Vie-aa-dukt

Dolf Verroen: juf doet het in haar broek. Met tekeningen van Philip Hopman. Uitg. Leopold. Prijs ƒ 19,90.

Jetty Krever/Jenny Dalenoord: o, wat erg! Uitg. Leopold. ƒ 19,90.

Uit de serie Lees je al? van uitg. Van Holkema & Warendorf: Imme Dros: Roosje wil dokter worden en Roosje moet mee. Beide met tekeningen van Harrie Geelen. Nicolette Smabers: Remco hoort een raar geluid. Met tekeningen van Annemie Heymans. Anne Takens: De club van Twee. Met tekeningen van Gertie Jacquet. Prijs per deeltje ƒ 9,90.

Pim en Mien vormden tot in de jaren zestig het duo dat talloze eersteklassertjes naar de voor "gevorderden' bestemde Ot en Sien moest leiden. De Pim en Mien-boekjes waren toen al hoogbejaard, maar toch hadden ze wel wat, vond ik. En ongetwijfeld deed ik zo mijn best de techniek van het lezen onder de knie te krijgen, dat ik me niet stoorde aan onhandige zinnen als "jan is al meer dan tien jaar' en 'kom toch in huis' - zinnen waarin de moeilijke dubbele medeklinker moest worden omzeild. Ook hoofdletters en woorden met twee of meer lettergrepen waren in de eerste deeltjes taboe. Pas in deel drie heette "moe' "Moe-der'.

Omdat juist bij kinderen die net kunnen lezen de leeshonger vaak groot is, is deze categorie voor uitgevers aantrekkelijk. Maar over het niveau van zo'n "kind dat net kan lezen' wordt door uitgevers en schrijvers heel verschillend gedacht. In juf doet het in haar broek van Dolf Verroen is nergens - zelfs op het omslag niet - een hoofdletter te bekennen en de korte zinnen bestaan uitsluitend uit eenlettergrepige woorden. Een dergelijke simpele opzet levert al gauw houterig proza op, maar dat valt in dit boekje, met korte anekdotes over een schoolklas, de bijbehorende juf en haar papegaai ka, erg mee. Dat de titel bij jonge lezers verwachtingen wekt die niet worden beantwoord - vooruit dan maar.

Van dezelfde uitgever is het ook al hoofdletterloze o, wat erg!, geschreven door Jetty Krever, die zichzelf minder beperkingen oplegt dan Verroen. Haar boekje draait om de perikelen van de "familie egel'. Twee, zelfs drie lettergrepen zijn toegestaan en de zinnen zijn iets langer, zo'n vijf, zes woorden. Als het egelkind "willem' spoorloos is, vreest zijn familie dat hij ergens plat als een dubbeltje op de weg ligt. Willems oom, die bij hen woont sinds op zijn plek een "vie-aa-dukt' wordt gebouwd, gaat op onderzoek uit en vindt hem, gezond en wel. Of o, wat erg! beginnende lezertjes inhoudelijk voldoende te bieden heeft is twijfelachtig. Misschien is het geschikter om voor te lezen aan een kind van drie. De aantrekkelijke illustraties (van Jenny Dalenoord) zijn wel voor alle leeftijden.

Uitgeverij Van Holkema & Warendorf is verantwoordelijk voor de serie Lees je al?, waarover inmiddels een regen van Zilveren Griffels is uitgestort. Bekroonde titels zijn onder andere Tinus-in-de-war van Jacques Vriens en De o van opa van Imme Dros, die recentelijk weer twee titels aan de reeks toevoegde: Roosje wil dokter worden en Roosje moet mee. De boekjes over Roosje bestaan uit meerdere verhalen, bij voorbeeld over de kleuterbesognes als je met je ouders mee moet op vakantie ("Heb je een keer geen school, moet je weer op reis') en schooltje spelen in je eentje ("Er is niks aan juf zijn zonder klas. Roosje haalt haar schep. De school was uit. Het was gewoon grote vakantie.'). Imme Dros weet in deze korte, eenvoudige verhaaltjes de serieus-kinderlijke toon te treffen die volwassenen vaak zo geestig vinden: onder andere door gebruik van de stijlfiguur die de "irrealis' schijnt te worden genoemd: "Ik was de Eerste Hulp en jij het Ongeluk.' De schrijfster heeft kennelijk geen enkel probleem met het gebruik van hoofdletters.

Nicolette Smabers, wier Remco hoort een raar geluid ook in deze serie is verschenen, is in de eerste plaats uit op het opbouwen van spanning. Het jongetje dat wakker wordt van een raar geluid en gaat kijken of er misschien een wolf in huis is, treft een wildvreemde mevrouw aan van wie ik eerst dacht dat het een nieuwe vlam van zijn alleenstaande vader was. Helaas, het was de oppas maar. In het tweede verhaal is sprake van geheimzinnige mompeltelefoontjes, die afkomstig blijken van een vriendelijke doch demente bejaarde. Ook dat viel tegen.

Aardiger vond ik Anne Takens' bijdrage aan de serie. De club van Twee gaat over twee roodharige brildragertjes die vriendschap sluiten met een eenzame pestkop. De een poept in z'n broek, de ander "praat met spuug': niets menselijks is deze kinderen vreemd. Pim en Mien hadden dat soort dingen niet hoeven proberen.

    • Carolien Zilverberg