Gemeente wil harde aanpak van illegalen

DEN HAAG, 30 OKT. Gemeentebestuur en politie van Den Haag willen een strengere aanpak van het illegalenprobleem.

Den Haag wil onder meer dat Nederland een strenger visumbeleid voert in de landen van herkomst van illegalen.

Dat zei burgemeester Havermans vanmorgen bij de presentatie van een rapport van de Haagse gemeentepolitie waarin staat dat de stad tussen de 20- en 23.000 illegale buitenlanders telt. In Rotterdam wil burgemeester Peper een discussie aanzwengelen over het koppelen van gegevensbestanden om het illegalenprobleem aan te pakken. Peper kreeg gisteren veel kritiek van zijn gemeenteraad over zijn uitspraak van massale fraude door illegale Turken in Rotterdam. In Amsterdam is na de vliegramp in de Bijlmer een discussie ontstaan over de registratie van personen.

In het Haagse rapport over illegalen wordt de eerste “beredeneerde schatting van de illegalenpopulatie” gegeven. Eerdere schattingen van het aantal illegalen in Den Haag lagen tussen de zeven- en vijftigduizend.

Volgens de gemeente Den Haag moet in Nederland op diverse manieren repressiever worden opgetreden. Zo zouden onder meer werkgevers van illegalen harder moeten worden aangepakt en eveneens het verschijnsel schijnhuwelijk. “Hoe nijpend de situatie voor illegalen ook is, er kan geen sprake van zijn dat ze gelegaliseerd worden”, aldus Havermans. “Dat zou lijken op een generaal pardon en daar beginnen we niet aan.”

Volgens een rapport van de Haagse sociale dienst vormen de meeste illegalen “een schil om de legaal aanwezige buitenlanders”. De meeste illegalen verblijven bij legale landgenoten. De illegalen zijn vooral aangewezen op zwart werk en worden vaak door hun werkgever uitgebuit. De GSD wijst erop dat werkgevers in de tuinbouw en de horeca een groot financieel belang hebben bij het te werk stellen van illegale werknemers.

De Haagse wethouder migrantenbeleid A.C. van Kampen wees erop dat de positie van de legale migranten in het gedrang komt door de aanwezigheid van hun illegale landgenoten. Havermans gaf toe dat er een dilemma school in de aanpak van het probleem. Enerzijds baarde de marginale positie van de illegalen hem zorgen, anderzijds ontkende hij niet dat een verscherping van maatregelen tegen illegalen tot een verdere verslechtering leidt van hun positie.