweilen, post halen en post brengen. Daar kun je toch niet mee thuis komen?''

Uiteindelijk raakte Dennis op zwart zaad, ook al omdat zijn vrouw haar baan had opgezegd toen ze een kind kregen. ""Ik ben ouderwets ingesteld'', zegt hij. ""De moeder hoort bij het kind en de vader zorgt voor brood op de plank. Maar bij deze vader bleef de plank dus leeg.'' In zijn huishouden bedragen de vaste lasten zo'n duizend gulden per maand. Daarvan gaat 550 op aan huur. ""Verder heb je de autoverzekering, de energiekosten en voor haar iets uit de Wehkamp-gids. Dan is het al weer op.'' De schulden liepen geleidelijk op. In principe zou de WW-uitkering voldoende moeten zijn. ""Maar dat betekent dus wel: geen extra koekies en chippies meer.''

Regelmatig wordt Dennis ontboden op het Arbeidsbureau. ""Ik vertel ze daar precies wat ze willen horen. Je ziet ze al kijken: weer zo'n hopeloos geval. Ik weet dat hun tijd beperkt is. Achter mij zitten nog honderd mensen te wachten dus die tijd praat je wel vol.'' Zwart werken heeft Dennis niet van een vreemde. Nadat zijn zaak failliet was gegaan, werkte ook zijn vader vijf jaar lang zwart. ""Van hem heb ik veel geleerd ja.'' Dennis' schoonmoeder werkt al twintig jaar zwart, zijn schoonvader voor een deel en zijn zwager voor een kwart.

Soms bekruipen hem twijfels over zijn handelwijze. Zo zegt hij: ""Van de belastingen wordt de school betaald waar mijn kind straks naar toe gaat. Ik draag daar dus geen cent aan bij. Dat is niet goed, ook al omdat het een van mijn principes is dat de man voor zijn gezin zorgt.'' En in één adem doorpratend: ""Maar soms moet je je principes laten varen voor je brood.'' Ook zijn uitkeringsfraude zit hem niet lekker. ""Die bijstandsmoeder krijgt misschien zo weinig omdat iemand als ik ook een uitkering heeft. Als ik daar lang over nadenk, word ik depressief.''

Randgeval

Van het team van Bryan is de gediplomeerde timmerman Peter (37) de enige die geen steunfraude pleegt. Hij heeft een eenmans timmerbedrijfje. ""Ja, ik ben de officieelste van de hele club'', zegt hij. In het derde jaar van zijn ondernemerschap begon hij er zwart bij te verdienen. ""Vooral gespecialiseerde timmerwerkzaamheden, keukens plaatsen, kasten bouwen. Het werd een formule.'' In zijn witte bedrijf zet hij een halve ton per jaar om. Daarvan houdt hij ongeveer 1800 gulden schoon in de maand over. ""Ik heb de verdiensten bewust teruggebracht tot een randgeval'', zegt hij. ""Met behulp van mijn zaak kan ik al mijn onkosten aftrekken van de belastingen, dus ik kan investeren in dure apparatuur en ik rijd in een splinternieuwe bus. Ik had ook auto-telefoon maar die heb ik weggedaan. Niet omdat ik het niet kon betalen maar omdat ik hem overal liet liggen.''

Met zwart werken verdient hij zo'n 2.000 gulden per maand. Hij schat zeventig procent van zijn tijd in zijn zaak te steken en dertig procent in het zwarte werk. ""Terwijl de verdiensten ongeveer gelijk zijn.'' Zwart werken noemt hij ""in alle opzichten veel relaxter dan wit''. Hij hoeft immers geen rekeningen te sturen, nooit op zijn geld te wachten en hij voelt zich vrijer zijn eigen werktijden in te delen. Soms werkt Peter voor zichzelf en soms samen met Bryan. Het komt ook voor dat hij een klus gedeeltelijk wit doet en gedeeltelijk zwart. ""Maar de laatste tijd lijkt er een kentering te zijn: iedereen wil alles zwart doen en je kan nauwelijks nog een bon krijgen. Ik werk ook in winkels en kantoren. Ondernemers kunnen verbouwingskosten aftrekken van de belasting. Maar nee, ze willen dat ik zwart voor ze werk. En als ik daar geen zin in heb, dan de helft zwart of desnoods een derde. Dan denk ik: waar halen zij dat zwarte geld eigenlijk vandaan?''

