"Als PSV nog meer blessures krijgt, halen ze gewoon Taument op'

Als voetballer was ROB BAAN (49) een linksbuiten die niet verder kwam dan het tweede elftal van Sparta. Als trainer oogstte hij veel lof bij een groot aantal Nederlandse clubs. Ook bij FC Twente, morgen tegenstander van PSV, wordt die lijn doorgetrokken.

Het leven van een professionele voetbaltrainer wordt voor een groot deel beheerst door de factor geluk. Rob Baan kan na 28 jaar praktijkervaring niet bepaald worden gezien als een modale oefenmeester. Hoewel de Rotterdammer nog nooit zo hoog reikte als nu met FC Twente, oogstte hij toch successen met bijvoorbeeld VVV, FC Den Haag en SC Cambuur, clubs die onder zijn hoede in de eredivisie terecht kwamen. De topclubs in binnen- en buitenland zagen hem echter nooit staan. “Je hebt het zelf dan ook niet in de hand of je het maximale uit je carrière kunt halen”, concludeert hij nuchter. “Als je eerlijk bent heeft Leo Beenhakker vooral geluk gehad. Als Real Madrid zich op een gegeven moment niet had gemeld, zou hij nu nog in Nederland hebben gewerkt. Louis van Gaal had de mazzel dat hij bij Ajax kon beginnen als jeugdtrainer.”

Het geluk heeft in 1972 wel even voor het grijpen gelegen. “Ik zou assistent worden van Georg Kessler bij Anderlecht. Met vooruitzichten. Ik was al helemaal rond met voorzitter Constant VandenStock. Alleen de beheersraad moest nog even worden ingelicht. Ik zou vrijdag worden gebeld door manager Michel Verschueren. Er kwam maar geen telefoontje. Ik werkte als trainer bij ADO en moest op een gegeven moment naar het Zuiderpark. De volgende dag belde Verschueren. Hij zei: "We proberen je al twee dagen te bereiken. Het gaat nu niet meer door'. Dat was natuurlijk een lulsmoes. Ze namen toen Jan Brouwer. Ik bedoel maar, je carrière hangt van kleine dingen af.”

In de jaren tachtig hoopte Baan via Roda JC de sprong naar de top te maken. “Maar in mijn tweede seizoen bij die club kreeg ik te maken met een blessuregolf. Ongelooflijk. Zes van mijn beste spelers zaten in het gips, onder wie Van Geel, Brandts en Wildschut. Ik was technisch manager en nam Rob Jacobs in dienst als trainer. Daarmee redde ik zijn carrière. Want na zijn mislukte avontuur bij FC Groningen was ik de enige die nog in hem geloofde. Ik gaf Jacobs geen salaris. Alleen bij winst kon hij geld krijgen. Die kans heeft hij toen gepakt.”

Baans positie bij Roda was echter niet meer te redden. Via Sparta kwam hij bij Cambuur terecht, waar hij in februari dit jaar werd benaderd door Twente. Stoop wilde hem tegelijkertijd weer naar FC Den Haag halen en dat werkte in Baans voordeel. Hij mocht in Het Diekman-stadion aan de slag. Dat betekende voor het eerst in 28 jaar een echte promotie. “Ik heb nooit zoveel aan de weg getimmerd. Ik had misschien in de lobbysfeer wat meer kunnen doen. Door me vaker in bestuurskamers te laten zien waar je in contact komt met makelaars. Maar achteraf vind ik dat ik steeds redelijke keuzes heb gemaakt. Al zou ik nog steeds eens naar het buitenland willen.”

Dat hij geen oude-jongens-krentenbrood-type is, heeft misschien zijn loopbaan ook nadelig beïnvloed. Rob Baan manifesteerde zich altijd als een serieuze trainer, die nooit eens uit de band sprong. Bij FC Den Haag ontstond het grapje dat de enige bar waar Baan weleens komt, de hakkenbar is. Hij lacht bevestigend. “Daar waar ik me heb misdragen, deed ik dat nooit waar anderen bij waren. Het geeft mij meer plezier om te vissen dan 's avonds uit te gaan en een groot deel van de volgende dag op bed te liggen. Ik ben nu met golflessen begonnen. Samen met onder anderen Ronald de Boer en assistent Eddy Achterberg. Nee, Youri Mulder is er niet bij. Die vindt golf maar yuppie-gedoe en daar houdt hij niet van.”

