Haagse bewondering voor formidabele strategen van Dasa

DEN HAAG, 30 OKT. Minister Andriessen, ambtenaren en Kamerleden roemden na afloop van de onderhandelingen over de overname van Fokker eensgezind de kracht van tegenpartij Dasa. Precies, alert, grondig en slim speelde Dasa het spel, is de mening in Den Haag.

Tegenover die formidabele Duitse strategen stond, zo wordt steeds duidelijker, een Nederlands kamp dat slechts bij hoge uitzondering eensgezind opereerde. Een team dat bovendien kampte met moeizame persoonlijke verhoudingen, waarover tot ver buiten de onderhandelingskamers werd gegniffeld.

Daar komt nog bij dat de Nederlanders pas in de allerlaatste fase van de onderhandelingen - gedurende de laatste drie weken - een echte vuist konden maken. Pas deze maand had minister Andriessen de handen vrij om de onderhandelingen te laten afketsen indien Dasa onvoldoende concessies zou willen doen. Pas in september werd na overleg in het kabinet een oorlogskas gevormd waarmee de overheid Fokker desnoods zelfstandig op de been zou kunnen houden.

Andriessen noemde het onderhandelingsresultaat “redelijk”. Maar erg enthousiast over de toekomst van Fokker klonk de minister niet. Zo wees hij er tijdens de persconferentie op dat de twee ondernemingen nog geweldige moeilijkheden te wachten staan om tot een daadwerkelijke integratie te komen omdat de bedrijfsculturen erg ver uiteenlopen. In een brief aan de Kamer houdt Andriessen een slag om de arm in zijn oordeel over de transactie: “Ook ik ben van mening dat Dasa voor Fokker een goede partner kan zijn”. Het kan goed komen met Fokker, maar zeker is dat allerminst.

Dasa kwam tijdens de onderhandelingen beslagen ten ijs. “Zeer grondig hebben de Duitsers hun lijn getrokken”, meent een ambtenaar van Economische Zaken. “Op het hoofdbureau van Dasa liggen twee dikke rapporten; één over Koos en één over Erik-Jan.”

Volgens een Haagse bron heeft Dasa de onenigheid tussen de Fokker-directie en de grootaandeelhouder - vertegenwoordigd door minister Andriessen - terdege uitgebuit. “Het Nederlandse kamp is behendig uit elkaar gespeeld”.

Gisteren toonden de Kamerleden zich “redelijk tevreden” met het bereikte akkoord. Maar het resultaat zou voor Fokker - en dus ook voor de Nederlandse Staat met een belang van ruim 30 procent - beduidend beter zijn geweest, wanneer het Fokker-bestuur en de minister "schouder aan schouder' zouden hebben gestaan.

Nadat er op het ministerie een plan van aanpak was geformuleerd liet Andriessen de beoogde industriële partners een gedetailleerd contract uitwerken. In de maand mei begon de minister evenwel nattigheid te voelen, toen bleek dat Fokker serieus sprak over een optie waarbij de overheid buiten de onderhandelingen zou worden geplaatst. Daarom greep de minister pas in de zomermaanden in en probeerde correcties aan te brengen op de overeenkomst die tussen de bedrijven steeds gedetailleerdere vormen aannam. Volgens de voorzitter van de Kamercommissie van economische zaken Vos (PvdA) waren er toen tussen EZ en Fokker al zo'n 140 gesprekken op ambtelijk niveau gevoerd.

Wat een "fine-tuning' had moeten worden draaide uit op een moeizame en harde strijd. Daarbij kon niet verhinderd worden dat Fokker en Economische Zaken vechtend tegenover elkaar stonden, zowel in de media als aan de onderhandelingstafel. Tijdens het besloten mondeling overleg met de Kamer gisteren zei Andriessen dat hij “niet tevreden is over de manier waarop de onderhandelingen zijn gelopen. Meer wil ik er op dit moment niet over kwijt.”

De laatste twee weken trokken EZ en Fokker weer redelijke eensgezind op. In elkaars armen gedreven door een "volstrekt onverantwoord' bod van 25 gulden per aandeel Fokker. “Ik heb toen het Fokker-dossier gesloten”, zei Andriessen; in de zomermaanden zouden zijn ambtenaren hetzelfde standpunt hebben willen innemen, maar Andriessen wilde toen doorzetten. Twee weken geleden kon Andriessen terugvallen op een financieel noodverband. Ruggespraak met minister-president Lubbers en minister Kok (financiën) resulteerde in een "oorlogskas'.

Maar uiteindelijk ging het tussen Den Haag en Amsterdam toch weer mis toen Fokker tot tweemaal toe een akkoord bekendmaakte, terwijl de minister nog niet tevreden was over de garanties voor de Fokker 50. Leden van de Kamercommissie van economische zaken waren het erover eens dat de garanties voor de Fokker-50 die Dasa wil geven niet veel zekerheid bieden. De belangrijkste zinsnede die in het contract is toegevoegd, stelt dat zolang het toestel winstgevend is de produktie niet kan worden stopgezet als dat betekent dat daardoor het Fokker-concern als geheel in gevaar komt. Volgens het Kamerlid Tommel (D66) is “de nu gekozen formulering zo cryptisch, dat het voer is voor juristen”.

    • Cees Banning
    • Michel Kerres