Iedereen die naar de gevangenis gaat heeft gelijk; Gesprek met de Turkse schrijver Aziz Nesin

“Onder het pak van onze politici zit nog altijd een militair uniform,” zegt de Turkse schrijver Aziz Nesin, die tussen 1950 en 1970 in totaal vijfeneenhalf jaar in de gevangenis zat. Nesin (78) woont in een door hem gesticht kindertehuis. “Als mensen sjoemelaars en afzetters worden, ligt dat aan de opvoeding die ze krijgen.”

Aziz Nesin: Ya sar, de man die niet leefde. Vert. Anneke Krijthe. Uitg. De Geus, 362 blz. Prijs ƒ 49,50.

De weg voert door de heuvels even buiten Istanboel. Een modderkleurig stuwmeer, velden met zonnebloemen, hun zwartgeworden koppen naar beneden. Een vrouw in een fladderende broek stapelt blokken hout op onder een verbleekte Coca Cola-reclame. Aan de rechterkant van de weg staat een groot wit huis. Een tiental kinderen is bezig tussen de tomatenplanten in de tuin te spitten. Hier woont Aziz Nesin, een van meest populaire en tevens meest verguisde schrijvers van Turkije, in een tehuis voor straatkinderen dat hij heeft opgezet met de opbrengst van zijn boeken.

"Laat ons de waarheid kennen en help ons met de dingen die we niet weten', staat er op een goudkleurig plakaat in de ruimte waar ik moet wachten. Een jongetje in een T-shirt met een levensgroot hart erop is bezig met het afstoffen van de boeken die op de oude parketvloer zijn verzameld. Hij is een van de 32 zwerfkinderen die in het tehuis onderdak heeft gevonden. “Tuinieren, schoonmaken, en lezen natuurlijk,” antwoordt hij op de vraag wat hij hier zoal doet. “Hou je van lezen?” De jongen grijnst, klakt met zijn tong en gaat weer verder met stoffen.

De kamer op de benedenverdieping van het kindertehuis is een korte samenvatting van Nesins loopbaan: tegen de muur de Russische, Arabische, Hebreeuwse en Griekse vertalingen van de meer dan negentig boeken die hij in zijn leven heeft geschreven. Nesins boeken zijn in 36 talen vertaald. In Nederland verscheen onlangs voor het eerst een roman van Nesin in vertaling, Ya sar, de man die niet leefde. Op een tafel de prijzen die hij met zijn werk heeft verdiend. De "internationale trofee voor de humor' die hij uitgereikt heeft gekregen door de Italiaanse persclub, medailles, bekers, en ergens in een glazen kast een paar handboeien.

“In de gevangenis vind je een fascinerende collectie menselijke wezens,” zegt Nesin. “Het is een goede school omdat je er de hele sociale topografie van Turkije tegenkomt”. De nu 78-jarige Nesin is met zijn boeken altijd in botsing gekomen met het Turkse regime. Tweehonderd keer is hij voor de rechter gedaagd. Tussen 1950 en 1970 zat hij totaal vijfenhalf jaar in de gevangenis. “Een gedicteerde democratie,” noemde hij de regering Evren nog acht jaar geleden in een interview met The Guardian. Samen met een paar honderd andere Turkse intellectuelen had hij een petitie ingediend tegen martelpraktijken in Turkse gevangenissen. Hij werd beschuldigd van hoogverraad. “Onder het pak van onze politici zit nog altijd een militair uniform.”

Korte beentjes

Nesin plukt aan zijn korte broek. Ik ontmoet hem uiteindelijk niet in zijn kindertehuis, maar in een vakantiedorp helemaal aan de andere kant van Istanboel. “Sorry, ik moest even op vakantie.” Als een kind springt hij op en neer in zijn stoel. Hij doet narrig en bokkig. “Waarom ik in de gevangenis zat? Omdat ik gelijk had natuurlijk. Iedereen die naar de gevangenis gaat heeft gelijk.” Een bos wit haar, korte beentjes. Het evenbeeld van de hoofdpersonen in zijn verhalen. Geen gewichtige Turken met grote snorren, maar aandoenlijke mannetjes: de hoofdpersoon die op zijn balkon wordt geroepen en dan oog in oog staat met een Amerikaanse toeriste op straat.

Nesin gebruikt zwarte humor. Verhalen die over de kleine dingen gaan: een vrouw die jarenlang spaart voor een snelkookpan die dan ten overstaan van de hele buurt uit elkaar ploft; zes bewakers die 's nachts stiekem in een zweefmolen kruipen en de molen niet meer stil kunnen zetten; een politieagent die een gevangene moet slaan, maar een onschuldig mens niet kan slaan en dan zo kwaad wordt op de inferieure kwaliteit van de schoenveters bij de politie dat hij de gevangene aftuigt onder het roepen van “Ik sla, zie je wel, ik kan slaan!”

De gevangenis en de absurditeit van het het Turkse regime zijn steeds terugkerende thema's in Nesins werk. “Het is niet gemakkelijk om in de gevangenis te komen. Je moet voor je mening uitkomen. En dat gebeurt hier niet vaak. De mensen zijn bang voor hun familie, hun baan, hun huis.” Intellectuelen kan hij zo'n houding niet vergeven, van hen verlangt Nesin dat ze verantwoordelijkheid nemen en misstanden in hun land aan de kaak stellen. Hij kan zich nog steeds kwaad maken om de slappe houding van de Turkse intelligentsia na de militaire coup van 1980. “Ze gedroegen zich als vioolspelers op een zinkend schip. Ze waren niet wakker te schudden. In andere landen zou dat niet gebeuren. Maar ja, het is daar ook nog veel moeilijker om in de gevangenis te komen.” Nesin stopt en lacht zijn narrenlach. “Daarom gaan in Nederland waarschijnlijk veel van mijn landgenoten in de drugshandel. Ik heb ooit een Hollandse gevangenis bezocht. Je hebt daar zulke grote bibliotheken... die hebben ze bij ons nog niet op de universiteit.”