De trainerscarrousel zette Baan ook af in Zeist. In de periode 1978-'83 werkte hij bij de KNVB als assistent-bondscoach. Eerst nog onder Jan Zwartkruis, later werd Kees Rijvers zijn baas. “Zwartkruis had de pech dat hij een generatie moest afbouwen. Voor het EK van 1980 hebben we Haan en Thijssen nog teruggehaald. Dat mislukte. Rijvers kon met een heel nieuwe lichting werken. Mijn eerste kennismaking met hem was verschrikkelijk. Voor de persconferentie van zijn aanstelling werd hij door Jaap van Praag mijn trainerskamertje in Zeist binnengeleid. Rijvers stelde zich voor en zei op straffe toon: "Luister, ik wil bondscoach worden. Ik weet niet of ik je houd als assistent, want jij hebt nooit hoog gevoetbald. Je kunt ook zelf opstappen, daar is de persconferentie.' Het zou toch nog goed komen tussen ons. Ik deed voor hem de wedstrijd tegen Cyprus in Groningen, waarvoor ik zeven spelers van AZ koos. En ik hielp hem met de selectie voor de interland tegen Frankrijk. Want hij werkte bij Berchem Sport in België en had geen inzicht in wat er toen rondliep in Nederland. Ik weet nog dat ik me voor dat duel met de Fransen vreselijk ongelukkig voelde. Ik kon me geen houding geven en ging tijdens de persconferentie maar een voetbalblad lezen. Later kwam Rijvers naar me toe en vroeg: "Doe je dat altijd voor een belangrijke interland?' Maar later zou hij me accepteren. Dat moest ik bij hem blijkbaar verdienen.”

Kees Rijvers wordt volgens Baan terecht nog gezien als de grondlegger van het huidige Oranje. “Maar hij was niet de ontdekker. Die eer verdient Ger Blok. Hij gaf in het UEFA-jeugdelftal Ruud Gullit een vrije rol en haalde Rijkaard erbij. Blok werkte toen al aan het bewustwordingsproces van die jongens. Hij maakte ze belangrijk. Rijvers liet ze heel vroeg debuteren in Oranje. Ik kan me die gesprekken in Zeist nog wel herinneren als hij weer een speler van mijn Jong Oranje-team nodig had. Rijvers dacht in nummers. "Ik maak van die Rijkaard een 8', zei hij dan. Ik wist lang niet altijd welke positie hij daarmee bedoelde.”

Toevallig maakte Rijvers als trainer furore bij de club waar het Rob Baan nu voor de wind gaat. Twente heeft zich na acht competitiewedstrijden brutaal genesteld tussen PSV, Ajax en Feyenoord. De ploeg die de laatste jaren het imago had van een grijze muis, oogt plotseling als een fris en avontuurlijk spelend elftal. Een opgeleefde Ronald de Boer en de goede aankopen Prince Polley en Arno Arts zijn drie belangrijke exponenten van de huidige nummer twee op de ranglijst. Baan komt zelfs met een luxeprobleem te zitten als de geblesseerde Youri Mulder in december weer terugkeert. Maar hij heeft de spits al gerustgesteld: straks wil hij met een extra aanvaller gaan spelen en wordt Mulder dus gewoon ingepast. Baan denkt dat hij zijn discipelen spelvreugde heeft gegeven. “En dat ontbrak er toch aan toen ik kwam”, analyseert hij niet bepaald in het voordeel van de nu bij Burgos werkzame Theo Vonk. “Ik trof een elftal aan waar geen enkele beleving in zat. De spelers hadden niets voor elkaar over. Door middel van een positieve benadering en oefenstof met veel wedstrijdelementen, heb ik voor een andere sfeer kunnen zorgen. Ik ben als mens een heel ander type trainer dan Vonk. Ik probeer mijn spelers te benaderen als mijn kinderen. Open, eerlijk en rechtvaardig. Daar verwacht ik wel wat voor terug. Als ik met mijn dochter afspreek dat ze op een bepaalde tijd thuis moet zijn, ga ik ervan uit dat ze zich daaraan houdt. Als een speler mijn vertrouwen schaadt, vergeet ik dat nooit meer. Ik moet zeggen dat ik profiteer van de discipline die mijn voorganger in deze selectie heeft gebracht. Als hier wordt geluncht, wacht men op mij. Ik mag als eerste opscheppen en dan pas volgt de rest.”

