Mijn ziel in het drijfzand; Isabel Allende over Amerikaanse dromen

Isabel Allende: Het oneindige plan. Uitg. Wereldbibliotheek, 419 blz. Prijs ƒ 39,90.

Hoe overleeft een jonge gringo in de jungle van een Mexicaanse stadswijk? “het enige belangrijke is winnen, de eerste slag is een daalder waard en direct op iemands ballen slaan, mijn zoon, moge God ons vergeven.” Zo luidt de eerste les in zelfverdediging die pater Larraguibel zijn leerling Gregory inprent. Waarmee hij overigens niet het dilemma oplost waarvoor deze zich geplaatst ziet. Integreren in de Mexicaanse cultuur lijkt even onmogelijk als er aan ontsnappen.

Gregory Reeves, hoofdpersoon van Isabel Allendes nieuwe roman, is op zoek naar het geluk uit zijn prille kinderjaren of zoals hij het zelf omschrijft "naar mijn ziel die in het drijfzand van mijn jeugd achtergebleven was.' Zijn herinneringen verweven zich met het verhaal van de vertelster tot de geschiedenis van zijn leven. Een Bildungsroman bijna.

Die geschiedenis begint in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, wanneer hij met zijn familie in een esoterisch beschilderde vrachtauto door het zuiden van de Verenigde Staten trekt. Daar verkondigen zij een door zijn vader uitgedokterd evangelie: "Het Oneindige Plan'. Aan die gelukzalige kinderjaren komt een einde wanneer het gezin zich door ziekte van de "doctor in goddelijke wetenschappen' gedwongen ziet het zwerversbestaan op te geven en neerstrijkt in de Mexicaanse wijk van Los Angeles. Of beter gezegd het getto, waar het grootste deel van de bevolking bestaat uit "wetbacks en wirecutters' zoals de illegale immigranten uit Mexico genoemd worden. De gastvrije opname van het gezin in het huis van de familie Morales betekent Gregory's kennismaking met het Latijnsamerikaanse levensgevoel en met dochter des huizes Carmen, een vriendin voor de rest van zijn leven. In zekere zin is zij de tweede hoofdpersoon in dit boek. Hun levenspaden lopen als de cirkels van een acht uiteindelijk weer naar elkaar toe. Nadat de doctor in goddelijke wetenschappen op een weinig verheffende manier het aardse heeft verlaten is Gregory op zichzelf aangewezen. Heen en weer geslingerd tussen twee werelden - te blank voor de Mexicanen en te arm voor de blanken - wordt in elk geval één ding duidelijk: om een evenwicht te vinden zal hij zich moeten losmaken uit dit milieu.

Zijn vertrek naar de universiteit van Berkeley markeert een nieuwe episode in het boek van Allende. Tot zover niets dan lof. Met liefde, humor en mededogen en in de beeldrijke taal die we van haar gewend zijn beschrijft Allende het wel en wee van dit stukje Mexico binnen de VS. Het leven is kleurrijk, lawaaierig, bizar, droevig, arm, uitbundig, wreed, hartstochtelijk en sentimenteel maar zelden saai of voorspelbaar. Als het verhaal zich naar Berkeley verplaatst lijken de personages echter minder kleurrijk en de gebeurtenissen vlakker te worden.

Hippies

In eerste instantie heeft dit te maken met het feit dat een en ander zich gaat afspelen tegen een decor dat op z'n zachtst gezegd nogal bekend voorkomt: de jaren zestig. Hoeveel romans zijn er al niet verschenen waarin de jaren zestig - studentenrevolte, flower-power, hippies, seksuele revolutie - beschreven worden vanuit de ontwikkeling van één of enkele hoofdpersonen? Zelfs al wordt daarbij zoals in dit geval de nodige distantie en ironie betracht, dan nog blijkt het moeilijk om niet in herhalingen en clichés te vervallen. Daarnaast gaan zowel Gregory als Carmen zich buiten de Mexicaanse wijk en los van hun familie meer gedragen als "gemiddelde Amerikanen'. Herkenbaarder enerzijds en karikaturaal anderzijds, want mensen die in een "tijdsbestek' van enkele bladzijden fortuin maken en beroemd worden zijn geen boeiende personages meer, maar eerder stereotypen uit een soap opera die voor de zoveelste keer het verhaal vertelt van de Amerikaanse droom dat iedere krantenjongen miljonair kan worden. De werkelijkheid mag dan soms net zo onwaarschijnlijk zijn als een soap opera, zoals ergens vergoelijkend wordt gezegd, maar wie dit tot principe verheft, loopt de kans dat het zelfs als pastiche niet meer geloofwaardig overkomt.

Is het nu de vertelster/schrijfster of het decor waardoor dit deel van Het oneindige plan zo veel minder tot de verbeelding spreekt? Misschien is het een wisselwerking. De taal - of moet ik zeggen de toon? - lijkt niet meer zo goed bij het decor en de personages te passen. Wat in de Mexicaanse context fascineert en vermaakt klinkt hier dikwijls overdreven en voorspelbaar. Zoiets als carnaval boven de rivieren; het lijkt erop maar het heeft de juiste toon niet.

In het gedeelte over Vietnam heeft Allende de toon weer te pakken. De zinloosheid en absurditeit van de oorlog exploderen in één krachtige scène, in één langgerekte schreeuw en in de nachtmerries van de Vietnamveteraan die hier toevallig Gregory heet. Hij keert terug naar de States met maar één voornemen: rijk worden, koste wat het kost. Zijn hernieuwde jacht op het geluk eindigt in een soort apocalyps die een louterende werking blijkt te hebben, en zo komt alles (een tikje melodramatisch) toch nog goed. “Ik was betoverd door de Latijnsamerikaanse muziek en de gewoonte om verhalen te vertellen; de mensen spreken over hun leven op de toon van een legende”, zegt Gregory ergens in dit boek. Waarmee hij de kern raakt van de fascinatie die de Spaansamerikaanse literatuur op velen blijft uitoefenen. Het is de kunst van het vertellen en die is niet iedereen gegeven.

"C'est le ton qui fait la musique'. Allende bewijst ook nu weer dat ze over die toon kan beschikken en dat maakt dat je dit boek ondanks de zwakkere gedeeltes en een aantal schoonheidsfoutjes in het (ver?)taalgebruik toch in één adem wilt uitlezen.