Opvoeding

Leren, lezen, opvoeding. Mensen en vooral jongeren de mogelijkheid geven om door te leren. Het is een van de vaste punten in Nesin geloof. “Als mensen sjoemelaars en afzetters worden, zoals Ya sar in mijn boek over "de man die niet leefde', dan ligt dat aan de opvoeding die ze krijgen. Hun ouders, de school, de gevangenis. Een systeem waarin ze leren dat afzetten de enige manier is. Er moet toch ook een andere manier zijn om op te voeden?” Behalve het kindertehuis richtte Nesin met dit doel een aantal jaren geleden een Stichting op die een soort Volksuniversiteiten organiseert waar iedereen tegen een kleine vergoeding onderwijs kan krijgen. Ook zijn werk staat volledig in het teken van "mensen iets leren'. Zijn verhalen hebben steevast een boodschap, een "moraal'. “Nee hoor”, pruttelt hij. “Dat is niet waar. Ik ben geen moralist. Ik wil alleen dat mensen iets leren. Ik ben geen moralist verdomme, maar laten we iets gaan eten, ik heb honger.”

Tijdens de maaltijd met uitzicht op de zee van Marmara fleurt hij op. Het vakantieoord is een club van de Turkse journalistenbond. Kleine bungalowtjes en een prachtig terras waar door luidsprekers Turkse muziek klinkt. “Waarom praat je toch steeds over politiek?”, zegt Nesin, terwijl hij zijn vork in een stapeltje aubergines prikt. “De liefde is toch ook belangrijk? Liefde en dood. Dat zijn belangrijke dingen in het leven.” Praten doet hij er echter niet over. “Daar hebben we geen tijd voor. Ik heb twee huwelijken achter de rug. Dus de liefde zal wel niet goed geweest zijn.” Binnen de kortste keren gaat het weer over grote onderwerpen als de Golfoorlog, de honger in de derde wereld en de mondiale uitbuiting. Ondanks zijn leeftijd, een beroerte en een bypass-operatie maakt Nesin zich nog steeds kwaad als een jongen. De dokters hadden hem gezegd dat hij niet meer kon werken, maar hij is alweer aan een nieuw boek begonnen. “Neem nou dit vakantiedorp. Er heerst hier een prachtige militaire geest. Elke ochtend wordt door de luidsprekers het reglement voorgelezen over hoe men zich in het zwembad moet gedragen: niet in het water springen, maar via het trappetje in het water gaan, anders krijg je spetters. Niet in het diepe gaan als je niet kan zwemmen, anders verdrink je. Niet te lang in de zon zitten, anders verbrand je. Drie keer per dag wordt het herhaald. Ik vroeg aan de directeur: waarom doe je dit? Maar na een paar dagen zag ik dat hij gelijk had. Als ik 's middags na het eten wil slapen, kan dat niet vanwege de herrie. Dus moet je een reglement voor de huisjes opstellen: Niet met de deuren smijten, geen kraan laten lopen, niet praten, niet lachen, niet ademen... Daar ben ik dus een verhaal over aan het schrijven.”

Zonder overgang ontsteekt Nesin opeens in een tirade tegen de "high society' in het vakantiedorp. Velen willen niet met hem worden gezien, meent Nesin. “Ik heb veel vijanden en maar weinig vrienden.” Lange tijd mokt hij door over het feit dat zijn boeken in Turkije weinig recensies krijgen. “In twintig jaar is er geen enkele kritiek op mijn boeken gepubliceerd. En als ze schrijven dan vallen ze me aan. Dat komt natuurlijk omdat ik ze geen gratis exemplaren van mijn boeken stuur.”

Vals spelen

Heeft Nesin er nooit over gedacht om weg te gaan uit Turkije? “Nee”, zegt hij. “Dit is geen goed land. Maar het is ons land. Laat degenen die anderen in de gevangenis zetten maar weggaan.” Hij is niet te spreken over de massale Turkse emigratie naar het buitenland. “Daar komt geen enkele positieve verandering van voor Turkije. Voor de landen waar de Turken naartoe gaan natuurlijk wel: Nederlanders, Duitsers, ze leren van ons hoe ze vals moeten spelen. Maar over het algemeen denk ik dat het geen goede zaak is. De mensen raken onder de invloed van die vreemde cultuur en gaan zichzelf ontkennen. Of ze sluiten zich op in hun eigen cultuur. Dan worden ze moslim en gaan zo fanatiek naar de moskee als ze in hun eigen land nooit zouden doen.” Volgens Nesin heeft elke cultuur zijn excrementen, zijn afval, “zoals Tsjernobyl het excrement is van kernenergie.” Het eerste dat mensen zien van een andere cultuur, zijn de excrementen. Zo ziet een Turk uit Anatolië in Amsterdam mensen die elkaar op straat zoenen. En wat doet hij? Hij stopt zijn dochter onder een hoofdoek en sluit haar op in huis, zodat ze niet zal worden gezoend.” Nesin lacht. Hij springt op en pakt een fototoestel. Samen moeten we op de foto. Hij staand, ik zittend. Onze ogen op dezelfde hoogte. “Ga maar gauw terug naar Amsterdam.”

    • Marjon van Royen