Een man zonder auto deugt niet; Echte en verzonnen herinneringen van Claire Nicolas

Claire Nicolas White: In glas gebrand. Vert. Christien Jonckheer, 233 blz. Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1992. Prijs ƒ 39,90

In glas gebrand bevat de herinneringen van de Amerikaanse schrijfster Claire Nicolas White, die in 1925 tussen de duinen en de polders bij Groet werd geboren. De titel verwijst naar het beroep van haar vader, de Limburgse glazenier Joep Nicolas. Hij vertrok samen met de beeldhouwster Susanne Nicolas, zijn vrouw, aan het begin van de jaren twintig van Roermond naar een Noordhollandse boerderij om, zoals zijn dochter zegt, het verstikkende katholicisme te ontvluchten.

Het boek is door Christien Jonckheer uit het Engels vertaald. De oorspronkelijke titel luidt Fragments of a Stained Glass en die is beeldender dan de Nederlandse. In "delen van een gebrandschilderd glas' brengt de schrijfster tot uitdrukking dat er in elke herinnering een zekere willekeur zit. Altijd blijven het fragmenten van een groter geheel, dat nooit volledig kan worden bekeken.

Bij het beschrijven van die herinneringen is ze niet alleen van haar geheugen uitgegaan. In het voorwoord zegt Claire Nicolas dat ze om "een beknoptere structuur' te krijgen zo nu en dan "fictieve details' heeft gebruikt. Ook heeft ze de namen van een aantal minder bekende personen veranderd.

Een ingreep waarover ze in het voorwoord niet rept, is het reduceren van een naam tot een initiaal om de betrokkenen bij een voorval niet in verlegenheid te brengen. Zo wordt een Franse dichter die vlak voor de oorlog de minnaar van een getrouwde vrouw was, met M. aangeduid. Dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Misschien is die M. zelfs een dwaalspoor, een fictief detail, en begint de naam met een heel andere letter.

Hoe waarheidsgetrouw zijn de herinneringen van Claire Nicolas? Het lijkt erop of ze haar levensloop zorgvuldig heeft gevolgd.

Haar volmaakt gelukkige jeugd in Groet, niet ver van de dijk van plaggen en steen die de wilde Noordzee moest tegenhouden: “Nergens op aarde was het gras zo groen, alsof het de nabijheid van gevaar nodig had om kalm en sappig te staan groeien.”

Al jong vluchtte ze met haar ouders en zusje naar de familie van haar moeder in België; haar vader was bevreesd voor de wraak van een Brabantse schilder die hem ervan verdacht dat hij zijn vrouw wilde veroveren.

De familie keert terug naar Roermond, waar Claire op een kloosterkostschool gaat. In 1939 nemen ze de wijk naar Amerika. Daar ontwikkelt Claire Nicolas zich tot schrijfster. Haar ouders gaan in 1958 teleurgesteld weer naar Nederland, maar zij blijft in de Verenigde Staten. Na de oorlog droomt ze nog wel van Bergen, Schoorl, Camperduin, Groet, maar ze weet dat ze hoogstens voor een kort bezoek naar de plaatsen van haar jeugd zal gaan: de wortels zijn doorgesneden.

Dat is de inhoud van het boek. Die zou uitvoeriger kunnen worden weergegeven. Het is bij voorbeeld verleidelijk de scènes te citeren waarin de kunstenaars ten tonele worden gevoerd die Claire Nicolas heeft bespied of goed gekend.

Door een gat in de deur van het huis in Groet ziet ze hoe A. Roland Holst de tango danste met haar moeder, die was gekleed in een Franse matrozenbroek en een blouse van wit linnen, het lange zwarte haar glad naar achteren gekamd.

Jaren later zag ze hoe Eugene Jolas, redacteur van het vooroorlogse transition waarin James Joyce zijn "Work in Progress' publiceerde, met een vijfliterfles wijn ontroostbaar door de velden van Connecticut zwierf. Zijn vrouw Maria Jolas was bevriend met de dichter M.

Een andere Maria, een tante van Claire Nicolas, woonde in Californië. Ze was getrouwd met Aldous Huxley. Toen Claire het echtpaar op haar eenentwintigste bezocht kreeg ze werk bij een boekhandel in Hollywood. Ze herinnert zich hoe Huxley met z'n lange lijf altijd door de achteraf gelegen woonwijken van Hollywood banjerde en op een dag door de politie werd opgepakt wegens landloperij; een man die geen auto reed in Los Angeles, dat deugde niet.

Maar een samenvatting van In glas gebrand, compleet met de kleurrijkste belevenissen van de excentrieke bijfiguren, doet het boek onrecht. De levensgeschiedenis van Claire Nicolas is niet het belangrijkste onderwerp.

