Hoogmoed in Vermont; Spannende tragedie van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt

Als plot voor een roman klinkt het te gek voor woorden: de Griekse cultuur stijgt een groepje studenten aan de Amerikaanse oostkust naar het hoofd en de bacchantische furie eindigt in een slachtpartij. Maar de jonge Amerikaanse schrijfster Donna Tartt schiep uit deze gegevens een klassieke tragedie, die zich bovendien laat lezen als een thriller. “Wat de studenten te gronde richt, is hetzelfde dat Prometheus, King Lear en Macbeth in het verderf stort: hybris, overmoed.”

Donna Tartt: The Secret History. Uitg. Viking, 524 blz. Prijs ƒ 60,15 (geb.) en ƒ 37,60. Amerikaanse editie: uitg. Knopf. De verborgen geschiedenis (vert. Barbara de Lange) verschijnt in april bij uitg. Anthos.

Een van de belangrijkste thema's van de Amerikaanse literatuur is de tegenstelling tussen oost en west, tussen het beschaafde, door Europa beïnvloede leven aan de oostkust en de ongerepte vrijheid in het "wilde' westen. Sinds James Fenimore Cooper in het begin van de vorige eeuw de frontier novel uitvond, heeft een lange stoet schrijvers inspiratie gevonden in de trek naar het westen. De eenzame cowboy die op de vlucht voor de beschaving steeds verder in de richting van de ondergaande zon rijdt werd een Amerikaanse oerfiguur, en "the West' groeide uit tot een mythische plaats waar iedere daadkrachtige individualist zijn mislukte leven in het corrupte oosten van zich af kon schudden, om opnieuw te beginnen.

In The Secret History, de overweldigende debuutroman van de jonge Amerikaanse schrijfster Donna Tartt, zijn de zaken omgedraaid. De hoofdpersoon is een Californiër die uit onvrede met zijn troosteloze leven ("mijn vader was gierig, ons huis lelijk, mijn kleren waren goedkoop') besluit om zich aan te melden bij een gerenommeerd college aan de Amerikaanse oostkust. Daar, in het rustieke landschap van Vermont, en temidden van beschaafde, rijke studenten, hoopt Richard Papen een beter leven te krijgen. Hij verzint een rijk en sprookjesachtig verleden voor zichzelf en stort zich op het elitairste vak dat hij kan verzinnen: Oudgriekse taal en cultuur.

Het wordt een drama. Tijdens zijn jaar op Hampden College raakt hij betrokken bij moord en doodslag, wordt hij misbruikt door zijn beste vrienden en verliest hij het vertrouwen in zijn eigen goedheid - en die van zijn medemens.

In zijn verlangen om koste wat het kost geaccepteerd te worden door de gevestigde kringen aan de oostkust, doet Richard Papen denken aan de hoofdpersoon van Scott Fitzgeralds The Great Gatsby - zonder twijfel de beroemdste roman over een westerling die zich verslikt in de morele decadentie van oostelijk Amerika. Het is niet de enige overeenkomst tussen The Secret History en het meesterwerk van de door Tartt bewonderde Fitzgerald. In beide boeken wordt een vernietigend beeld gegeven van een groep jonge mensen die aan rijkdom en afkomst een misplaatst superioriteitsgevoel ontlenen; in beide boeken ontwaakt de arrivé uit het westen hardhandig uit zijn naïeve dromen; en in beide boeken wordt de lezer door de meeslepende en elegante stijl gedwongen tot sympathie met moreel verwerpelijke personages.

In koelen bloede

"Innocence lost', daar gaat het om in The Secret History. Of: hoe vier begaafde studenten er toe komen een bevriende medestudent in koelen bloede te vermoorden; en hoe een vijfde toekijkt en niet ingrijpt. De intelligente en verrassende misdaadroman die dat oplevert, heeft Donna Tartt tot de literaire sensatie van dit najaar gemaakt. In Amerika, waar succes in de eerste plaats gemeten wordt in geld, werd trots verteld dat Tartt van haar uitgever het hoogste voorschot had gekregen dat ooit aan een debutant was betaald (een half miljoen dollar). Zes maanden geleden werd vervolgens begonnen met een ongeëvenaarde publiciteitscampagne: niet alleen werden gebonden drukproeven over de hele wereld verspreid, maar ook kregen alle recensenten een cassette met een interview met de schrijfster. Nog voor Donna Tartt haar manuscript had voltooid waren de filmrechten voor The Secret History al verkocht. En wie afging op de enthousiaste leesrapporten en de bejubelde voorpublikaties, moest wel de indruk krijgen dat een nieuwe Scott Fitzgerald was opgestaan.

Ook Tartts Nederlandse uitgever heeft hoge verwachtingen: ongeveer tegelijkertijd met de Engelse proeven werd een glanzende paperback rondgestuurd waarin alvast 80 bladzijden van de Nederlandse uitgave waren opgenomen - en dat terwijl De verborgen geschiedenis (vertaling Barbara de Lange) op zijn vroegst in april 1993 zal worden gepubliceerd.

