Demonstranten nog tevreden over "veldslag'

Geschokt over het geweld, maar toch vooral opgewonden en uiteindelijk tevreden dat “het feest dat Wiegel wilde” was uitgelopen op een middelgrote veldslag. Zo herinneren de meeste actievoerders en krakers hun gemoedstoestand direct na afloop van de gebeurtenissen op 30 april 1980 in Amsterdam, een prachtige voorjaarsdag die wat de kraakbeweging en haar aanhang betrof geheel in het teken stond van de slagzin Geen woning, geen kroning. Twaalfeneenhalf jaar geleden ging de feestelijke inhuldiging van koningin Beatrix ten onder in wolken traangas, rookbommen, charges van de ME en een regen van stenen.

Edmond Öfner (34), toen onderwijzer op een lagere school in Noordwijk, behoorde tot het leger stenengooiers. “Bij de Blauwbrug werd ik nogal rigoureus in elkaar getrapt door vijf ME'ers. Toen ben ik gaan gooien”, verklaart Öfner zijn deelname. Zijn actie ging niet onopgemerkt voorbij. Registratie door camera's van VARA's Achter het Nieuws leidde tot herkenning bij zijn leerlingen en collega's. Een week later werd hij gearresteerd en uiteindelijk veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.

Niettemin heeft Öfner, die eerder dit jaar als een van de weinige Nederlandse bergbeklimmers de Mount Everest bedwong, “absoluut geen spijt” van zijn acties en arrestatie. “Ik stond toen met een zekere hardheid en boosheid voor zaken als woningnood en een andere manier van leven. Je had ideeën over een wereld van machtsstructuren die dat verhinderden. Iedere ME'er paste daar precies in”, zegt hij.

Protest tegen de monarchie speelde in de rellen uitsluitend een afgeleide rol. “We eisten niet zozeer de republiek, dat was meer iets uit de tijd van Provo. Het was een protest tegen de machtselite en daar was het vorstenhuis bij uitstek een symbool van”, zegt Wijnand Duyvendak (34). Duyvendak, in die tijd actief in de hoofdstedelijke kraakbeweging, nu werkzaam bij een ideële uitgeverij, kijkt nog steeds met hoorbaar genoegen terug op zijn ervaringen van 30 april 1980. “We wilden de zaak wakker schudden. Tegen die algemene zelfvoldane houding dat Nederland af was, terwijl op het gebied van woningnood en kernenergie nog voldoende te verbeteren viel. Het was een onvrede met hoe de hele wereld in elkaar zat. Nederland klaar? Afbreken maar. Dat was de leus.”

Pag 2: "Als anarchist was je natuurlijk tegen monarchie'

Hoewel de rellen bij de inhuldiging in Amsterdam uiteindelijk vooral werden veroorzaakt door een opeenvolging van misverstanden en toevalligheden zijn alle betrokkenen het er wel over eens: er was die dag weinig voor nodig om de vlam in de pan te doen slaan.

In de maanden voorafgaand aan de inhuldiging van de koningin was Amsterdam het toneel geweest van ontruimingen van grote kraakpanden. En terwijl minister Wiegel (binnenlandse zaken) met enige regelmaat verzekerde dat in Amsterdam een groot festijn zou plaatshebben, doken in de hoofdstad steeds meer affiches op (“Woensdag, gehaktdag” en “Helm hoofdzaak”) die de aangekondigde feestvreugde in een grimmiger perspectief plaatsten.

Over de manier waarop gereageerd moest worden op de inhuldigingsplechtigheden bestond onder krakers weinig overeenstemming, volgens sommigen de eerste tekenen van de sluimerende verscheurdheid die de beweging uiteindelijk fataal zou worden. Een deel van de krakers vond de inhuldiging een te verwaarlozen gebeurtenis en trok zich terug op een eigen feestje, dat onder de titel "Braakfesteyn' in het Sarphatipark werd gehouden. Anderen grepen de gelegenheid aan om bij wijze van protest een aantal panden te kraken.

Voor Duyvendak begon de dag nog tamelijk ontspannen. Met een aantal anderen had hij de hand weten te leggen op de routes die de limousines met hoogwaardigheidsbekleders die dag zouden nemen naar de Nieuwe Kerk op de Dam. Bij de RAI en langs de Amstel konden de actievoerders de stoet betrekkelijk ongestoord belagen met zakjes roze verf.

