Fokker

VADER HEEFT zijn dochter met pijn in het hart losgelaten. Fokker is, afgezien van de laatste financiële en formele handelingen, verkocht aan Deutsche Aerospace.

Minister Andriessen (economische zaken), beheerder van het staatsaandel in Fokker, heeft zich tijdens de tergend langzaam verlopen onderhandelingen gevoeld als een bezorgde huisvader. Over het nu bereikte akkoord is hij “redelijk tevreden”. Die uitspraak verraadt nog steeds aarzeling over de vraag of een van Nederlands industriële kroonjuwelen wel op de juiste voorwaarden onder Duitse controle wordt gebracht. Die twijfel van de kant van de Nederlandse overheid is illustratief geweest voor het hele zenuwslopende onderhandelingsproces van de afgelopen maanden. Andriessen vertrouwde Fokker niet en omgekeerd. De vliegtuigbouwer had naar de smaak van de minister te veel haast, had aanvankelijk onzorgvuldig met de Duitsers onderhandeld en hij, Andriessen, had zich zeer veel inspanningen moeten getroosten om dat enigszins recht te trekken.

HET EINDRESULTAAT verdient, ook volgens de bewindsman, geen schoonheidsprijs. Dat kon moeilijk anders. Gisteren onthulde Andriessen dat de Nederlandse overheid pas in het laatste stadium een financieel alternatief voor Fokker achter de hand had voor het geval de onderhandelingen zouden afspringen - een gevaar dat tot het laatste moment serieus aanwezig was. Maar zo'n alternatief had er natuurlijk vanaf het begin moeten zijn. Dat het ontbrak is niet verwonderlijk; al een aantal jaren ontbeert ons land een doorwrocht industriebeleid. Pas de laatste maanden, sinds er sprake is van de verkoop van paradepaarden als Fokker en DAF, is de discussie over een samenhangend industriebeleid op gang gekomen. Te laat en te beperkt.

De onderhandelingspositie van de BV Nederland werd door het maandenlang touwtrekken over betrekkelijke details geleidelijk uitgehold. Tegelijkertijd steeg de financiële nood van Fokker. Uiteindelijk werd die zelfs zo hoog dat de overheid zich op het laatste moment gedwongen heeft gezien garanties te verstrekken aan Fokkers bankiers ter waarde van enkele honderden miljoenen guldens.

HET IS TE BEGRIJPEN dat de overheid onderhandelingstechnisch aan alle kanten klem zat. Toch is de gevolgde gang van zaken niet bepaald een voorbeeld van consistent beleid. Enkele jaren geleden immers kreeg Fokker te horen dat de onderneming van de staat geen cent steun meer kon verwachten.

Er valt de komende tijd daarom voor de politiek nog heel wat onderzoek te doen om het optreden van de overheid inzake Fokker echt opgehelderd te krijgen.