Leider Ciskei wordt blok aan been van De Klerk

BISHO, OKT. Bisho is niets. Als een plek kan verbeelden hoe kunstmatig het thuislandenbeleid in Zuid-Afrika was, is het dit klompje gebouwen in de leegte, de hoofdstad van Ciskei. Een architect mocht zich postmodern uitleven in kleurtjes en zuiltjes voor de departementsgebouwen van de onafhankelijke staat. Almere in Afrika.

Aan de overkant van de weg, bij het stadion, herinnert niets aan de schietpartij van 7 september, toen het Ciskeise leger het vuur opende op tienduizenden ANC-demonstranten. De 28 doden zijn begraven, de gewonden uit het ziekenhuis ontslagen, de politici weer aan het praten. Bisho is bijgezet in de galerij van Zuidafrikaanse bloedbaden.

Maar Ciskei is allerminst terug in de normaalstand. Op de wegen in en rond het thuisland rijden patrouillewagens en tanks van het Zuidafrikaanse leger. In het nabije King William's Town, aan de Zuidafrikaanse kant van de grens, liggen militairen achter zandzakken bij de kerk in de hoofdstraat. President De Klerk stuurde na 7 september drie compagnieën naar de “buurstaat” om de orde te bewaren. Hoezo onafhankelijkheid?

Er was reden om een uitbarsting te vrezen, want brigade-generaal Oupa Gqozo, sinds maart 1990 leider van het thuisland, is hoogst impopulair. De bevolking van het Xhosa-thuisland is in grote meerderheid ANC-gezind. Terwijl de wereld het hoofd weer afwendde, heeft de onderdrukking van de bevolking door leger en politie van Gqozo volgens ANC'ers en onafhankelijke bronnen ongekende vormen aangenomen. Bewoners van Zwelitsha, het township bij Bisho, spreken van nachtelijke huiszoekingen door het leger en mishandeling van ANC'ers. Uit afgelegen dorpen in het binnenland komen soortgelijke berichten. Deze maand werden vier ANC'ers 's nachts in hun huis vermoord. Ciskei mag lang beschouwd zijn als een lachwekkend bananenstaatje, het dreigt nu een volwassen militaire dictatuur te worden.

De 22-jarige onderwijzer Stalin (“Zo heeft mijn vader me genoemd, ik heb hem nooit gevraagd waarom”) Booi werd op 28 september in het dorp Ndakona door zes mannen in uniform bij school opgewacht. Ze brachten hem eerst naar de lokale chief en bonden hem naakt aan een telefoonpaal. Acht uur lang sloegen ze hem met sjamboks (zwepen), touwen en een ijzeren staaf. Bijna achteloos tilt Stalin zijn hemd op: strepen en net geheelde wonden bedekken zijn borst en rug.

“Ze beschuldigden me ervan dat ik wapens had en lid was van het ANC”, zegt Stalin. “Ik zou de toyi-toyi (dans van ANC-jongeren) naar de school hebben gebracht en de scholieren politiseren”. Pas na acht uur redde Stalins broer met een politieman hem uit de handen van het zestal. “Anders hadden ze me zeker vermoord.” Hij knikt instemmend als zijn vrienden zeggen dat dit maar een onbeduidend incident was, vergeleken bij grover geweld van de Ciskeise troepen.

De zes zwarten droegen het uniform van de “Peaceforce Security Guards”, een schimmige particuliere beveiligingsorganisatie uit Johannesburg, die Oupa Gqozo enkele maanden geleden inhuurde, officieel om regeringseigendommen te bewaken. De groep wordt getraind op een verlaten legerbasis in Ciskei, waar buitenstaanders niet welkom zijn. De naam van dit korps valt meer dan eens bij voorvallen van geweld en mishandeling van ANC'ers. Stalin heeft aangifte gedaan bij de politie en kreeg onlangs te horen dat vier mannen zijn aangehouden. “Maar ik geloof de Ciskeise politie niet”, zegt hij.

In het township Zwelitsha is de reactie van de bevolking zichtbaar. Tussen de eengezinswoningen staat her en der een geblakerd, uitgebrand pand. Hier woonden soldaten van het Ciskeise leger, die uit wraak na 7 september zijn verdreven. Jola, die ons rondleidt, wijst - trots op de verzetsdaad - op een rij van zes huizen die afgebrand of ingestort zijn. Hij maant ons door te rijden en nergens te stoppen, “ze schieten hier makkelijk”.

Van politieke vrijheden, waar de ANC-demonstratie om ging, is geen sprake. Sectie 43 van de Interne Veiligheidswet geldt nog steeds: voor een politieke bijeenkomst is toestemming nodig van de hoofdman of van de rechter. De ervaring heeft de ANC'ers geleerd dat die toestemming weinig uitmaakt; soldaten of politiemensen kunnen ter plaatse nog een demonstratie verbieden. “Na de mars op Bisho is alles hier op zijn kop gezet”, zegt gemeenschapsleider Sylvester Wright. “Ik kan geen nacht meer slapen. Soldaten doorzoeken de huizen op wapens en vallen mensen aan. We horen hier elke nacht schoten”. Hij en anderen getuigen hoe Zuidafrikaanse soldaten toekijken wanneer de Ciskeise collega's hun gang gaan.

