Inhaalplan voor infrastructuur vergt 55 miljard

DEN HAAG, 30 OKT. Nederland dreigt haar positie als Europees distributieland te verliezen. Alleen fikse investeringen op korte termijn kunnen die ontwikkeling nog keren. Tot 2015 is er 55 miljard gulden nodig om Nederland voldoende concurrentiekracht te geven en te voorkomen dat 180.000 arbeidsplaatsen verloren gaan.

Dat is de voornaamste boodschap van het rapport "Concurreren met infrastructuur' dat mevrouw N. Kroes, voorzitter van Nederland Distributieland (ND), vanmiddag in Den Haag aan kamervoorzitter drs. W.J. Deetman aanbood. De inhoud van het rapport, dat als een "inhaalplan' wordt gepresenteerd, is een waarschuwing aan de Nederlandse overheid. De schade aan de Nederlandse economie door files, ontbrekende stukken snelweg, te weinig spoorinfrastructuur en slecht onderhouden vaarwegen bedraagt "jaarlijks enkele miljarden guldens'. De investeringen in infrastructuur zijn de afgelopen jaren steeds verder afgenomen en dat zal zich volgens ND spoedig wreken.

Nederland blijft volgens het rapport achter bij landen als Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. De Fransen investeren de komende jaren twee keer zoveel in hun infrastructuur. Het investeringsniveau van de Duitsers en de Britten ligt circa 35 procent hoger. De oorzaken voor de achterstand die Nederland in dit opzicht heeft opgelopen, liggen voor een groot deel in het verleden. De afgelopen decennia is de aandacht voor investeringen in infrastructuur sterk verminderd. De cijfers die in het ND-rapport zijn opgenomen geven dat aan: het investeringsniveau is sinds begin jaren zeventig inmiddels gehalveerd tot amper twee procent van het bruto nationaal produkt.

ND-voorzitter Kroes wil niet spreken van directe kritiek op de overheid. “De opzet van het overheidsbeleid is goed, maar we kampen voortdurend met vertraging”. De snelheid van besluitvorming ligt in Nederland beduidend hoger dan in landen als België, Frankrijk en Duitsland. In sommige gevallen duurt een beslissing over een autosnelweg hier tien jaar langer. De voormalig minister van Verkeer en Waterstaat maakt zich vooral over dat laatste ernstige zorgen. “Het is echt een beetje alles of niets voor Nederland maar dat besef leeft nog lang niet bij iedereen”, zegt Kroes.

Kroes verbaast zich, ondanks haar ruime ervaring, nog steeds over de “enorme bureaucratie en de eindeloze inspraakrondes in dit land”. Naast de adviezen voor meer investeringen pleit zij daarom voor een andere aanpak van projecten van "nationaal belang'. “Bepaalde zaken moeten gewoon boven de lokale bestuurder uitgaan en van nationaal belang worden verklaard. En dan ook een andere behandeling krijgen in tijd en snelheid van aanpak. Veel directere lijnen dus. De discussie rond de Betuwelijn is daar een voorbeeld van”, meent Kroes.

De naderende Europese eenwording stelt Nederland volgens ND voor snelle beslissingen. De internationale goederenstroom over de weg zal de komende twee decennia verdubbelen. Het spoorwegverkeer zal, als de Betuwelijn wordt aangelegd, zelfs verviervoudigen. De overslag in de Rotterdamse haven en op Schiphol kunnen daar volgens ND flink van profiteren, "mits' de adviezen van het inhaalplan worden overgenomen door de overheid.

Die adviezen kosten natuurlijk geld. In totaal, zo heeft ND laten berekenen, circa 55 miljard gulden. Het overgrote deel daarvan zal gefinancierd moeten worden uit de reguliere begroting van Verkeer en Waterstaat. De noodzakelijke extra middelen moeten komen uit extra aardgasbaten en de algemene middelen. “En eventueel private financiering”, voegt Kroes daar aan toe. “Ik achthet in dat opzicht ook niet onbespreekbaar om in de toekomst tol te heffen op snelwegen”, aldus de ND-voorzitter.

    • Max Christern