Chaotische laatste dagen

DETROIT, 31 OKT. Het is chaos de laatste dagen, in de opiniepeilingen, in de campagne en in de hoofden van de kiezers. Bush en Clinton weten nauwelijks nog waar ze campagne voeren. Overal worden ze heengestuurd. De kandidaat-presidenten en -vice-presidenten hebben zich gespreid om zoveel mogelijk kiezers te bereiken. Zelfs Barbara Bush schond haar geposeerde status van afzijdigheid en pleegde voor het eerst harde politieke aanvallen op Clinton. “Ik weet niet welke Clinton ik moet geloven”, zei de populaire vrouw. Het voornaamste strijdperk is het industriële midden-westen en het zuiden van de VS. Staten als Michigan, New Jersey, Georgia liggen nog voor beide kanten open.

De laatste dagen is het toch nog spannend geworden. Eerst kon president Bush geen beweging krijgen in de opiniepeilingen. Hij bleef alsmaar onderin de dertig zweven. De laatste week stijgt Bush plotseling. Als deze lijn doorzet, kan hij dinsdag winnen. Clinton heeft nog steeds voldoende staten achter zich voor de eindoverwinning maar de beweging is onrustbarend voor hem. Hij heeft, door het zwakkere stemgedrag van Democratische kiezers, een ruimere winstmarge in de peilingen nodig dan de Republikeinen. Hij noemde zich gisteren ook voor het eerst een underdog om duidelijk te maken dat de Democraten dinsdag uit hun huis moeten komen. Bush slaagt in zijn strijd om het hart van de bange belastingbetaler. In alle staten zoekt hij de voorsteden op waar sommige bewoners vrezen dat Clinton de miserabele tijden van de Democratische president Carter terugbrengt, met hoge inflatie en hoge rentes. Republikeinse televisiespots laten snelle beelden zien van Gorbatsjov, Jeltsin, de Berlijnse muur en Bush als leider. En bij de vraag of de Democratische tijden weer terug moeten komen, flitsen de geblinddoekte Amerikaanse gijzelaars die onder Carters wacht in Teheran gevangen zaten, voorbij. “Een kwestie van vertrouwen”, heet het dan.

Clinton heeft op deze effectieve aanvalsstrategie van “houdt uw beurs vast bij deze draaikont” geen goed antwoord gevonden. Hij is bij zijn toespraken in de verdediging. Gedetailleerd weerlegt hij de Republikeinse beschuldigingen die steeds vaker op fictie berusten. Carters begrotingstekort was bijvoorbeeld tamelijk bescheiden, terwijl het bij Reagan kolossaal werd. Maar de argumentatie houdt hem af van een bundelend thema, waar bijvoorbeeld de Republikein Ronald Reagan bij zijn overwinning in 1980 zo goed in was. De rust en het overzicht zijn verdwenen in Arkansas. Donderdagavond draaide Clinton wat ongemakkelijk op zijn stoel, toen journalist Sam Donaldson hem nogmaals ondervroeg over zijn “organiseren” van anti-Vietnamdemonstraties in Londen, vroeger. Door handige camerahoeken werden de kleine schuifbewegingen sterk uitvergroot, zodat hier een liegende schooljongen werd geportretteerd. Vrijdagmorgen verscheen hij nogmaals, voor een ontbijtshow van het zelfde netwerk. Weer vroegen kiezers hem hoe hij al die investeringsprogramma's wilde betalen. De vragensteller keek wat ongelovig bij de antwoorden van de kandidaat.

Het lijkt nu sterk op de verkiezingscampagne tussen president Ford en Jimmy Carter in 1976. Onder leiding van een laat gearriveerde James Baker, die nu ook ter elfder ure is gaan coördineren, begon Ford, die lang achter lag, op het laatst sterk te stijgen en hij verloor met een gering verschil. Dit jaar kan het ook anders uitpakken. Dat hangt onder andere van de weersomstandigheden af. De peilingen zeggen niets over de opkomst.

De resultaten van bovenstaande grafieken zijn gemiddelden van vijf peilingen, van de Wall Street Journal, de Washington Post, ABC en Hotline. Vandaar dat de lijnen tamelijk recht verlopen. CNN/USA Today/Gallup is er deze week niet meer bij genomen. Zij zijn deze week plotseling van methode veranderd. Zij ondervroegen alleen kiezers die volgens hen waarschijnlijk zouden gaan stemmen. Plotseling was er nog maar twee procent verschil tussen Clinton en Bush. Dit is verraderlijk, omdat het ten onrechte de indruk wekt dat er iets dramatisch in de stemverhoudingen is veranderd ten opzichte van vorige week. Bovendien is de gehanteerde methode aanvechtbaar. Het criterium van CNN is of de ondervraagde kiezers ook bij vorige gelegenheden hebben gestemd. Maar in dit jaar van grote betrokkenheid zijn er juist grote groepen nieuwe kiezers. Dit laatste wordt echter weer ontkend door het Committee for the Study of the American Electorate, dat zegt dat het aantal geregistreerde kiezers slechts met 1 procent is gestegen.

Hoe weinig voorspellingen zeggen blijkt uit de rol van onafhankelijk kandidaat Perot. Deze zomer heette het dat Clinton alleen door de onafhankelijke kandidatuur van Perot een kansje maakte. Maar toen Perot uitstapte, begon Clinton pas goed te stijgen. Zodra Perot in september weer aan de verkiezingsrace begon, zei iedereen dat Bush daar het meeste schade van leed. Maar met de daling van Perot begin deze week begon Bush te stijgen, waarbij Clinton gelijk bleef. En zo valt er, zo vlak voor dinsdag, weinig meer van te zeggen.

    • Maarten Huygen