Indonesië distantieert zich van verzoek om Nederlandse bijdrage

DEN HAAG, 30 OKT. Indonesië heeft afstand genomen van een eerder verzoek aan Nederland om mee te betalen aan de ontwikkelingssamenwerking tussen Indonesië en andere Derde-wereldlanden (de zogenaamde Zuid-zuid-samenwerking). De Indonesische minister van onderwijs, Fuad Hassan, ontkende vanmorgen dat president Soeharto Nederland een maand geleden dat verzoek had gedaan in zijn hoedanigheid van president van Indonesië. Volgens Fuad Hassan sprak Soeharto als voorzitter van de Conferentie van niet-gebonden landen.

Dat deze hoedanigheid niet expliciet staat aangegeven in de geaccordeerde notulen van het verzoek noemde Fuad Hassan een “tekortkoming”. Minister Ritzen, aan wie het verzoek was gedaan tijdens zijn bezoek aan Indonesië, sloot zich vanmorgen bij die interpretatie aan. Vorige maand had minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) tot grote irritatie van Indonesië gezegd dat het verzoek “op gespannen voet” stond met het eerdere besluit van Indonesië om de ontwikkelingsrelatie met Nederland te verbreken. Fuad Hassan is in Nederland voor het sluiten van een akkoord over universitaire samenwerking.

Aanvankelijk was de bedoeling dat bij dit akkoord, dat vanmorgen in Den Haag werd ondertekend, ook het verzoek voor ondersteuning van de Zuid-zuid-samenwerking zou worden betrokken. Maar vanmorgen zei Fuad Hassan dat de nadere uitwerking van dit verzoek een zaak was voor “hogere autoriteiten”, zoals de ministers van buitenlandse zaken.

Ritzen en Fuad Hassan verklaarden na het tekenen van het nieuwe samenwerkingsakkoord op universitair gebied dat dit akkoord kan dienen als een grondslag voor verdere samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds voordeel. Op grond van het akkoord zullen beide landen ieder maximaal 120 studiebeurzen ter beschikking stellen en hun universiteiten stimuleren samenwerkingsverbanden aan te gaan. Aan Nederlandse zijde zal daarvoor ongeveer tien miljoen gulden uit de onderwijsbegroting beschikbaar zijn.