Don Carlo met discipline, Don Giovanni met slip

Voorstelling: Don Giovanni van W.A. Mozart door Teatro Lirico Arturo Toscanini di Milano. Gezien: 21/10 Ned. Congresgebouw Den Haag.

ß8Voorstelling: Don Carlo van G. Verdi door de Nationale Opera van Litouwen o.l.v. Gintaras Rinkevicius. Decor: Liudas Truikys; regie: Nijole Krokute. Gezien: 29/10 Ned. Congresgebouw Den Haag. Herhaling: 31/10 Stadsschouwburg Groningen.

Zó groot is de vraag naar opera in ons land dat een fiks deel van het aanbod buiten Amsterdam tegenwoordig wordt geïmporteerd. Dit seizoen waren er al een Barbier van Sevilla uit Polen en een Don Giovanni uit Milaan, nu toont de Nationale Opera van Litouwen hier Don Carlo en binnenkort komen er nog een Traviata en een Cenerentola uit Polen. Dat de kwaliteit van zulk soort voorstellingen meestal niet kan tippen aan wat de Nederlandse Opera brengt in het Amsterdamse Muziektheater en de reizende voorstellingen van Opera Forum en Opera Zuid is voor de impresario's kennelijk geen bezwaar. Het gaat er vooral om goed verkoopbaar geacht repertoire te brengen. Hoe en onder welke omstandigheden dat gebeurt doet nauwelijks terzake.

Neem bij voorbeeld de Don Giovanni die verleden week te zien was in de Prins Willem Alexanderzaal van het Nederlands Congresgebouw in Den Haag door het Teatro Lirico Arturo Toscanini di Milano. De beroemde naamgever van dit gezelschap, een fervent liefhebber van flitsende tempi, zou de opera niet hebben herkend: zó sloom, slepend, lijzig en traag ging het toe in de orkestbak. En op het podium werd door een zeer internationale cast slecht gezongen en hopeloos amateuristisch geacteerd. Don Giovanni droeg onder zijn al te doorschijnende rode maillot een verticaal gestreept slipje. Reeds bij de tweede scènewisseling verliet een aantal mensen de Haagse zaal.

Gisteren bracht daar de Nationale Opera van Litouwen de monumentale opera Don Carlo. De immense zaal, die slechts voor een derde was gevuld, kan niet bogen op enige akoestiek. Dunne, vaag grommende flarden stijgen soms op uit die orkestbak, waaruit hoge noten nimmer ontsnappen. Ook de stemmen van de zangers op het podium krijgen geen enkele présence. Omdat Den Haag in het Danstheater op het Spui een van de beste operazalen van het land heeft, zou het verboden moeten worden in dat akelige Congresgebouw nog ooit een voorstelling te brengen. Morgenavond is deze Don Carlo te zien in de Groningse Stadsschouwburg en die klinkt dan ongetwijfeld veel beter.

De gedisciplineerde Litouwse Verdi-voorstelling is als geheel van een beduidend hoger niveau dan de flodderige Milanese Mozart. Het zingen is niet echt riant en zeker niet van het zeldzame topniveau dat men in zulk repertoire eigenlijk zou willen horen. Maar de zangers doen tenminste hun best en het resultaat is alleszins respectabel voor een gezelschap dat heel anders werkt dan onze opera-instellingen, die voor elke produktie een nieuwe cast engageren. De 35 Litouwse allround-solisten zijn ouderwets in vaste dienst en zingen in Vilnius een per avond wisselend repertoire.

Ook anderszins heeft deze Don Carlo (in de versie met vier actes) museale kwaliteiten. De decors dateren al uit 1959 en de dirigent van deze voorstelling, Gintaras Rinkevincius, moest toen nog worden geboren! Daarmee ligt een vergelijking voor de hand met de Don Carlo (in vijf actes) die de Nederlandse Opera in 1987 bracht in het Amsterdamse Muziektheater: een reprise van de legendarische Londense voorstelling van Luchino Visconti waarmee Covent Garden in 1958 het honderdjarig bestaan vierde.

De magisch-realistische decors en zetstukken van Visconti waren van een overweldigende visuele pracht en sterk perspectivisch, zodat er magnifieke doorkijkjes en vergezichten waren die honderden meters diep leken. Deze Litouwse Don Carlo was destijds veel moderner. De voorstelling speelt zich af in een open ruimte, omsloten door expressionistische rode en zwarte elementen en doeken met een abstraherend figuratief karakter.

De kostumering is weer erg historiserend en vooral voor de dames fraai uitgevoerd met veel edelstenen en andere pralende details. De regie van Nijole Krokute bestaat uit nauwelijks meer dan een beheerste beweging en placering van de grote groepen koorleden en lijkt wel geïnspireerd door massascènes uit avondvullende balletten als De schone slaapster en Het Zwanenmeer.