"Werkgever van illegalen streng aanpakken'

DEN HAAG, 30 OKT. Mensen die profiteren van de zwakke positie van illegalen op de arbeids- en woningmarkt moeten strenger worden aangepakt. De Haagse hoofdcommissaris van politie, J.L. Brand bepleit een "lik-op-stuk-beleid' ten aanzien van werkgevers die illegalen in dienst hebben, zo zei hij vanochtend bij de presentatie van twee rapporten over illegalen.

Wethouder C.V. Martini (werkgelegenheidsbevordering, economische- en sociale- en personeelszaken) vindt dat bedrijven die zich aan deze praktijken schuldig maken tijdelijk moeten worden gesloten. Andere (se mi-)overheidsinstellingen zouden net als de Gemeentelijke Sociale Dienst er voor moeten zorgen dat illegale buitenlanders niet aan een uitkering kunnen komen.

Het stafbureau van de Haagse gemeentepolitie heeft bij het vanmorgen gepresenteerde onderzoek gebruik gemaakt van informatie die bekend was bij een groot aantal instellingen, niet alleen in Den Haag, maar ook in Amsterdam en Rotterdam. De gegevens zijn onder meer afkomstig van het bedrijfschap Horeca, van het stadsdeel Zuidoost in Amsterdam, van de directie sociaal-economische zaken van de gemeente Rotterdam en van de vreemdelingenpolitie in beide steden. In Den Haag werden gegevens verzameld van bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel (bedrijven, inschrijvingen), de dienst burgerzaken van de gemeente, de sociale dienst en volkshuisvesting.

Afgaande op de cijfers verstrekt door de dienst burgerzaken concludeert de Haagse politie dat er veel schijnhuwelijken worden gesloten. In dit verband worden zowel de Surinaamse gemeenschap als de, veel kleinere, groep Egyptenaren genoemd. “In het bijzonder staan de Egyptische mannen er om bekend dat zij van dit middel gebruik maken om verzekerd te zijn van een ongestoord verblijf in Nederland”, aldus drs. J.H.G. van den Broek van het stafbureau sociaal wetenschappelijk onderzoek van de Haagse politie.

Het vanmorgen gepresenteerde onderzoek van de Haagse sociale dienst naar leven, werken en welzijn van de naar schatting 20.000 illegalen in de stad, is uitgevoerd met behulp van informanten uit de diverse doelgroepen. Deze tussenpersonen hebben de illegalen benaderd voordat de onderzoekers van de sociale dienst langskwamen met hun vragen. Zo konden er uitgebreide interviews worden gehouden met 40 (illegale) Turken, 49 Marokkanen, 22 Surinamers en 9 Ghanezen. Enkele Turken en Marokkanen hebben de vragen op het politiebureau beantwoord; zij waren kort tevoren opgepakt. De onderzoekers menen dat het aantal interviews op zichzelf voldoende is om een beeld te krijgen van wat illegaal leven in Den Haag betekent, maar dat er te weinig informatie is verkregen over illegalen die werken.

Van de mensen die in 1990 door de Vreemdelingendienst werden aangehouden bestond 57 procent uit Turken, Marokkanen en Surinamers. Vooral jonge Marokkanen blijken moeilijk uit te zetten omdat de Marokkaanse weigert overheid hen terug te nemen. Slechts 25 procent van de door de vreemdelingendienst opgehaalde illegale Marokkanen kan worden uitgezet, tegen 75 procent van de illegale Turken.