Wat Beatrix niet mocht zeggen

Erg enerverend vond Academie voor de Journalistiek-student Fred Vermeulen de opdracht niet. Op verzoek van Avenue begaf hij zich twee maanden geleden naar het Hilversumse NOS-complex, waar hij oude televisie-interviews met koningin Beatrix moest bekijken. De redactie van het maandblad was geïnteresseerd in materiaal dat een (uiteindelijk nimmer gepubliceerd) portret van het vandaag jubilerende staatshoofd kon verlevendigen.

Op een koninklijke slip of the tongue, een royale verspreking of een vorstelijke grap rekende Vermeulen niet. In de Nederlandse cultuur lijkt het de Oranje-dynastie nu eenmaal verboden zich van vlees en bloed te tonen, peinsde de jonge journalist terwijl hij de videobanden afspeelde die hem ter beschikking waren gesteld door het NOS-beeldarchief. Plots stuitte Vermeulen echter op een tweetal originele tapes van het interview dat prinses Beatrix en prins Claus kort voor de troonsbestijging in april 1980 hadden afgestaan aan Ad Langebent. Uit deze opnamen was later de officiële versie van het vraaggesprek samengesteld.

Verbaasd zag de leerlingverslaggever hoe de vragen na aanwijzingen van het echtpaar werden afgezwakt, bijgevijld of geschrapt, en hoe de antwoorden werden bediscussieerd, aangepast of ingeslikt. Alle wetten betreffende onafhankelijke journalistiek die Vermeulen in de schoolbanken had leren respecteren, leken hier niet te gelden. De gevoelige positie van het hof, de kwestie van de ministeriële verantwoordelijkheid en het toezicht van de Rijksvoorlichtingsdienst brachten blijkbaar met zich mee dat de pers, de koningin van de aarde, zich dienstbaar maakte aan Oranje.

Het aankomend staatshoofd (“Sorry hoor, even cutten”) en haar partner (“Dit is zeker te melig?”) bleken zich buitengewoon bewust van “het zogeheten geheim van Soestdijk” en “begrenzingen die de functie oplegt”. Prinses Beatrix: “Eigen voorkeuren en eigen keuzes dienen binnenskamers te blijven.” Prins Claus beperkte zijn onthullingen tot de mededeling dat hij “een hele goede boeuf Stroganoff” kon maken. “Ik geloof: alle dingen die je doet behoeven niet altijd in de openbaarheid te komen, maar ze moeten wel zo gedaan zijn dat ze altijd in de openbaarheid zouden kunnen komen. (....) Men komt er toch achter op een gegeven moment, en dan is het iets goeds of iets slechts. Wij moeten ervoor zorgen dat het goed is.”

Onder de regie van de prudente prins en prinses, constateerde Vermeulen, sneuvelde menige onschuldige en vermakelijke interviewpassage. Bijvoorbeeld die waarin de vorstin antwoordde op Langebents vraag of de naam Beatrix ("Zij die geluk brengt') geen zware opgave inhield. De reactie (“Ik zal er het beste van moeten maken”) kon Hare Majesteits eigen goedkeuring niet wegdragen (“Overnieuw, herhaal”), waarop Claus interrumpeerde: ...Zal ik iets zeggen in de trant van Je hebt tenminste één man in het leven gelukkig gemaakt?” De prinses lachend: “En al die anderen... Daar zullen we maar niet over praten.”

Ook niet geschikt voor uitzending waren uitlatingen over hulpbehoevende Nederlandse brievenschrijvers (“Mensen die zelfs in onze goedverzorgde maatschappij tussen wal en schip vallen. Mensen die overal al geweest zijn en waarvan duidelijk vaststaat dat ze uitgeteld zijn”). Prins Claus: “Uit jouw mond, ik weet het niet... Of dat wel zo verstandig is...” Volgens hem moesten mensen nooit helemaal worden opgegeven, want “het is pas over als je dóód bent.”

Tenslotte viel Vermeulens oog op een geweerde scène over buitenlandse werknemers en rijksgenoten in Nederland. “Wij vragen wel dat zij zich aan ons aanpassen, dat zij ons begrijpen”, zei Beatrix, “maar wij stellen daar als gemeenschap niet veel tegenover. (...) Willen we er in de toekomst (...) met elkaar uitkomen, dan moet er nog wel wat gebeuren.”

Claus: “Dat stukje met die buitenlanders... Daar heb je een zin die wel erg kritisch en ongenuanceerd kan overkomen. Dat er nog niet veel van te merken is.”

Beatrix: “Dat s helaas zo, maar dat moet je misschien niet zeggen.”

Claus: “Nee, dat moet je niet zeggen. Het is natuurlijk waar, en elke journalist kan dat nog scherper zeggen, maar ik geloof dat je dat undercooled moet zeggen.” Vervolgens liet de prins doorschemeren dat het paleisbewoners niet past Nederlanders die in moeilijke omstandigheden leven vermanend toe te spreken over onverdraagzaamheid jegens buitenlanders:

“Wij kunnen hier wel goed zitten...”

Beatrix: “Ja, ja, ik zit leuk, ik heb geen last, k heb geen Turk op m'n trap.”

Jammer, concludeerde Fred Vermeulen, dat niemand mag weten hoe menselijk de monarchie eigenlijk is.

    • Frénk van der Linden