Tour '93 is Indurain op het lijf geschreven

PARIJS, 30 OKT. Een dag na zijn bezoek aan Paus Paulus II beleefde Miguel Indurain gisteren opnieuw enkele aangename uren. De Spaanse wielerheld keek in Parijs uiterst tevreden naar de Tourroute van 1993, die directeur Jean-Marie Leblanc en de zijnen bekendmaakte. Het schema is de tweevoudige Rondewinnaar dan ook op het lijf geschreven.

De twee individuele tijdritten, 65 en 55 kilometer lang, geven de specialist uit Baskenland royaal de kans afstand te nemen van zijn concurrenten. Maar hij heeft nog méér mee: Slechts twee keer ligt de finish op een berg - Indurain heeft daar moeite mee, denk aan de etappe naar Sestrières van afgelopen zomer - en het door hem gehate uitstapje naar de natte en winderige Benelux ontbreekt. Bovendien zijn z'n geliefde Pyreneeën, dicht bij huis, weer in het programma opgenomen.

Claudio Chiappucci toonde zich in het Palais des Sports et des Congres weinig ingenomen met de nieuwe Tour. De Italiaan, nummer twee in de laatste editie, vond dat de tijdrijders ernstig worden bevoordeeld. “Als dat toch gebeurt, waarom dan geen rit tegen de klok bergop?” vroeg hij zich hardop af. Eerder mopperde Chiappucci dat hij deze Tour zelfs zou mijden als het parkoers hem niet aanstond. Dat dreigement, dat niemand serieus nam, zal hij in geen geval uitvoeren. Want de klimmer Chiappucci komt van 3 tot en met 25 juli eveneens goed aan zijn trekken. Alpe d'Huez, het Nederlandse Alpenstadje, ontbreekt maar de organisatie stuurt het peloton over twintig cols, waarvan negen hoger zijn dan 2.000 meter. Vorig jaar waren dat er maar vijf. Kansen genoeg dus voor de kleine campione om Indurain en Gianni Bugno, een andere favoriet, op de proef te stellen.

Het dak van de Tour vormt La Bonnette, met 2802 de hoogste top ooit in de Ronde opgenomen. Op de 26 kilometer lange klim regeerde Frederico Bahamontes in het verre verleden met harde hand. De Adelaar van Toledo rekende er in 1962 en 1964 af met wielergoden als Charly Gaul, Raymond Poulidor en Jacques Anquetil. Andere (bekende) grote cols zijn de Glandon, de Télégraphe, de Galibier, de Izoard, de Tourmalet en de Aubisque. De elfde etappe, op 15 juli van Serre Chevalier naar Isola 2000, is de koninginnerit van de Tour, maar berggeiten als Chiappucci kunnen zich zes dagen later eveneens uitleven. Dan wacht in de dwergstaat Andorra de 2407 meter hoge Port d'Envalira, een zeer gevreesde reus.

In 1992 deed de Tour zeven EG-landen aan, de editie van volgend jaar leidt de karavaan bijna alleen door Frankrijk. “We hebben daarmee voldaan aan de wens van velen”, zei directeur Leblanc in Parijs. De Tour, die in de Vendée aan de Atlantische kust begint, volgt de klassieke lijn. Het circus draait via Bretagne, de Franse regio waar het wielrennen het populairst is, naar het noorden. Een transfer per vliegtuig voert de ploegen vervolgens naar de Alpen, waar op quatorze juillet, de nationale feestdag, het grote werk begint. Tussen de Alpen en de Pyreneeën hebben de coureurs slechts drie dagen om op de vlakke weg enigszins van de zware inspanningen te herstellen. Na de Pyreneeën reizen de renners vanuit Bordeaux op 24 juli per TGV richting Parijs, voor een tijdrit tussen Bretigny-sur-Ogne en Montlhéry en de slotetappe naar de Champs Elysées.

Zoals Tourdirecteur Leblanc vorig jaar al aankondigde zullen slechts achttien ploegen van negen renners aan de start mogen verschijnen. Dat zijn de eerste veertien van het FICP-klassement (per 18 mei) plus zes teams met wild cards. De laatste krijgen na de Ronde van Spanje en de Dauphiné Libéré (15 juni) te horen of ze zijn uitverkoren. Het aantal deelnemers daalt daarmee in vergelijking met afgelopen zomer met achttien.

Leblanc is sterk voorstander van die inkrimping. Niet alleen omdat die de kans op valpartijen verkleint. Hij stoort zich al jaren aan de formaties, die initiatiefloos meefietsen in La Grande Boucle. “Bovendien”, zei hij gisteren, “zijn vijf Tourploegen, Tulip, Postobon, PDM, Helvetia en RMO, van het toneel verdwenen. Er zijn daarvoor geen vervangers gekomen. De beste coureurs concentreren zich in de betere ploegen. Waarom zouden we dan ruimte maken voor méér stallen?”

Leblanc omschreef het pleidooi van de bond van sponsors FIGCP (Fédération Internationale des Groupes Cyclistes Professionels) om in de toekomst liefst vijfentwintig teams van acht renners en zes formaties van zes toe te laten in de drie grote ronden en de Wereldbekerwedstrijden als “ridicuul en idioot”. De Tour, die wat toeschouwersaantallen, televisiekijkers en snelheden afgelopen zomer records vestigde, is alleen gediend met de aanwezigheid van de absolute top. De wielerkermis kan ook in zijn tachtigste editie geen kneuzen gebruiken.