El Al-bemanning na vertrek acht minuten machteloos; Toestel lang onbestuurbaar

ROTTERDAM, 30 OKT. Het vrachtvliegtuig van El Al dat zondag 4 oktober neerstortte op twee flats in de Bijlmermeer werd niet pas in de laatste minuut onbestuurbaar, maar is reeds acht minuten eerder aan het begin van de grote lus over Bussum, Hilversum en Amsterdam zwaar uit balans geraakt. Voor de bemanning waren er nauwelijks mogelijkheden het toestel weer goed onder controle te krijgen.

Dat zegt Amos Lapidot, de leider van de onderzoekscommissie die voor de Israelische regering de toedracht van de ramp met het Boeing 747-200F vrachtvliegtuig heeft onderzocht. De deskundigen uit Israel konden evenals de technici van vliegtuigfabrikant Boeing en van de Amerikaanse National Transport en Safety Board over dezelfde informatie beschikken als het Nederlandse onderzoeksteam.

Lapidot heeft de Israelische minister van transport in een tussentijds verslag van zijn bevindingen op de hoogte gesteld. Verkeer en Waterstaat in Den Haag dat ook de woordvoering verzorgt voor de met het officiële onderzoek belaste Luchtvaartinspectie, weigert commentaar. “Het verslag van de Israelische commissie heeft geen enkele status.”

Het beeld dat Lapidot geeft van de toedracht van de ramp, in het bijzonder van de laatste acht minuten voor de crash, wijkt sterk af van de lezingen die de verkeersleiding en de luchtvaartinspectie eerder gaven. In die verslagen is tot één minuut voor het neerstorten sprake van een gecontroleerde vlucht, waarbij het toestel redelijk in balans was. Ook minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) repte in haar brief van 7 oktober aan de Tweede Kamer over een redelijk normaal verlopende procedure.

De deskundigen uit Tel Aviv beschrijven op basis van de feiten een heel ander en veel dramatischer verloop van de laatste acht minuten van de rampvlucht, maar hebben in de procedure tussen bemanning en verkeersleiding geen ernstige vergissingen geconstateerd. “Misschien een paar kleinigheden, niet essentieel”, voegt Lapidot er aan toe. Hij wil daar verder niets over zeggen.

El Al vervangt op basis van het tussentijdse rapport van de onderzoekers bij acht Boeings alle 128 veiligheidspinnen in de ophanging van de motoren.

Pag 3: Motoren weg door defect in ophanging

Voor Lapidot en zijn team staat vast dat motor 3 (aan de binnenkant van de rechtervleugel) bijna vijf minuten na de start plotseling is afgebroken: “Als gevolg van een defect in de ophangslee (pylon)”. Deze motor (volgens de commissie met een gewicht van 7000 kilo) knalde tegen motor 4 die aan de buitenkant van de rechtervleugel hangt. En ook deze motor brak af: “Het moet binnen één tot twee seconden zijn gebeurd”. De motoren gaan door hun eigen stuwkracht en als gevolg van het speciale ontwerp iets naar voren en tegelijk naar boven. De ontwerpers verwachtten dat ze bij een calamiteit voldoende vaart hebben om vervolgens achterwaarts over de vleugel te gaan. Bij het El Al-vliegtuig ging ook dat fout. Volgens Lapidot raakten beide motoren keihard de voorkant van de rechtervleugel. Daarbij zijn de kleppen ("flaps") aan de voorkant zwaar beschadigd.

De Israelische onderzoekers menen dat de bemanning op dat moment danig in de war raakte door de onduidelijke en soms ook onjuiste meldingen op de diverse meters in de cockpit en door het gedrag van het zwaarbeladen toestel. “Zo meldde het waarschuwingssysteem een brand in motor drie die toen al niet meer aan de vleugel hing. De bemanning voelde het toestel aan de rechterkant bovendien niet lichter worden, wat normaal zou zijn bij het verlies van 14 ton gewicht, maar deze vleugel werd voor de besturing plotseling veel zwaarder. It was a very heavy wing, veroorzaakt door het wegraken van de flaps aan de voorkant”, aldus Lapidot. Hij stelt dat het vliegtuig vanaf dat ogenblik zwaar uit balans was, zonder dat iemand in de cockpit begreep waardoor.

De Israelische onderzoekers hebben niet helemaal vast kunnen stellen of gezagvoerder Fuchs en zijn bemanning de flaps aan de voorzijde van de vleugels nog uit hadden staan. “Gelet op de hoogte mag je veronderstellen dat ze ingetrokken waren”, zegt Fikke. De bemanning van de ElAl-Boeing had na het wegvallen van de motoren de bijna onmogelijke taak om met krachtige hand- en voetbesturing de rolroeren aan de buitenzijde van de vleugels nog acht minuten lang steeds zo te manipuleren dat het onhandelbare vliegtuig in balans bleef.

Lapidot geeft geen commentaar op de vraag of de grote lus over Amsterdam noodzakelijk was om een landing met het zwaar beschadigde toestel voor te bereiden. “We weten alleen dat de bemanning niet wist wat er aan de hand was en zo snel mogelijk terug wilde naar baan 27 (de Buitenveldertbaan - red.)”, aldus Lapidot.