Stark-viool

Birgit Donker wijst er in NRC Handelsblad van 16 oktober op dat de biografie van de Stark-viool uit het boek van Kees van Hage Verstreken jaren, verzonnen is.

Niet verzonnen is de spreuk “Toen ik leefde, zweeg ik. Nu ik dood ben, zing ik lieflijk”. Dit is namelijk een versregel, die in vele varianten leeft. Ed. Heron-Allen geeft er in zijn Violin-Making as it was, and is diverse:"Viva fui in sylvis, sum dura occisa securi/Dum vixi tacui, mortua dulce cano'. (Levend was ik in de bossen, ben geveld door een harde bijl/Toen ik leefde zweeg ik, dood zing ik lieflijk.)

In de taal van Stradivari zei men het aldus: "Vissi nel bosco un di: poi caddi steso/ Per dura scure: ma, se tacqui tanto/La divina dell' uomo arte m' ha reso/La vita! ... e or canto!!' (Eens leefde ik in het bos: toen viel ik languit. Door een harde bijl: maar ook al zweeg ik lang. De goddelijke kunst van de mens heeft mij teruggegeven. Het leven! ... en nu zing ik!!)

Toen mij dan ook onlangs een viool werd aangeboden, waarop op de buitenkant van de opstaande rand de volgende hexameter gegraveerd stond: "Viva fui in sylvis dum mortua dulce cano' (Levend was ik in de bossen, nu ik dood ben zing ik lieflijk), heb ik die meteen gekocht en gerestaureerd. De viool was waarschijnlijk vroeger door een analfabete beunhaas onder handen genomen: de eerste lettergreep van dulce stond op zijn kop!

    • J. Bronneberg