Klikspaan je tong gaat eraan; Het magische talent van Janet Frame

Janet Frame: De lagune en andere verhalen. Vert. May van Sligter. Uitg. De Geus, 125 blz. Prijs ƒ 29,50.

Sinds de Nieuwzeelandse cineaste Jane Campion onder de titel An Angel at My Table de autobiografie van haar schrijvende landgenote Janet Frame verfilmde, werden de boeken van Frame bekend bij een ruimer publiek. Dat geldt vooral voor de drie delen, ook in het Nederlands vertaalde, autobiografie, en jammer genoeg minder voor haar andere, stuk voor stuk schitterende romans en verhalen. Niemand is zo bij machte om in doodnormale, niet klagerige maar in hun nuchterheid bijna opwekkende, termen te beschrijven hoe het voelt om je consequent anders te voelen dan iedereen om je heen, van je moeder tot en met de juffrouw achter het loket van de bioscoop. En eigenlijk ken ik geen andere auteur die zo tovert met alledaagse woorden en zinnen, met de klank en het licht van de taal.

Wie de film van Campion zag, herinnert zich ongetwijfeld het moment dat Janet, opgesloten in een inrichting, in bange afwachting is van een kleine neurochirurgische ingreep met desastreuze gevolgen. "Leukotomie' staat er bovenaan de lijst waarop ook haar naam voorkomt. Een deel van haar lotgenotes ging haar voor. Ze kwamen terug met een verband om hun hoofd en gedroegen zich voortaan als wezenloze weekdieren. De arts nadert en Janet duikt weg, vervuild en verwilderd en met de dood in haar ogen. En dan feliciteert die dokter, god voor de patiënten, haar hartelijk met een prijs die haar niets zegt en zegt: “Ik heb besloten dat je moet blijven zoals je bent.”

Janet Frame (Dunedin, 1924) ontsnapte inderdaad op het nippertje aan de behandeling die de dood van haar geest had betekend, doordat haar literaire debuut, een bundel korte verhalen, werd bekroond met de Hubert Church Award voor proza, een belangrijke nationale literaire prijs. The Lagoon and Other Stories heette het boek en de, kortgeleden gepubliceerde, Nederlandse vertaling van die cruciale eerste proeve van Janet Frames magische literaire talent heet De lagune en andere verhalen.

De bundel kwam uit in 1951. Frame was toen zesentwintig jaar oud en had er, bij vergissing gediagnosticeerd als schizofreen, al een eerder verblijf in een inrichting inclusief een aantal electroshocks opzitten. Omdat ze maar niet wilde "genezen', was ze inmiddels gedoemd de rest van haar leven te verblijven in een overvol, armoedig psychiatrisch instituut. Zelfs goed gedrag zou haar niet redden, de doktoren onderzochten en behandelden haar niet eens meer. Later zou ze in haar prachtige roman Faces in the Water (1961, mag die ook worden vertaald in het Nederlands?) impressionistisch, met veel gevoel voor detail en bij alle ellende nog geestig ook verwoorden wat zo'n onofficiële veroordeling tot levenslang deed met haar en haar lotgenotes.

Afgetobd

De hoofdpersonen van de verhalen in De lagune en andere verhalen maken weinig bijzonders mee. Ze munten uit in onopvallendheid en zijn getekend door schraalte van de jaren dertig en veertig. Soms verblijven ze in een inrichting, soms bestieren ze een huishouden, soms zijn ze een jong meisje, een afgetobde arbeider, een werkende ongetrouwde vrouw of een alleenstaande moeder en altijd schieten ze tekort vinden ze: “...waarom liggen er kranten op de grond en waarom heb ik er niet aan gedacht de rommel op te ruimen, waar woon ik dat ik niet netjes en keurig ben met een permanent. O, kon het hele zijn maar worden geblauwseld en gewassen en uitgehangen in de verre zon.” Ze scharrelen wat rond en soms krijgt hun verlangen vorm in een soort visioen dat weer past in hun dagelijkse doen: ze wensen een tijger als kerstkado en die lijkt inderdaad aanwezig op kerstochtend, hij ligt opgerold te slapen "in de hoek naast de deur'. Allen verbazen zich over het gemak waarmee andere mensen als het ware voelen met hun handpalmen waar zij zich steeds weer pijn doen doordat ze niet anders kunnen dan hun kwetsbare vingertoppen gebruiken. Want allemaal observeren ze beter dan goed voor ze is: de doorsnee gelatenheid, noodzakelijk voor wie een kleurloos bestaan wil overleven, is onbekend voor meisjes die volwassenen zien als "mensen met uitpuilende jurken aan, mensen die recht en averecht breien terwijl het bolletje wol veilig en schoon uit een keurige bruine tas hing met stokrozen en klaprozen erop.'

Janet Frame, die in deze bundel haar lezers vergelijkt met "mensen die hun wijze oor te luisteren leggen aan het sleutelgat van mijn geest', vond in May van Sligter een toegewijd, perfectionistisch vertaalster. Frames bijzondere Engels werd niet overgezet in moeizaam maar in apart Nederlands. Haar zorgvuldig onsentimentele toon kreeg in de vertaling precies de juiste droge toets; haar neiging om rijmpjes en versflarden te hanteren resulteerde in mooie vondsten: "Charlie, klikspaan je tong gaat eraan'. Haar natuurlijke, ritmische stijl die haar proza verrijkt met refreinen en andere poëtische figuren zonder hoogdravend te worden, klinkt helder als een klokje aan de keel van een kalf door in Van Sligters woorden. Aan het belang dat Frame bespeurt in de emotionele betekenis van lege beleefdheidsformules kwam May van Sligter tegemoet door zorgvuldig de Nederlandse pendanten op te sporen. Want van "dat had je niet moeten doen' tot en met "sorry voor de rommel' betekenen ze een schild voor de Frame-personages, een schild dat hen beschermt of, vaker, dat hen afweert: “Draag wijze gezegdes en eigentijdse voorbeelden als een kunsthuid, een Jiminy Cricket-overjas”.