Angst om gepakt te worden heeft Peter niet. ""Want als er een inval komt, zeg ik gewoon: ik werk hier legaal, de rekening volgt nog.'' Even later: ""Maar het is wel zo: je verraaier slaapt nooit. En de belastingdienst neemt ieder anoniem telefoontje serieus.''

Peter zegt nooit fouten te maken met zijn dubbele boekhouding. Wanneer hij materiaal voor zijn witte bedrijf moet inkopen, haalt hij het daarvoor benodigde bedrag keurig van zijn bankrekening, ook al heeft hij meestal duizenden guldens contant in huis liggen. Meer dan 10.000 gulden is het meestal niet. ""Dat is het rare. Je moet het ergens laten maar het is ook zo weer weg. Zwart geld is geen potgeld, het circuleert snel.'' Hij spendeert zijn geld aan "duur eten' of hij gaat eens "een weekeindje' weg. ""Dat geldt ook voor Bryan en de anderen. Als je ziet wat die eten, dat gaat met duizenden guldens tegelijk.'' Onlangs dacht Peter "een leuk boerderijtje' in Italië te kunnen aanschaffen maar de koop ketste af.

Peter kan lyrisch uitweiden over zijn illegale verdiensten. ""Zwart geld is zo schoon, zo helder'', zegt hij. ""Je krijgt het, je geeft het weer uit en iedereen is er blij mee. Het is een luxe. Eigenlijk doen wij het nog helemaal verkeerd. Want de kans dat je gepakt wordt is voor iedereen gelijk. Dan kun je het dus maar beter echt goed aanpakken, zoals de grote jongens in dit circuit.''

Over zwart geld hanteert de 60-jarige Henk dezelfde theorie. ""Wanneer iemand met een legale baan vierhonderd gulden uitgeeft aan een verbouwing, en ik breng dat geld weer naar de Albert Heijn, dan is er alleen maar één trappetje overgeslagen. Meer niet.'' Sinds een jaar zit hij "in de VUT', wat hem een waardevaste uitkering oplevert. Nu draait hij regelmatig mee in "het team'. ""Kijk, ik ben een bedrijvig type. Ik word nog altijd om zeven uur wakker. Toen deed zich de mogelijkheid voor om Bryan een beetje te helpen. Dus wat moet je anders?''

Henk maakt zich zorgen over zijn voormalige schoonzoon. ""Bryan pleegt roofbouw op zichzelf. En als hij straks van een steiger valt, zit hij niet in een sociale verzekering. Maar daar staat zo'n jongen helemaal niet bij stil.'' Hoewel hij "in principe' tegen zwartwerken is en al helemaal tegen uitkeringsfraude, veroordeelt Henk zijn teamgenoten niet. ""Kijk maar naar de overheidsbedrijven, waar velen hun leven lang een dubbel salaris verdienen: brandweermannnen, brugwachters of buschauffeurs die bijklussen.''

Henk vindt niet dat deze fenomenen een bedreiging vormen voor het voortbestaan van de sociale welvaartstaat. ""Je denkt toch niet dat het vroeger anders was? Dertig jaar geleden gebeurde het precies zo, daar weet ik alles van. Wat dat betreft is de moraal totaal niet veranderd.''