Gierig

Haar werkwijze doet denken aan de manier waarop een schilder een model vastlegt. Het gaat hem wel om een goede gelijkenis maar hij zal tegelijkertijd proberen de verschillende onderdelen van het portret onvergetelijk te maken. Het blauw van een blouse wil hij betrappen zoals dat nog nooit eerder is gezien, eindelijk hoopt hij recht te doen aan de ruimte tussen wenkbrauw en ooglid en aan de onrustige stilte van een hand.

Misschien dat Claire Nicolas die aandacht voor het beeld van een gebeurtenis van haar ouders heeft geërfd.

Ze stond in haar jeugd "uren op de uitkijk bij het tuinhek, zoog op het rode velletje van een rozebottel en staarde naar de polders, die heiig verschoten naar de horizon in een vage vochtige boog rond de wereld."

Ze vormt het geringste, als ze de met zout bestrooide vlekken op een smetteloos wit tafelkleed ziet: "roze modder.'

Als haar grootvader en zijn zonen elkaar tijdens een hooglopende ruzie met servetringen, vorken en messen bekogelen, hoort ze wat niet door de lucht vliegt: "Niets breekbaars, daar waren ze te gierig voor.'

Ze kent de beweging van vriendschap: "Je verlaat als het ware je lijf om in een ander te gaan wonen.'

Over de tint van een huid: "Ze had de kleur van nat strand op een grijze dag."

Over een dik geworden schoonheid: "Haar gezonde eetlust, haar gulzige mond, dit alles is nu verloren gegaan in een droefheid van te veel vlees.'

Veel waarnemingen uit In glas gebrand krijgen de kracht van "fictieve details'. Claire Nicolas stelt er een eer in om ook voor het eenvoudigste dat haar is overkomen een evenbeeld te vinden. Zelden neemt ze genoegen met een algemeen goedgekeurde term of zinsnede, altijd is ze op zoek naar een voorstelling die de lezer nog niet kent.

Ook de beslissende voorvallen worden erdoor gevoed. Haar dochter Natalie is op zeventienjarige leeftijd bij een verkeersongeluk omgekomen. Claire Nicolas beeldhouwt haar gestalte met koele zinnen, zonder een zweem van overtollig sentiment, zonder een spoor van pathos.

Ze beschrijft haar gezicht: "Natalie was een jong meisje met een moedervlek op haar bovenlip (sommigen vonden het net chocola, anderen een bijensteek)'.

En dit is haar gretige natuur: "Zij wachtte nooit. Als er muziek speelde danste ze zo hard, met wapperende haren, dat de jongemannen wensten dat ze lang genoeg stil zou staan om haar te kunnen vangen.'

Zulke passages moeten niet worden samengevat. Anders zou dat wat uniek en onvervangbaar is plaatsmaken voor een paar algemene feiten.

In glas gebrand is geen levensgeschiedenis van een vrouw die erop rekent dat haar verhaal wel hard zal aankomen omdat zij zoveel heeft meegemaakt. Nooit rekent zij op het een of andere vaste soortelijke gewicht van een gebeurtenis. Wat Claire Nicolas, aan het einde van het boek, over haar moeder zegt, geldt ook voor haar. Ze biedt frivoliteiten in plaats van inzichten, alsof het ernstigste bij een zekere luchthartigheid is gebaat.

Het lijkt of zelfs de keuze van haar bijfiguren op die gedachte is afgestemd.

Toen ze als kind in Roermond woonde, maakte ze kennis met de Belgische dichter Eric de Hauleville, de verloofde van haar tante Rose. Hij maakte grote indruk op haar, "kon zijn mond kinderlijk pruilen, om de volgende tel bliksemsnel een waterval van woorden te produceren die glansden, glad als kiezelstenen, prikkelig als zeeëgels. Het maakte niet veel uit of ik de betekenis begreep. Hij leek ze te proeven op zijn tong, en probeerde me hun karakteristieke aroma door te geven tot ze een duidelijke eigen smaak kregen in die andere, nog steeds ietwat ondoorgrondelijke Franse taal.'

Door Eric de Hauleville vermoedde Claire Nicolas dat er met woorden iets kon worden gedaan. De dichter stierf in het voorjaar van 1941 in St. Paul de Vence. Samen met Rose en zijn dochtertje Olivia was hij voor de Duitsers naar het zuiden van Frankrijk gevlucht.

Maar de schrijfster vergat hem niet. Iets van zijn burleske spot klinkt na in het door Christien Jonckheer zo klankrijk vertaalde boek van zijn leerlinge. Dit gedicht van De Hauleville zou een motto van In glas gebrand kunnen zijn:

Melancholia

Un éléphant se baladait

Dans ma salade

- Bel éléphant, bel éléphant pourquoi te balade-tu

Dans ma salade?

- J'aime la salade, j'aime ta salade

- Bel éléphant, je suis bien malade

- Mange de la salade, mange ta salade.