The Secret History is nu drie weken uit - in Amerika en Engeland, gebonden en in paperback - en inmiddels is Donna Tartt uitgegroeid tot de meest "gehypte' auteur na Madonna. Niet ten onrechte, want The Secret History is een prachtig boek. Vanaf de eerste zin van de proloog ("De sneeuw in de bergen begon te smelten en Bunny was al weken dood voordat we de ernst van onze situatie begonnen in te zien') wilde ik niets anders dan doorlezen totdat ik de laatste alinea bereikt had. Het verhaal van Richard Papen en zijn vrienden is zo spannend dat je de neiging hebt om de bladzijden steeds sneller om te slaan, en tegelijkertijd zo goed geschreven dat het zonde zou zijn om niet ieder woord tot je door te laten dringen.

Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat Tartt wegens haar leeftijd (28) en wegens haar vriendschap met de jonge schrijver Bret Easton Ellis (die samen met haar studeerde op het vooraanstaande Bennington College in Vermont) wordt beschouwd als een erfgenaam van de zogenaamde "brat pack writers' die in de jaren tachtig de Amerikaanse literatuur onveilig maakten. Tartt bevindt zich in een andere klasse: The Secret History is onderhoudender dan Bright Lights, Big City van Jay McInerney, laat nog meer indruk achter dan Less Than Zero van Ellis, en doet vergeten dat er ooit een schrijfster met de naam Tama Janowitz is geweest. Tartt mag dan, net als haar leeftijdgenoten, schrijven over verwende twintigers die drank en drugs niet uit de weg gaan, haar debuut is in de eerste plaats een psychologische roman in de traditie van Dostojevski's Misdaad en straf.

Ravijn

Hoe enerverend The Secret History ook is, het is geen whodunit in de klassieke zin. Al uit de proloog wordt duidelijk wie er verantwoordelijk zijn voor de val van Edmund ("Bunny') Corcoran in een ravijn. Boek I van The Secret History is dan ook gewijd aan de bizarre gebeurtenissen die tot de moord leiden. Boek II beschrijft hoe het de samenzweerders vervolgens vergaat: de verhoren van de politie na de vermissing, de emoties wanneer het lijk gevonden en begraven wordt, de spanningen die de onderlinge vriendschap langzaam kapot maken, en uiteindelijk de dramatische zelfmoord van de hoofdschuldige.

Een happy end zit er vanzelfsprekend niet in. The Secret History is een somber boek. Richard Papen mag dan de gevreesde gevangenisstraf ontlopen, hij is veroordeeld tot een knagend geheim en levenslange eenzaamheid. In de epiloog van het boek schrijft hij dat hij lange tijd alleen maar Jacobijnse toneelschrijvers las: "the candlelit and treacherous universe in which they moved - of sin unpunished, of innocence destroyed - was one I found appealing (-) They understood not only evil, it seemed, but the extravagance of tricks with which evil presents itself as good.'

Hoe het kwade zich voor kan doen als het goede, wordt door Richard stap voor stap beschreven. Het eerste deel van zijn herinneringen leest als een idylle. Het is herfst (of eigenlijk Indian summer) in New England als het collegejaar begint; Hampden College is een pittoreske universiteit, met statige gebouwen en grote grasvelden, en na enige moeite slaagt Richard er in om toegelaten te worden tot de werkgroep Grieks van de excentrieke en veeleisende Julian Morrow. De Californiër weet niet wat hem overkomt. In het selecte klasje van zes rijke studenten (die van Morrow geen andere colleges mogen lopen) wordt pure wetenschap bedreven. Er worden klassieke schrijvers gelezen, ethisch-filosofische discussies gehouden, zelfs gesprekken in het Grieks gevoerd. Ook buiten de lessen vormen Richard, Henry, Francis, Bunny en de tweeling Charles en Camilla een broederschap: ze eten en studeren samen, en trekken zich in de weekends terug in een huis in de bossen.

Hoewel Richard soms het gevoel bekruipt dat zijn vrienden iets voor hem verbergen, is het pas in het tweede semester dat hij ontdekt wát. Beïnvloed door de filosofieën van hun docent - “beauty is terror, wat kan er huiveringwekkender en mooier zijn voor zielen als die van de Grieken en van ons dan het volledige verlies van de zelfbeheersing?” - hebben Henry, Francis en de tweeling een Grieks bacchanaal in de bossen gehouden. Een grootse ervaring, versterkt door drank en lang vasten. Maar toen ze uit hun dionysische trance ontwaakten, bleken ze een nachtelijke voorbijganger gruwelijk te hebben vermoord.

