Het woord muis

Elk mens heeft twee muizen en twee pinken in zijn handen, en soms ook nog een das om.

Als je naar de binnenkant kijkt (dat is de kant waar de handlijnen lopen en waar de nagels niet zitten, en die je niet ziet als je een vuist maakt) en je beweegt je duim een stukje naar de andere vingers toe, dan zie je aan de voet van je duim een stukje van je hand dik worden. Dat heet je muis. Het lijkt een beetje op een muis. Een heel klein beetje.

Aan mijn computer zit ook een muis. Het is een handig dingetje dat je over tafel rolt, waardoor je een puntje op het computerscherm kunt bewegen. Het lijkt niet echt op een muis, maar het loopt wel als een muis over je tafel.

Heet dat ding een muis omdat de muis van je hand er op drukt? Of heet het een muis omdat hij op een klein lopend beestje lijkt? Ik denk het laatste. Want de Engelsen noemen die duimspier helemaal niet muis, maar bal. En toch noemen ze dat computerstuurtje mouse, de achternaam van Mickey.

En de muisjes op je boterham? Dat zijn wel heel erg kleine muisjes. Ik denk dat ze muizekeuteltjes of muizepoepjes heetten, en dat dat woord verkort werd - ook omdat ouders keutel en poep vies vonden - tot: muisjes. Gestampte muisjes zijn dus geen muizenhutspot, maar fijngemalen muizenstront.