Gqozo probeert intussen een politiek fundament te leggen onder zijn leiderschap. Hij richtte een nieuwe partij op, de African Democratic Movement, en tooide zich voor het eerst in tribale kledij. Velen zien een soortgelijke ontwikkeling als in KwaZulu, waar Buthelezi zich via Inkatha met hulp van de Zuidafrikaanse inlichtingendienst een nationaal politiek platform verwierf. “De Xhosa's zullen zich niet zo laten verdelen als de Zulu's. Men probeert het geweld in Natal naar hier te exporteren”, zegt ANC'er Nzimeni Vanqa. De verdenkingen tegen de ADM zijn vergroot doordat de eerste secretaris-generaal een blanke was, een vermeende ex-officier van de militaire inlichtingendienst, die inmiddels na een conflict met Gqozo is vertrokken.

Hij is niet de enige die tussen de wielen is gekomen van de grillige brigade-generaal. Gqozo's voorkeuren kunnen volgens mensen die hem van nabij kennen per stemming wisselen. Hij ontslaat ministers op staande voet en kan onverwacht ontploffen. Tijdens een ontmoeting met het ANC in Pretoria vorig jaar ontdekte één van de aanwezigen dat Gqozo jarig was. Men legde in de lunchpauze wat geld bij elkaar en bood het aan als geschenk. De brigade-generaal barstte hevig geëmotioneerd uit in een langdurige huilbui.

De grillige leider begint meer en meer een blok aan De Klerks been te worden. De contacten met de Zuidafrikaanse regering, die Gqozo met honderden miljoenen per jaar in het zadel houdt, zijn diep gezonken. Hij heeft zich na het bloedbad in Bisho de status van ANC-bestrijder nummer één aangemeten. Vorige week vergaderde hij met Eugène Terre'Blanche, de extreem-rechtse leider van de racistische Afrikaner Weerstandsbeweging. Hij sloot zich aan bij het ongewone front van thuisland-leiders en de blanke Konservatieve Partij tegen de regering en het ANC, en speelt met de gedachte van een eigen staat, terwijl ook de Zuidafrikanen weten dat Gqozo vooral zichzelf vertegenwoordigt. Maar Zuidafrikaanse regering weigert de macht in Ciskei over te nemen: dat zou tegen het internationaal recht indruisen. De enige hoop voor de Zuidafrikanen lijkt een nieuwe coup, waarbij zij met een beroep op stabiliteit in de regio Bisho kunnen binnentrekken. Maar kenners menen dat Gqozo dank zij de salarisschalen in zijn leger voldoende aanhang heeft: waren zijn soldaten op 7 september niet bereid met scherp te schieten op ongewapende demonstranten?

De Zuidafrikaanse ambassadeur in Ciskei, Pieter van Rensburg Goosen, spreekt van “een extreem moeilijke situatie”. “Het niveau van instabiliteit is onaanvaardbaar. Het is tijd dat de partijen met elkaar om de tafel gaan zitten”. De Zuidafrikaanse ambassade is in weerwil van de ijzeren consequentie van het thuislandenbeleid in King William's Town gevestigd - op Zuidafrikaanse bodem. Er is grond aangekocht in Bisho, maar vanwege de beoogde terugkeer van de thuislanden in het moederland heeft Zuid-Afrika maar afgezien van een nieuw ambassadegebouw. Het is duidelijk: de ambassade is er meer voor binnenlandse dan voor buitenlandse zaken.

De ambassadeur weet van de ongeregeldheden in Ciskei. Hij weet dat King William's Town een vluchtelingenprobleem heeft: zestig mensen zijn uit Ciskei weggevlucht. Vrouwen en kinderen leven in een bedompt ANC-kantoortje. “Er is ook een andere kant: de mensen die zijn gevlucht zijn ANC'ers die aanzetten tot geweld, tribale leiders aanvallen en bezittingen vernielen. Het geweld komt van beide kanten, en beide kanten hebben hun eigen rechtvaardiging”.

Gqozo is sinds vorig jaar onder een vorm van financiële curatele gesteld en Zuid-Afrika mag drie ministers op sleutelposten in het Ciskeise kabinet benoemen. De top van het Ciskeise leger bestaat uit oud-officieren van het Zuidafrikaanse leger, die op 7 september bij de schietpartij het bevel voerden. Van Rensburg Goosen: “Hun bevelhebber is Gqozo. Zij hebben hem loyaal gediend. Ik weet dat de wereld Zuid-Afrika verantwoordelijk houdt voor wat hier gebeurt, maar ik kan u verzekeren dat de regering van Ciskei volledig in beheer is van de Ciskeise aangelegenheden”.

Deze week demonstreerde het ANC weer. De mars naar de Zuidafrikaanse ambassade was klein, zo'n vijftienhonderd mensen, en gedisciplineerd. Er werden spandoeken meegedragen met een karikatuur van Gqozo, “het beest van Bisho”, en 28 kruizen. Toen ambassadeur Van Rensburg Goosen de petitie in ontvangst had genomen, deed zich één van die wonderlijke onverwachtheden voor waar Zuid-Afrika rijk aan is. De ambassadeur vroeg de ANC-leiders of hij één verzoek mocht doen. Zouden de demonstranten zo vriendelijk willen zijn af te sluiten met het zwarte volkslied Nkosi Sikelela i-Afrika?

De ANC'ers keken elkaar verbijsterd aan. De blanke ambassadeur van Zuid-Afrika in Ciskei, die vroeg om hun volkslied, hun lied van verzet? Ze keerden zich om naar hun aanhang en zetten schuchter in. En ze zongen, plechtig, in de namiddagzon van een klein stadje, God zegen Afrika. Het is een van de mooiste liederen die ik ken, zou de ambassadeur later zeggen.