Furie

Als plot voor een roman klinkt het te gek voor woorden: de Griekse cultuur stijgt een groepje studenten naar het hoofd en de bacchantische furie eindigt in een slachtpartij. Het is de verdienste van Tartt dat ze er niet alleen in slaagt om dit overtuigend te brengen, maar ook om aannemelijk te maken dat de ik-figuur na zijn ontdekking niet naar de politie loopt. Op een subtiele manier, en met een beroep op Richards latente superioriteitsgevoel ("is het rechtvaardig als vier studenten levenslang krijgen voor moord op een boer uit Vermont?') maakt de charismatische Henry hem medeplichtig. Richard raakt zo in zijn ban dat hij zelfs gaat inzien dat good old Bunny, die ook achter het geheim is gekomen, uit de weg moet worden geruimd voor hij zijn mond voorbijpraat.

In een van de vele interviews die Donna Tartt de afgelopen tijd heeft gegeven, citeert de schrijfster een versregel uit een Griekse tragedie: "Als kwaad tot kwaad leidt, waar zal dan de keten van het kwaad eindigen?'. Deze spreuk van Sofokles was misschien een beter motto voor The Secret History geweest dan de citaten van Nietzsche en Plato die nu aan het begin van het boek staan. Tartt beschrijft nauwkeurig het uit thrillers en krimi's bekende mechanisme dat een moordenaar misdaad op misdaad moet stapelen om te zorgen dat hij niet gepakt wordt. De eens zo hooggestemde studenten deinzen na de ongelukkige doodslag in de bossen nergens meer voor terug. Ze liegen, bedriegen, vermoorden Bunny, verloochenen hun vrienden en staan elkaar uiteindelijk zelfs naar het leven. De geschokte lezer begint te begrijpen wat Richard bedoelde toen hij in het begin van zijn verhaal opmerkte dat de ware klassieke geest "narrow, unhesitating, relentless' is.

Zo wordt de idyllische vriendschap uit het eerste semester tot een hel. "Aanvankelijk', schrijft Richard, "vond ik het een prettig idee dat de misdaad ons in ieder geval met elkaar had verbonden; we waren niet gewoon vrienden, maar vrienden-tot-de-dood-ons-scheidt. Het was mijn enige troost tijdens de nasleep van Bunny's dood. Nu maakte het me onpasselijk, omdat ik wist dat er geen ontsnappen mogelijk was. Ik zat met ze opgescheept; voorgoed, met hen allemaal.'

Façade

The Secret History is genoemd naar een boek vol roddel en achterklap dat de zesde-eeuwse hofhistoricus Procopius schreef over de Byzantijnse keizer Justinianus. Naar eigen zeggen koos Tartt voor deze titel omdat zij in haar boek net als Procopius de smerige werkelijkheid achter een mooie façade heeft willen beschrijven. De jeugd, de rijkdom en de "beschaving' van de studenten kan hen niet voor misdaden behoeden. Zelfs hun geleerdheid kan dat niet. Want, zegt Donna Tartt Nietzsche na: "het ongebreideld najagen van kennis maakt mensen net zo barbaars als de afkeer van kennis'.

Al met al laat The Secret History zich in de eerste plaats lezen als een klassieke tragedie (niet toevallig een literair genre dat in Athene ontstond als onderdeel van de jaarlijkse Dionysus-feesten). Er zijn uiterlijke kenmerken, zoals een proloog en een epiloog, en het vasthouden aan de "Aristotelische' eenheden van plaats (Hampden), tijd (een studiejaar) en handeling (oorzaak en gevolg van de moord op Bunny). Maar de echte tragiek schuilt in de onontkoombaarheid van het noodlot, dat al in de filosofielessen van Julian Morrow besloten ligt, en niet te vergeten in de fatale karakterfouten van de hoofdpersonen.

Richard mag in het begin van het boek dan wel zeggen dat zijn fatal flaw "een morbide verlangen naar het pittoreske' is, de werkelijkheid is simpeler. Wat de studenten te gronde richt, is hetzelfde dat Prometheus, King Lear en Macbeth in het verderf stort: hybris, overmoed.

Wie zichzelf wijsmaakt, ook al is het in een dronken moment, dat het leven van een boer minder waard is dan dat van iemand die zich bezighoudt met hogere wetenschap, geeft toe aan zijn eigen hoogmoed. Zoals het ook hoogmoed is om te geloven dat je straffeloos een van je beste vrienden kunt opofferen aan je eigen gemoedsrust. Wie Plato kent heeft nog niet het recht om zich als Hades te gedragen.

Zoals de meeste goede tragedies zou je The Secret History moralistisch kunnen noemen. Maar het moralisme van Tartt is goed gedoseerd en nergens storend. Tartt schreef een zeldzaamheid: een boek dat tot nadenken stemt en zich bovendien laat lezen als een thriller. Natuurlijk valt er best het een en ander op The Secret History af te dingen: sommige onduidelijkheden in de in de plot blijven onopgehelderd, en na de de beschrijving van Bunny's begrafenis zakt het verhaal even in. Maar dat zijn kleinigheden die je de schrijfster van een boek van meer dan vijfhonderd bladzijden graag vergeeft. The Secret History is een onverwacht debuut, dat verschijnt zoals Pallas Athene uit het hoofd van Zeus: zelfverzekerd en helemaal af.

    • Pieter Steinz