Heldinnen

Het zien van oude films is iets anders dan het lezen van een oud boek of het kijken naar een oud schilderij. Oud heeft telkens een andere betekenis. Bij een oud schilderij denken we aan Rembrandt of Vermeer; niet aan Van Gogh. Een oud boek is een voorwerp van vergeeld papier waarop letters van een niet meer gebruikt type. De eerste druk van de Max Havelaar is een oud boek maar de Max Havelaar zelf niet. Een oude film kan een klassieke film zijn, of een film die achterhaald is, of een stuk gekabeld celluloid dat bij afdraaien strepen en sterren vertoont.

Een poosje geleden zag ik Quai des Brûmes, een film van voor de oorlog, met Jean Gabin. Het is een sombere geschiedenis, waarin Gabin er op zeker ogenblik geen gat meer in ziet. Zijn leren jack ziet er modern uit; hij heeft een revolver in de hand en bepaalt de plaats waar zijn hart zit. Het duurde allemaal zo lang dat ik dacht: je doet maar. De tragiek, de mate waarin het dramatisch gehalte in de film bewaard is gebleven, hangt samen met het tempo. Het was beter geweest niet meer naar Quai des Brûmes te gaan kijken en de herinnering aan de grenzeloze tragiek van die situatie te bewaren.

Nu worden in het Walter Reade Theater in New York deze maand alle films van Michelangelo Antonioni vertoond. Sommige heb ik gezien: La Notte, l'Eclisse en Deserto Rosso. Daaruit herinner ik me scènes die ik toen zo mooi vond dat ik ze niet door een weerzien wilde laten bederven. Je kunt er dan beter over praten zoals amateur-filmliefhebbers dat doen:

"Dan komen ze op dat vliegveldje, zo'n veldje voor sportvliegtuigen, en daar nemen ze dan afscheid.'

"Is dat niet in l'Eclisse?'

"Nee, l'Eclisse is met Alain Delon in de beurs van Rome. Daar zitten ze op de grond.'

Voor buitenstaanders is er geen touw aan vast te knopen, maar een gezelschap dat veel zelfde films heeft gezien kan zo uren doorgaan.

Daaruit blijkt al dat de filmkunst een andere kunst is dan de literatuur. Het gesprek over films is gezelliger; over literatuur erudieter.

l'Avventura had ik niet gezien. Het was een matinee. De foyer van deze mooie bioscoop was al lang voor de voorstelling gevuld met liefhebbers; ik wil niet zeggen oude liefhebbers, maar jong waren ze ook niet. Met emmertjes popcorn gingen ze naar binnen, net als vroeger.

De film is in zwart-wit, eenvoudig en traag. Een gezelschap maakt met een jacht een uitstapje naar een rotseilandje. Daar verdwijnt de vrouw van een architect die ook tot het gezelschap hoort. Onvindbaar; waarschijnlijk door de zee verzwolgen. Het huwelijk was niet goed. De architect wordt verliefd op haar vriendin. Die wordt eerst gehinderd door haar geweten maar zwicht. De architect bedriegt haar. Ze ontdekt het. Niettemin volgt nog voor de film is afgelopen de verzoening. Dan zijn er 145 minuten voorbij.

In het begin dacht ik: dat kan wel wat sneller, hoewel het eiland mooi is gefilmd, met zijn rotsspleten, de opstekende storm, beukende golven en barre oppervlak. Antonioni heeft er een grijs, verzwelgend wezen van gemaakt. Pas als de hoop voor de ongelukkige echtgenote is opgegeven - wat ook nog met veel omhaal van scènes gepaard gaat, begint de intrige die bijna geen intrige is. Hoe langer het duurde, hoe mooier ik het vond. Het is daarna een eigenaardig buiten komen, in het spitsuur. Het blijkt dus niet alleen aan het tempo te liggen.

Om te weten te komen wat de Italiaanse meester nu eigenlijk bedoelde, ben ik op zoek gegaan naar een boek over hem. Alles wat ik in een specialistische winkel vond was van voor 1980. Ik kocht Antonioni, van Ian Cameron en Robin Wood, verschenen in 1968. Ik las dat hij de doelloosheid, de verveling en de existentiële situatie van de moderne mens in beeld bracht, en wel genadeloos. Vandaar dat deze film op het festival van Cannes in 1960 was uitgefloten. Antonioni liet de toeschouwers geen hoop; daar hadden ze zich tegen verzet.

Zou het? Toegegeven: het gegeven is niet opgewekt maar de architect was van het begin af een blaaskaak van wie je kon aannemen dat hij niet te vertrouwen was. Een goed acteur, maar niet iemand van wie je per se ook de volgende rol zou willen zien. Nee: het kwam door Monica Vitti.

Vorige week is, zoals ik heb gemeld, het boek van en over Madonna verschenen. Ze viel niet te ontlopen. Ze heeft ook films gemaakt; met geen stok krijg je me de bioscoop in. Misschien zal in 2022 blijken dat Madonna ook de heldin van een periode is, dan voor de liefhebbers te zien in bijzondere middagvoorstellingen. Ik zou wel willen weten of ze dan even dichtbij zal zijn gebleven als nu Monica Vitti. Het zal wel: ieder tijdvak heeft zijn heldinnen. Dat blijkt pas na dertig jaar.