Geografie en volksgevoel vergroten afstand tot Europa; Denen geloven niet in Utopia's

Waarom zijn de Denen afkerig van het Europa van "Maastricht'? Zijn het rationele of emtionele bezwaren - en welke rol speelt het Deense levensgevoel? Op zoek in het land van het Nej tegen Maastricht, waar een aangeboren terughoudendheid, een lichte neiging tot anarchie en groot gevoel van gelijkhebben hand in hand gaan.

KOPENHAGEN, 30 OKT. Een Britse ambassadeur noemde de Denen bij zijn afscheid van Kopenhagen ooit een "tribal group', een typische volksstam zoals hij die in Afrika al eerder had leren kennen. Een kleine homogene, in zichzelf gekeerde groep die de buitenwereld op een besliste afstand houdt. Het is een vergelijking die de Denen niet bij voorbaat bestrijden. Bijvoorbeeld Ebbe Kl⊘vedal Reich, essayist, romanschrijver en activist tegen "Maastricht'. In zijn ouderwetse appartement met fraai gestuct plafond, midden in Kopenhagen, geeft hij uitleg. In zijn romans gebruikt hij de Scandinavische sagen en legenden als thema, de Deense geschiedenis is het decor. “Denen zijn zich bewust van hun beperkingen. We hebben de neiging onze verdiensten naar beneden te halen. In de Deense literatuur is daar een begrip voor: de Janta-wet. Een lijst gedragsregels voor de Deen, waarvan de eerste luidt: Denk niet dat je zelf wat bent.”

Een Deen loopt niet gauw warm voor grootscheepse visies op de toekomst, meent hij. “Hij kan niet in Utopia geloven.” Een grandioos concept als de "Europese unie' met zijn "Europees burgerschap' stuit er haast automatisch op wantrouwen en scepsis. Het wordt gezien als een poging om het Deens eigene te verdringen en te vervangen door een kunstmatige identiteit.

De Deense afstandelijkheid is ook geografisch bepaald, zegt Reich. Denemarken is een semi-eilandenrijk, op de rand van het continent, een “appendix van de EG”. Discussies over tunnelverbindingen met Zweden of Duitsland hebben er dezelfde psychologische kwaliteit als het debat in Engeland over de "Chunnel' naar Frankrijk.

Het land is cultureel sterk verwant met Scandinavië, waarvoor het als poort naar Europa dient. Die rol wil het nu ook spelen voor de Baltische landen en Polen. De ironie wil dat de fervente "nej'-stemmers de EG juist snel willen uitbreiden, maar dan zonder de supranationale structuren en wereldmacht-ambities van "Maastricht'. Nuchter, zakelijk maar vooral zelfstandig en soeverein, zoals de Denen zelf. "Maastricht' berooft kleine lidstaten op den duur onvermijdelijk van al hun invloed, zo is de algemene vrees. Nieuwe leden moeten dezelfde uitstap-clausules kunnen krijgen die de Denen straks toegekend worden, zo heeft de oppositie afgesproken.

Denemarken kent een eigen volksgevoel, meent Reich. Het is een “cultureel plat gestructureerd, egalitair volk”. De democratie heeft het via de boerenbeweging de 19e eeuw zelf veroverd, evenals de sociale zekerheidsstaat via de socialisten in de 20e eeuw. Denemarken is van de Denen en van niemand anders. “Het idee van een elite is ver van ons vandaan. Er is maar weinig afstand tussen de premier en de man in de straat”, zegt Reich. Al tien jaar is er een minderheidsregering aan de macht, overeind gehouden door wisselende combinaties van oppositie-partijen. Bij verkiezingen plegen de grote partijen min of meer stabiel in omvang te blijven, de grote schommelingen doen zich voor bij de kleintjes. “Als de Denen moeten kiezen tussen ja of nee stemmen ze het liefst op "misschien”', zegt een lobbyïst in de Deense hoofdstad. Langdurig twijfelen is deel van de politieke cultuur, meent dezelfde bron, evenals vlot terugkeren op genomen besluiten. Nauwelijks had de Folketing, het Deense parlement, de aanleg van een brug-tunnel combinatie met Zweden goedgekeurd of het overleg werd heropend toen er zich een nieuwe variant voordeed. Dat vind in Denemarken niemand vreemd. Zo zou het eerste referendum over Maastricht ook zijn opgevat: als een eerste gelegenheid om zich uit te spreken, in het vertrouwen dat er nog wel een tweede kans zou komen. Weinigen in Kopenhagen twijfelen er nu overigens aan dat het de tweede keer ja zal worden. “Zeven van de acht partijen zijn nu voor”, zegt Reich. “Er is straks geen platform meer om "nej' te bepleiten.”

Europa had al eerder te maken met Deense twijfels. De Denen weigerden in de jaren tachtig categorisch mee te betalen aan de plaatsing van de kruisraketten. Ieder Navo-besluit uit die periode ging steeds vergezeld van een zogeheten "Deense voetnoot' waarmee het kleine land zich mocht vrijwaren van de verantwoordelijkheid. Ook dat ging op verzoek van de Deense oppositie. Het is die, volgens Reich “licht anarchistische” neiging om voetnoten te plaatsen bij de buitenwereld, waarin de Denen hun zelfbewustzijn tonen.

Is dat goed voor Europa en voor de Denen zelf? Reich: “De keerzijde van dat Deense pragmatisme is een gevoel van futiliteit en fatalisme - daardoor kan het hier ook saai zijn. Een benauwd provincialisme ligt altijd op de loer.”

Denemarken is "parochiaal' in zijn verhouding met de buitenwereld; het cultiveert het imago van de underdog, zo merkt de lobbyïst op. Een neiging tot preken en "Rechthaberei', die ook wel in Holland valt waar te nemen en die wellicht kenmerkend is voor kleine lidstaten met grote buren, meent hij.

De Deense opstelling in het Maastricht-debat is “een typisch voorbeeld van de Deense politieke reincultuur”, zo zegt een EG-diplomaat in Kopenhagen. Een "nationaal compromis' met een aantal vergaande eisen voor nieuwe uitstapclausules, waar de andere elf zich maar naar moeten voegen. Echt een reactie van “een zichzelf klein voelend volk dat zich graag afzet tegen de groten”. Een land dat sterk aan zichzelf is gehecht, van nature achterdochtig tegen politici, of ze nu in Kopenhagen of Brussel zitten, zo meent deze diplomaat. Met bovendien een lichte afkeer van de grote Duitse buurman en een gevoel van grote distantie tegenover het katholieke Zuiden. “In Deense kranten wordt ronduit geschreven over De Katholieke Heren in het zuiden”.

En toch, zo zegt Kl⊘vedal Reich, is het Deense verzet geen gevecht “voor behoud van de Deense tradities en cultuur” geweest, zoals dat in Frankrijk en Engeland te merken was. Daar vochten nationalisme en vaderlandsliefde om de voorrang. De Denen waren volgens hem vooral bang dat de ontwikkeling van de Europese Unie de democratische tradities “in heel West-Europa zou vernietigen”, niet alleen in Denemarken. Reich, boegbeeld van de "Nej'-beweging, noemt het zelfs “één van de grootste plichten van onze generatie om een vreedzaam en welvarend Europa te scheppen”. Europese integratie acht hij een prima idee. Sterker: “Ik kan me zelfs een verdrag voor een federaal Europa voorstellen, waar ik ja tegen zou zeggen.” Maar een dergelijk resultaat moet dan wel veroorzaakt zijn door een “mobilisering van het volk, en daar is nog in de verste verte geen begin mee gemaakt. Maastricht wordt ons van bovenaf opgelegd.”