"Ik moet! Ik moet! Ik ben een klein kind!'

Ik blader sceptisch in het vuistdikke beginselprogramma van de Libertijnen, de partij van de Belgische zakenman-schrijver-politicus Jean Pierre van Rossem. Die man is het prototype van een populist, hij heeft het figuur van een potvis, terwijl hij bovendien met zo'n malle jaren zestig-beharing door Vlaanderenland beweegt. Niettemin, moet ik met enige spijt constateren: Helemaal gek is hij niet. Zo zegt hij waarachtig een paar niet-onverstandige dingen over onderwijs, vreemdelingen, de rechten van het individu en de broodnodige revisie van het strafrecht, in België en elders. Helaas, zo verzucht Van Rossem, er zal allemaal niets van terechtkomen zolang de natie door een "bende charlatans, bende zwijnen' wordt geregeerd. Daarom is het zaak "die hele kliek in hun smoel te rochelen' totdat "de laatste opperpriester van de oude samenleving in zijn ultieme doodsgerochel zal zijn gestikt.'

Geen coalitiepartner-in-spe lijkt mij, deze Van Rossem, voor christendemocraten noch socialisten.

Met name de socialisten representeren voor hem het absolute kwaad.

Het zijn "de grootste volksverneukers die er ooit hebben bestaan', zei hij, even voordat zijn Libertijnen het parlement binnenrukten. Met stemverheffing: "De socialisten! Ik heb ze een hoop braaksel genoemd. Dat was uiteraard een vergissing. Het socialisme is geen hoop braaksel, het is een enorme beerput.' Daarom, zo stelt hij voor, moet de socialistische partij worden uitgeroeid en dienen alle SP-stemmers in krankzinnigengestichten te worden ondergebracht.

De omnipotente intellectueel Jean Pierre van Rossem heeft inmiddels, naast drie economische studies, vier romans op de markt gebracht. Zijn belleterie is door de kritiek vrij onwelwillend ontvangen, zodat hij inmiddels óók tegen de recensenten is. "Literaire kritiek. Hahaha! Jooris Clitoris Van Hulle uit Pulle. En de andere kutlulle uit Snulle-aan-de-Prulle.' Daarom recenseert hij tegenwoordig zijn boeken zelf. In het postscriptum van zijn boek "Mister Junkie en Sister Morphine', bijvoorbeeld, een "ontroerend verhaal', dat "de literaire wereld onmogelijk kan blijven doodzwijgen'. Waarom doet die man zo klagerig? De voornoemde roman is nota bene, een paar weken geleden, "een van de weinige ontroerende boeken die ik het afgelopen jaar heb gelezen' genoemd.

Door Julien Weverbergh. Zijn uitgever.

Er zijn inmiddels twee biografieën over hem geschreven, één pro en één tegen. Het positieve boek is van de hand van de journaliste Martine VandenDriesse, het negatieve boek is afkomstig van Jan van Rossem. Zijn vader. Zoons die een biografie over hun vader schrijven, ja, dat komt voor. Maar een vader die een biografie over zijn zoon schrijft, dat is bij mijn weten een unicum in de literaire wereld.

Het boek van Martine VandenDriesse schetst de bliksemcarrière van de self made-multimiljardair, die zich op libertijnse wijze aan zijn bekrompen, katholieke milieu ontworstelde. Op navenant libertijnse wijze scheurt hij met driehonderdvijftig kilometer per uur in zijn Lamborghini Memorial over de snelweg, in de richting van het Brusselse éliterestaurant Villa Lorraine. Stropdas verplicht. Maar libertijnen dragen natuurlijk geen stropdas. Geen nood, hij stopt het personeel achteloos een biljet van vijfduizend frank in het knuistje. Nu gaan wij op libertijnse wijze lachen! "Hij vertelt dat hij rommelt in het bord van zijn buur of uit diens glas drinkt.'

Nadere details vindt men in het bord van Van Rossem sr. Hij citeert zijn levenslustige zoon: "Ik vond het gezellig om de een of andere naar urine geurende oude trut de duvel aan te doen. “Ah, madame, wat bent u daar aan het eten? Dat ziet er lekker uit. Mag ik eens proeven?” En dan beet ik een walgelijke hap uit hun biefstuk en klokte hun glazen wijn leeg, of ik begon boven hun tafel in mijn neus te peuteren.'

Gezellig baasje. Zijn vader, spoorwegbeambte te Gent, hoort onder de trein te worden geduwd, vindt hij. Als zijn moeder stervend op straat lag zou hij doodgemoedereerd over haar heen stappen. Zijn zuster stuurde hij op haar trouwdag een gelukstelegram: "En 't is t'hopen dat ge veel misvormde kindjes op de wereld zet.' Op Vaderdag kreeg Van Rossem sr. een feestgedicht toegezonden: "O dear daddy, jij fiere caddie vol paars en deftig braaksel / jij namaakmaaksel uit de goedkoopste solden van Delhaize / jij met je stijf wijf zonder mossel, tenzij misschien een slijkmossel...'

Ach, in elke familie vallen wel eens harde woorden. Niettemin lijkt het mij het gedrag van een maniak.

Waarom doet hij zo vreemd?

"Ik haat mijn ouders', zegt Jean Pierre van Rossem.

Hoe zit het dan met de rest van de wereld waartegen hij niet minder hard te keer gaat?

"Ik moet! Ik moet! Ik ben een klein kind!'

Zijn vrouw heeft inmiddels zelfmoord gepleegd. Zijn met econometrische technieken gebouwd imperium is verleden jaar in elkaar gestort. Hij zat in de cel toen hij, in november 1991, vernam dat tweehonderdduizend Vlamingen op hem hadden gestemd, waaronder 76.214 inwoners van het snaakse en oergezellige Antwerpen.

"Wat een kerel toch!' verzucht zijn hagiofrafe - en 7.3 procent der Vlamingen zeiden het haar na. Wil je in de politiek? Ga in de leer bij Jean Pierre van Rossem. Noem je moeder een sloffend sloorke, dicht je vader een smoel van rochels en bochels toe, scheldt de politie uit voor volgelingen van Hitler, noem jezelf een genie dat inmiddels tweehonderdnegentien vrouwen heeft geneukt en bovenal, noem je collega-politici een zootje vastgeroeste klootzakken respectievelijk een bende roserode dorpsidioten.

Poen en populisme. De Amerikaanse miljardair Ross Perot, de Oostenrijkse miljardair Jörg Haider, de Belgische (ex)-miljardair Jean Pierre van Rossem. Ik weet het niet, volgens mij rust er geen zegen op.

    • Martin van Amerongen