Alternatief geschapen voor bewind in Bagdad; Iraakse oppositie wordt het eens

SALAHUDDIN, 31 OKT. In de vorm van een 236 leden tellend Iraaks Nationaal Congres, een 25-koppige regering en een presidentiële raad bestaande uit een vertegenwoordiger van de Koerden, de shi'ieten en de Arabische nationalisten, heeft de Iraakse oppositie deze week een alternatief geschapen voor het bewind in Bagdad. De bijeenkomst had plaats in Salahuddin, een voormalig vakantieoord in de bergen van het de facto onafhankelijke Koerdische Noord-Irak, waar een kleinere groep van oppositiepartijen het vorige maand al eens was geworden over de politieke toekomst van Irak: een pluralistische democratie waarin de religieuze, etnische en nationale verschillen zijn gewaarborgd.

Het was de taak van het Iraakse Nationale Congres om die intenties in de afgelopen dagen om te zetten in structuren, met als basis een nieuwe Iraakse grondwet. Onder strenge bewaking van een leger van in helder groen gestoken politiemensen en peshmerga's (Koerdische strijders) vergaderden commissies verspreid in hotels over het plaatsje over zaken als de toekomstige grondwet, de politieke toekomst van Irak, een economisch systeem, naleving van de mensenrechten en militaire aangelegenheden.

Een van de gevoeligste onderwerpen was het vraagstuk van de federatieve staatsvorm. De Koerden, de enige groepering die zich, met behulp van de Westerse geallieerden, al heeft bevrijd van het juk van Saddam Hussein, eisten een eigen federale staat. Dit principe wilden zij vastgelegd zien in de toekomstige grondwet. De shi'ieten en de Arabische nationalisten waren - net als tijdens eerdere bijeenkomsten - aarzelend. Waarom moest daar zonodig nu al over beslist worden? Maar de Koerden lieten zich deze keer niet naar de zijlijn manoeuvreren. Zij beseften dat, als zij zich niet nu al ontworstelden aan de dominantie van de meerderheid van shi'ieten in Irak, zij in de post-Saddam Hussein-periode opnieuw een speelbal in hun handen zouden worden.

Op een bijeenkomst van de Iraakse oppositie in juni in Wenen was de Koerden al zelfbeschikkingsrecht in het vooruitzicht gesteld binnen een verenigd Irak. Vorige maand werd het onderwerp op de conferentie in Noord-Irak opnieuw ter sprake gebracht, zonder dat de Koerden er op dat moment een halszaak van wilden maken. De breekbare eenheid die de decennia lang tegen elkaar uitgespeelde etnische, religieuze en nationale Iraakse groeperingen hadden bereikt, was nog net iets belangrijker. Maar deze week achtte men de tijd rijp om “het karwei af te maken”. De shi'ieten werden tevreden gesteld door in de slottekst het woord villayet te zetten, een synoniem voor provincies. Bahr al-Ulum, een gematigde shi'iet, zei gisteren dat de islam vanuit de geschiedenis niet het systeem van federale staten maar van federale provincies kent. “De verschillen in interpretatie zijn evenwel zo gering, dat we het over de uitwerking wel eens kunnen worden”, aldus al-Ulum.

Ook Koerden-leider Masoud Barzani toonde zich optimistisch. “Ons regionale parlement heeft - zonder in details te treden - al vastgelegd dat Noord-Irak een federale staat wordt in de post-Saddam Hussein-periode. Het is de taak van de andere groeperingen om op hun eigen manier inhoud te geven aan het begrip federatief Irak, zo gauw de rest van het land wordt bevrijd”, aldus Barzani.

Volgens de gepensioneerde generaal Hasan al-Naqib, die aan het hoofd staat van de Iraakse Nationale Alliantie, is dat een kwestie van tijd. “De Iraakse regering in ballingschap”, zo verklaarde hij gisteren desgevraagd, “zal in de komende dagen een beroep doen op het Iraakse leger en de bevolking in het midden en zuiden van Irak om samen te werken met ons.” “Wat we evenwel moeten voorkomen”, aldus de gepensioneerde generaal, “is dat er een burgeroorlog uitbreekt in Irak. We moeten ons land stukje bij beetje bevrijden.”

Met name de islamitische groeperingen binnen het Iraakse Nationale Congres hebben de buurlanden Syrië, Iran, Koeweit en Saoedi-Arabië opgeroepen hun grenzen met Irak te openen. Niet alleen voor humanitaire hulp, maar ook om de verenigde Iraakse oppositie de gelegenheid te geven vanuit deze landen met de Iraakse bevolking te kunnen samenspannen tegen het bewind in Bagdad. Militaire activiteit wordt niet uitgesloten, ook al acht het Iraakse Nationale Congres de tijd niet geëigend om daarover nu al uitgebreid in het openbaar van gedachten te wisselen. De aankondiging van de ministers van buitenlandse zaken van Turkije, Iran en Syrië (deze hebben Saoedi-Arabië eveneens gevraagd deel te nemen) om volgende maand in Ankara bijeen te komen om - in de woorden van de Iraakse Koerden-leider Jalal Talabani - een anti-Koerden-pact af te sluiten, heeft tot enig angstzweet geleid.

Ankara, Teheran en Damascus maken zich vooral zorgen over de democratische ontwikkeling in het Koerdische Noord-Irak. Zij vrezen dat die de Koerdische minderheden in hun eigen land eveneens zal aanzetten tot het afdwingen van een grotere politieke en culturele vrijheden. Salah al-Shaikhly van het vanuit Londen opererende Iraaks Nationalistische Akkoord, verklaarde gisteren op een persconferentie in Salahuddin dat het Iraakse Nationale Congres volgende maand een vertegenwoordiging naar de bijeenkomst in Ankara zal sturen om Turkije, Iran en Syrië ervan te overtuigen dat “onze strijd zich in Irak afspeelt. We hebben dan ook niet de intentie ons te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van de landen om ons heen.” Volgens Al-Shaikhly heeft de verenigde Iraakse oppositie juist internationale ondersteuning nodig. “Dat is de enige manier”, aldus al-Shaikhly, “om de Iraakse bevolking, die lijdt onder de onderdrukking door van Bagdad en een economisch embargo, van een betere toekomst te verzekeren.”