Pragmatisch Groen Links zoekt nieuwe gezichten; Bekkers wil andere fractie om verder los te komen van oude partijen

Vandaag en morgen congresseert Groen Links, ontstaan uit een fusie van PPR, CPN en PSP, over een plan voor de sociale zekerheid en de uitgangspunten voor de buitenlandse politiek. Ook wordt bekend gemaakt welke Kamerleden kandidaat willen staan bij de volgende verkiezingen.

DEN HAAG, 30 OKT. De voormalige pacifisten, radicalen en communisten worden tegenwoordig in bredere kring serieus genomen dan CPN, PSP of PPR ooit tevoren. Vroeger werden ze vooral beschouwd als een politieke curiositeit, maar onlangs had de fractie van het in 1989 opgerichte Groen Links zelfs een onderhoud met de generale staf. Ze werden nauwkeurig ingelicht over de militair-strategische situatie in Joegoslavië.

Door een nieuwe strategie hebben de fractieleden “een heel ander gevoel” gekregen. Fractievoorzitter R. Beckers: “We doen nu vooral veel praktische voorstellen. Vroeger bleven we vaak hangen in "nee, nee, nee'. En als het om de oplossingen van de problemen ging hielden we algemene blauwdrukverhalen. Nu hebben we de bewuste strategie om mee te doen aan de concrete politieke discussie van het moment.” De nieuwe strategie levert ook resultaten op. Twee van de vier Kamermoties die bij de laatste algemene beschouwingen werden aangenomen waren bijvoorbeeld afkomstig van Groen Links.

Het "normalisatieproces' is vorig jaar pas goed ingezet. De partij en fractie waren toen na een paar jaar fusieperikelen aan zichzelf gewend geraakt. En het congres nam in 1991 een nieuwe beginselverklaring aan waarin sociale rechtvaardigheid gebonden werd aan ecologische voorwaarden. De "groenen' in de partij wonnen het van de "socialen'.

Gesterkt hierdoor nam de fractie dit jaar een aantal belangrijke stappen. Niet alleen stelde de fractie een aantal, wat genoemd werd "radicaal-realistische' nota's op over ecologische economie en sociale zekerheid, ook werkten de Kamerleden op kwesties als sociale zekerheid en minderheden nauw samen met D66 en de "oude erfvijand' VVD. “We hebben een sterke parlementaire politieke basis gelegd voor de partij”, constateert het Kamerlid P. Rosenmöller tevreden, “en intern hebben we vaarwel gezegd tegen de oude partijculturen.” Rosenmöller is het enige "onafhankelijke' Kamerlid, zonder banden met de oude partijen. Hij heeft al bekend gemaakt een volgende termijn te ambiëren. “Ik wil aan de slag, geen dingen roepen maar iets bereiken. Het systeem hoeft niet op zijn kop te worden gezet.”

Maar Groen Links kent ook problemen. Een belangrijk punt is de personele vernieuwing. Groen Links begon in 1989 met een Kamerlijst waarop de oude klein-linkse partijgezichten nauwkeurig op volgorde waren gezet - een beetje gemengd met nieuwe, onafhankelijke leden. Bij de volgende verkiezingen moet de fakkel echter worden overgedragen aan een nieuwe generatie. Op het congres zal Beckers alvast bekend maken wie van de fractieleden een volgende periode ambieert. “Groen Links moet ook door vernieuwing van de fractie steeds verder loskomen van de oude partijen”, zegt Beckers, die altijd gezegd heeft dat dit haar laatste periode zal zijn. Het is zelfs niet uitgesloten dat ze, als dat beter uitkomt, eerder uit de Kamer zal vertrekken. Er wordt echter verwacht dat de andere Kamerleden in prinicipe beschikbaar zijn voor een nieuwe termijn.

Lange tijd werden Rosenmöller en oud-CPN-fractievoorzitster I. Brouwer gezien als de belangrijkste kandidaten voor Beckers' opvolging, met op de achtergrond nog senator W. de Boer (ex-PPR). In september 1993 besluit de partij bij referendum over het lijsttrekkerschap en in mei 1993 moeten de kandidaten zich daarvoor aanmelden. Het voor velen zeer teleurstellende besluit van Rosenmöller om zich niet kandidaat te stellen voor het lijsttrekker- en fractievoorzitterschap, omdat hij óók nog tijd over wil houden voor zijn kinderen, bracht onlangs een nieuw Groen-Linksprobleem aan het licht. Beckers: “Lang niet zoveel mensen meer als vroeger zijn bereid zich op te offeren, 80 uur per week, voor de politieke ambten. En politiek wllen we ook niet dat mensen het zo doen, we spreken op het congres juist over "zorgzelfstandigheid'. Maar we zitten daardoor wel met een interessant fenomeen. Want ook Brouwer heeft thuis kinderen en Andrée van Es is vooral om die reden uit de Kamer gegaan.” Beckers heeft daarom besloten op het congres, “met maximale openheid” aan de orde te stellen hoe de belasting en de verantwoordelijkheid van de Kamerleden en, vooral, van de fractievoorzitter, kan worden verminderd. Een gedeeld fractieleiderschap behoort tot de mogelijkheden. “Misschien dat mensen als Rosenmöller zich dan alsnog kandidaat willen stellen.”

De partij wil groen èn links tegelijk zijn, en dat is volgens Beckers “een voortdurend balanceren op het scherp van de snede”. Een van de problemen daarbij is volgens Beckers dat de mensen in Groen Links die op willen komen voor de zwaksten in de samenleving “soms het gevoel hebben dat ze zich moeten verdedigen tegen de eigen mensen. De milieu-mensen hebben soms maar weinig gevoel voor de armoede-vraagstukken. En dat terwijl het issue toch al van de politieke agenda is verdwenen”. Beckers noemt als voorbeeld de oud-studentenleider en tegenwoordig partijbestuurslid M. van Poelgeest, die deze week in het weekblad Elsevier zegt dat Groen Links zich niet zo bezig hoefde te houden met de armen, omdat die toch niet op Groen Links stemmen.

Sommige partijleden die zich weinig meer thuis voelen bij het pragmatisme en het primaat van het milieu, kijken al met een schuin oog naar de onlangs her-opgerichte CPN en PSP, die beweren het oude klein-linkse erfgoed wèl goed te beheren.

Veel consideratie is er niet meer met de "oude getrouwen'. In de aanloop naar het congres schopte vice-voorzitter J. Lagendijk, een belangrijke voorvechter van de vernieuwing, nog eens flink tegen het zere linkerbeen van de partij. Te veel Groen-Linksers, zo schreef Lagendijk in het partijblad, bepalen hun standpunten nog op grond van de vraag: wat vonden we er vroeger van? Dat is verkeerd. Want door politiek te bedrijven op grond van de “levensbepalende behoefte links te willen zijn”, vervreemdt de partij zich van zijn kiezers, vindt Lagendijk.

    • Hendrik Spiering