FNV verruilt aanvankelijke twijfel voor steun overname; Bond vertrouwt op Daimler

ROTTERDAM, 30 OKT. “Het heeft lang geduurd, misschien wel te lang, maar we zijn nooit bang geweest voor een calamiteit, want voor ons is van begin af aan duidelijk geweest dat de overheid Fokker nooit zou laten vallen.” Districtsbestuurder P. van Bers van de Industriebond FNV is opgelucht over het gisteren bereikte akkoord tussen Fokker, Dasa en Economische Zaken.

“De druk nam wel toe”, zegt Van Bers terugblikkend. “De situatie op de vliegtuigenmarkt verslechterde. De financiers begonnen zich te bewegen en ook vanuit Duitsland kwamen zorgelijker geluiden, maar toch allemaal niet in die mate dat we vreesden dat het verkeerd zou aflopen. We hebben het steeds beschouwd als een broedende-kip-situatie, die tot verbeteringen in de afspraken zou kunnen leiden. En dat is uiteindelijk ook gebeurd, ook al liepen de irritaties daarbij aan alle kanten op. Er is echt onderhandeld tot het gaatje.”

De afweging tussen zelfstandig doorgaan, niet-deelnemen aan een Europees samenwerkingsverband en andere alternatieven valt ook voor de bonden uit ten gunste van Dasa. “En dan kijken we niet alleen naar Dasa, maar ook naar Daimler dat erachter zit en de ambitie heeft een leidende rol in de Europese vliegtuigindustrie te spelen”, aldus Van Bers.

In de slotfase namen de vakbonden een opmerkelijk initiatief door er bij minister Andriessen op aan te dringen de deal met Dasa door te laten gaan, ook als er geen garanties over de toekomst van de Fokker-50 zouden kunnen worden bedongen. “Toen we een paar weken geleden de indruk kregen dat de F-50 zo hoog werd opgespeeld dat het risico op een breuk ontstond, hebben we aan de bel getrokken. Het was een soort handreiking aan Andriessen, die onder wel erg zware druk leek te geraken.”

Van Bers is nog niet vergeten dat de bonden aanvankelijk “ontzettend wankelmoedig” stonden tegenover de transactie met Dasa. “We waren ook bepaald niet tevreden over de eerste resultaten die Nederkoorn voor de zomer op tafel legde. In goede afstemming met Economische Zaken zijn we er toen in geslaagd een proces op gang te brengen dat tot wezenlijke verbeteringen van de afspraken heeft geleid. Denk aan de leidende rol die Fokker krijgt in het segment straalvliegtuigen voor 65 tot 130 passagiers, de positie van de F-50 en de prijs voor de rompen.”

Uiteindelijk is het, aldus Van Bers, bij dit soort zaken, ook een kwestie van vertrouwen. “We zijn in politiek-Den Haag nogal wat wantrouwen tegengekomen. Het zijn eigenlijk twee verschillende werelden, niet alleen in tempo, maar ook in zoiets als het vastleggen van dingen. Want laten we eerlijk zijn, de garantie dat Fokker als zelfscheppende industrie in Nederland voortbestaat, dwing je niet alleen af door het op papier te zetten. Veel belangrijker is dat er hard aan wordt gewerkt dat die positie in het hele krachtenveld, in samenwerking met de andere partners en in de markt nadrukkelijk wordt bevochten. Daar hebben wij vertrouwen in. Maar als het niet lukt, tsja, dan heb je wel mooie woorden op papier staan, maar daar heb je dan verder niets aan.”