Nachtmerries

Rogier en Bryan zijn al dertig jaar boezemvrienden. Met de overige leden van het "team' gaan ze regelmatig dagjes uit. ""Hij let op alles wat ik doe'', zegt de 36-jarige schilder over zijn vriend. ""Vanmiddag nog hadden we een vreselijke ruzie omdat hij niet kon aanzien hoe ik hier mijn geld stond te vergokken.'' Rogier maakt een overwerkte indruk. Hij zit achter een pilsje in een café, vlakbij het pas aangeschafte huis van een bekende Nederlander waar hij de afgelopen zes weken dagelijks aan het werk is geweest. Zoals altijd wanneer hij in het openbaar verschijnt, heeft hij zich omgekleed. ""Ik ben heel erg op mijn qui-vive'', zegt hij, nerveus enkele achtergebleven verfspatten van zijn voorhoofd vegend. ""Door de spanning ben ik langzamerhand geestelijk en lichamelijk uitgeput.''

Nooit zet hij zijn auto op de plaats waar hij moet zijn. Wanneer hij rondrijdt, kijkt hij herhaaldelijk in zijn achteruitkijkspiegel. Onlangs dacht hij gevolgd te worden. Pas ""na vier rondjes door de hele stad'' durfde hij naar huis te gaan. ""Soms doe ik buitenwerk. Dan praat je dus over een klus van in totaal een halve ton. Op die steiger doe ik het in mijn broek van angst.''

Regelmatig heeft hij nachtmerries. ""Mijn vrouw heeft dat angstsyndroom ook. Ja, ik ben er te vaak mee bezig. Als de bel gaat ben ik alert. Voordat ik een klus aanneem, kijk ik eerst wat de beste vluchtroute is. Mannetjes met autotelefoons houd ik scherp in de gaten.''

De loopbaan van Rogier is niet eenvoudig te beschrijven. Herhaaldelijk raakt hij het overzicht kwijt. ""Van al die verfdampen word je nu eenmaal vergeetachtig.'' In ieder geval volgde hij op de LTS de schildersopleiding en daarna werkte hij diverse malen in loondienst om steeds weer gedesillusioneerd af te haken. Op zijn achttiende begon hij zwart te klussen, met enkele kleine onderbrekingen doet hij dat sinds zeven jaar full-time. De langste periode dat hij het bij een baas uithield, bedroeg drie jaar. Daarna raakte hij officieel werkloos. Bovenop zijn WW-uitkering verdiende hij ""zeshonderd à duizend gulden per week'' erbij. Met dat inkomen kon hij zich een koopwoning veroorloven.

De sociale dienst zet Rogier regelmatig onder druk om te solliciteren. ""Ga ik er op af met een paar pils achter de kiezen, dat is de beste manier om te voorkomen dat je ergens wordt aangenomen.'' Wanneer hem de duimschroeven worden aangedraaid, heeft hij zo zijn technieken. ""Je moet een klein beetje komedie kunnen spelen. Ik doe me meestal heel gedeprimeerd voor: een lastige echtscheiding achter de rug, veel huilbuien, je kent het wel. Dat werkt uitstekend. Terwijl ik tijdens het gesprek met zo'n ambtenaar denk: straks moet ik weer verf halen. Ja, je kan erom lachen maar ik moet wel mijn gezin onderhouden. En zonder zwart werk lukt me dat nu eenmaal niet.''

Soms laat Rogier zich toch overhalen weer in loondienst te gaan werken. ""Ik zet me altijd totaal in. Bij mijn laatste baas waren ze heel tevreden over wat ik deed. Maar dan zie je die jonge jongens die de hele dag niets doen en hetzelfde verdienen als jij. Dat steekt.'' Hij verdiende er 2.400 gulden per maand. ""Terwijl ik dat zwart makkelijk in een week kan pakken.'' Over het werken in loondienst spreekt hij in termen van ""structurele ontevredenheid''.

