De afloop

De moeilijkheid is dat vogels wel een gezicht hebben maar bijna geen uitdrukking. Ze lachen niet, ze huilen niet, in geval van nood lijken ze op een sinistere manier afwezig. Het starre van de snavel maakt ze tot stocijnen.

Op Griend stond een bonte strandloper doodgemoedereerd naar de Waddenzee te turen. Het enige wat eraan mankeerde was dat hij niet voor ons wegvloog.

Theunis raapte het dier op en stelde vast dat de rechtervleugel finaal was afgerukt, waarschijnlijk door toedoen van een roofvogel. Pijn en wanhoop lagen voor de hand, maar aan het gezicht viel niets af te zien. Het donkere oogje blonk eerder komisch dan vertwijfeld.

Zoals gezegd: in het gebaar waarmee zo'n vogel van het strand wordt geraapt ligt de afloop in feite al besloten. Met dat gebaar neem je de verantwoordelijkheid over. Je kunt een dier dat er zo aan toe is onmogelijk weer terugzetten.

Dat hij dood moest was dus het probleem niet. Hoe hij dood moest was het probleem ook niet, Theunis had het vaker gedaan. Wannéér hij dood moest, dat was het probleem! Want dood is onherroepelijk en al beroof je een vogel maar van vijf minuten, je kunt slechts raden naar de kwaliteit van die minuten.

Wanneer - is dat niet de kern van elke discussie over euthanasie?

    • Koos van Zomeren