Baan beschouwt de huidige tweede plaats in de eredivisie als een incident. Dit realiteitsbesef laat hij gepaard gaan met een visie op een zorgelijke ontwikkeling in het Nederlandse voetbal. “Het is onmogelijk om de kloof met Ajax en PSV te dichten. We zullen straks zelfs Feyenoord moeten laten passeren. Dat is voorspelbaar. Want het scheelt wel even of je Gorré, Kameron, Refos en Trustfull op de bank hebt zitten of zoals bij ons Nijhof, Pahlplatz en Leurink. We hebben nogal wat spelers met gele kaarten op zak. Straks krijg je schorsingen. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan opvangen. Ik heb nu al een jeugdspeler en een amateur op de bank. Het verhaal van de reserves bepaalt ook het verschil met Ajax en PSV. Het gat met de top wordt steeds groter. De verhoudingen zijn totaal zoek. Wij werken met een begroting van 4,5 miljoen, PSV 34 miljoen. Die club mag dan ook nog eens voor een gelimiteerde transfersom van 2.8 miljoen Arthur Numan bij ons weghalen. Wij zijn als de dood voor Ajax en PSV. Je leidt goede spelers op en die clubs halen ze voor een habbekrats weg. Daarvoor moeten reglementen komen. Nu de commissie van bindend advies PSV inzake de transfer-Numan in het gelijk heeft gesteld is het betaalde voetbal verkocht. Als ze straks in Eindhoven nóg meer blessures hebben dan nu het geval is, halen ze gewoon Taument even op bij Feyenoord. Die club krijgt het ook moeilijk en zal een echte multinational als sponsor moeten vinden om aan de top te blijven. Je kunt je ook afvragen hoe Ajax zich zal handhaven. PSV is bezig de Nederlandse competitie de nek om te draaien. Ook een manier om straks zo snel mogelijk aan een Europese competitie deel te nemen.”

Baan ziet wel wat in het transfersysteem van de Amerikaanse basketbalcompetitie. “Als daar een speler zich op de transferlijst laat plaatsen, krijgt de zwakste club in de hoogste afdeling het eerste recht tot koop. We moeten in Nederland met z'n allen ideeën ontwikkelen om een sterke competitie te creëren, zodat Gullit en Van Basten straks in ons land hun carrière willen afbouwen. Het is nu al niet meer mogelijk om het vertrek van spelers aan te vullen met materiaal van eigen bodem. Want zelfs de goede profs in de subtop verdwijnen naar het buitenland. En als ik zelf over de grens op zoek ga naar voetballers ben ik gebonden aan allerlei regels van de Stichting Arbeidszaken. Ik hoef bijvoorbeeld niet te kijken in Polen of de Verenigde Staten, want voor spelers uit die landen krijg ik geen werkvergunning.”

In de Verenigde Staten, de organisator van het WK in 1994, gaf Baan tijdens zijn vakanties trainingsstages, bezocht hij jeugdinterlands en wisselde hij ervaringen uit met coaches. “Amerika kan best weleens een heel goede leverancier van voetballers worden. Bij de college-teams zit zat talent. De Amerikanen hebben aanleg voor voetbal, alleen al omdat ze van nature een fantastische sportmentaliteit bezitten. Het ontbreekt hen echter aan goede trainers en een sterke competitie.”

Als hem tenslotte wordt gevraagd naar een trainer waar hij zich graag aan spiegelt, zegt hij na lang nadenken uiteindelijk: “Vujadin Boskov. Ik ken hem nog uit mijn ADO-tijd, waar ik ook Happel en Jezek heb meegemaakt. Boskov zorgt aan de ene kant voor keiharde discipline maar laat aan de andere kant voetballers spelen met hun hart. Dat is wel gebleken bij Sampdoria dat altijd met een enorme agressie en beleving speelde. Het is zo makkelijk om Cruijff als voorbeeld te noemen. Een topcoach heeft het niet moeilijk. Als Stoichkov niet bevalt zet Cruijff Bakero in. Als Kieft geblesseerd is, heeft Westerhof altijd Kalusha nog. Een toptrainer moet zich alleen bewijzen in die ene belangrijke wedstrijd van het jaar tegen Real Madrid of Ajax. Terwijl een trainer van Heerenveen of TOP na twee jaar wordt geacht alles te winnen. Zo'n man moet een amateur nog koppen leren. Cruijff kan aantrekken wat hij nodig heeft. Als hij voor het seizoen goed heeft ingekocht, hoeft hij het karwei tijdens de competitie alleen nog maar af te maken.”