Zwart werken ziet hij ""als wraak op het gebrek aan waardering'' dat hij ondervond. ""Bovendien ken ik in mijn branche de regels van het spel. Ik weet precies wat een baas aan mijn werk overhoudt.'' Inmiddels heeft Rogier zo veel schilderwerk dat hij het alleen niet meer aankan. Hij heeft daarom nu net als Bryan een "assistent' die hij honderd gulden per dag betaalt. ""Met zijn uitkering komt die jongen op drieduizend in de maand. Hij werkt tot nu toe goed, maar bevalt hij me niet meer, dan krijgt hij een schop.''

Vakantiezegels

Nog altijd denkt Rogier erover een eigen zaak te beginnen. Maar de daarvoor vereiste diploma's tot meester-gezel en aannemer alsmede de overige verplichtingen die met het ondernemerschap gepaard gaan, schrikken hem af. Na een kortstondig dienstverband van een half jaar loopt Rogier nu in de ziektewet. Na een ongeluk is hij voor schilderswerk offcieel afgekeurd. De arts van het GAK heeft hem voorgeschreven niet meer langdurig te staan, geen zware voorwerpen te tillen en trappen lopen zo veel mogelijk te beperken.

Vooralsnog krijgt hij zijn laatst verdiende loon (""mijn tabaksgeld'') volledig uitbetaald: 2.800 gulden schoon per maand, inclusief vakantiezegels. Hij werkt ""veertig à vijftig uur per week'' als schilder en dat levert hem zo'n vijfduizend gulden per maand op. Met een totaal jaarinkomen van ongeveer honderdduizend gulden schoon behoort Rogier dus tot de super-verdieners.

Rogier is niet alleen een van de grootste drankconsumenten van het "team', ook snuift hij sporadisch een grammetje cocaïne. ""Je gaat ook naar zo'n inkomen leven'', stelt hij. ""Verder heb ik een nieuw huis, een nieuwe vrouw, twee nieuwe kinderen, een kind uit het vorige huwelijk van mijn tweede vrouw, een kind uit mijn eigen eerste huwelijk, een tweede auto, noem maar op. Nee, dat geld gaat schoon op.'' Vier pilsjes later omschrijft hij zichzelf als ""een Robin Hood die zijn geld afdraagt aan degenen van wie hij houdt en die het nodig hebben''.

"Teamleider' Bryan is vrijgezel en hij heeft andere plannen. Samen met zijn RWW-uitkering van 1.200 gulden per maand, waarvoor hij ook in het ziekenfonds zit, verdient hij minimaal zo'n 5.000 gulden per maand. Op de omvang van zijn jaaromzet is hij het zicht al lang geleden kwijt geraakt. Een probleem is dat hij zijn verdiensten niet kan beleggen of zelfs maar op een bankrekening zetten. Om niet te veel in de gaten te lopen bewoont hij een eenvoudig appartement. Hij geeft ""zeker zeshonderd in de week'' uit aan ""dure lunches, drank en stappen''. Drie keer per jaar gaat hij met vakantie, gemiddeld negen weken per jaar. ""De keukenla ligt vol flappen, af en toe haal ik er eentje uit.''

Binnenkort vertrekt Bryan in verband met ""een bungalowprojectje'' naar Equador. ""Ik wil daar gewoon wat grond kopen, een aantal hutjes neerzetten en een restaurantje openen.'' Hij heeft de berekeningen al gemaakt en ook de contacten ter plaatse zijn gelegd. ""Maar ik neem nog geen flappen mee. De bedoeling is dat ik van de zomer terugga om het allemaal definitief te regelen.'' Bryan is van plan zijn zaken in Equador vanuit Nederland te behartigen en ondertussen zijn klusbedrijf voort te zetten. ""Tenzij het me hier te heet onder de voeten wordt.''

Intussen hoopt het geld zich op, ondanks zijn forse uitgavenpatroon en de maandelijkse alimentatie die hij afdraagt. ""Ik zou misschien een Porsche kunnen kopen'', zegt hij lachend. ""Maar weet je wat het is? Daar past geen badkuip in.''

    • Alfred van Cleef