Heel wat harder ging het er ongeveer op hetzelfde moment aan toe in de Kinkerbuurt, waar een groot bedrijfspand werd gekraakt. “We wilden daarmee protesteren tegen de leegstand, maar ook tegen het algehele machtsvertoon die dag”, aldus cineast Leen van den Berg (42), in die dagen leraar maatschappijleer en een van de organisatoren. De geplande feestelijkheden na de kraak werden echter al snel verstoord door een onverwacht hard ingrijpen van de Mobiele Eenheid.

Hoewel de confrontatie van korte duur bleek - de zenuwachtige politiemacht besefte na een halfuur dat de inhuldiging op de Dam door de kraak weinig gevaar liep - was de toon voor de rest van de dag gezet. 's Middags leverde de politie slag met een stenengooiende mensenmassa op het Waterlooplein, het Rokin en de Damstraat. In de avonduren werden de gevechten voortgezet rond het Leidseplein en de Munt.

“Het is een absoluut wonder dat die dag geen doden zijn gevallen”, zegt advocate Angela Meijer (40), die van 's ochtends tot 's avonds het slagveld van nabij meemaakte. “Wij waren wel het een en ander gewend van de ontruimingen, maar dit keer was ik toch wel geschokt door de heftigheid waarmee de ME optrad”, aldus Meijer, die de dag volgens eigen zeggen voornamelijk rennend doorbracht. Op zichzelf interesseerde de inhuldiging haar nauwelijks. “Ach, als goed anarchist was je natuurlijk tegen de monarchie. Maar het waren vooral al die geldverspillende toestanden in de stad, terwijl er nog veel leegstand was. Geen Woning, geen Kroning, dat gaf onze houding het beste weer.”

Voor Edmond Öfner klonk het wapengekletter van Koninginnedag 1980 nog lang na. Door zijn veroordeling raakte hij zijn baan als leraar kwijt. Omdat hij zich niet uit eigener beweging meldde, moest hij uiteindelijk zijn straf uitzitten in de strenge Koepelgevangenis in Breda. “Dat was afschuwelijk, vooroorlogse toestanden, je had niet eens je eigen toilet”, aldus Öfner. Hij benutte zijn straf door zitting te nemen in de gedetineerdecommissie en een blaadje voor de gevangenen op te richten.

Omdat Öfner sportief was en kon goed klimmen in dakgoten werd hij veel gevraagd voor kraken. Maar na verloop van tijd begon de in zichzelf gekeerde utopie van de beweging hem tegen te staan. “In die gekraakte panden creëerden de mensen hun eigen woningen en hun eigen werkplaatsen. Op den duur ga je dan denken dat de hele wereld er zo uitziet.” Öfner haakte af en stortte zich volledig op het bergbeklimmen, een hobby die zo uiteindelijk kon uitgroeien tot zijn beroep.

Ook de beroepskeuze van Angela Meijer vloeit voort uit de ervaringen van de bewuste Koninginnedag. Als een van de organisatoren van de steungroep voor de arrestanten van de dertigste april zou ze uiteindelijk haar studie biologie omruilen voor rechten. Als raadsvrouw is Meijer nu werkzaam in een hoofdstedelijk advocatencollectief. Specialisatie: straf- en arbeidsrecht.

Voor Wijnand Duyvendak volgden na de rellen bij de inhuldiging nog vele jaren binnen de "actiebeweging', die zich in de loop van de jaren tachtig allengs verbreedde. Een zware klus met veel vergaderingen en weinig vrije tijd. “Het was een totaal beslag op je leven. Alles was politiek, tot en met het eten dat je op tafel kreeg”, weet hij zich te herinneren.

Via de antimilitaristische actiegroep Onkruit en de acties tegen Shell kwam Duyvendak uiteindelijk in wat rustiger vaarwater terecht. Bedaagder wil hij zichzelf niet noemen. Een belangrijk deel van zijn tijd spendeert Duyvendak aan door de gemeente georganiseerde discussies over een autovrije binnenstad en het IJ-oeverproject. En dan is er nog het schoolgebouw in Amsterdam-West dat hij kraakte. Samen met 22 andere bewoners en tien bedrijven werd een stichting opgericht. De school werd voor het symbolische bedrag van een gulden van gemeente gekocht en wordt nu in eigen beheer verbouwd.

Leen van den Berg zette na de bewuste Koniginnedag nog lang zijn stempel op de hoofdstedelijke actiecultuur. Voor velen gold hij als een van de representanten van de gepolitiseerde vleugel van de kraakbeweging, die zijn thuisbasis had in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Tegenwoordig is hij actief als producent en regisseur van films. Van Den Berg was ondermeer betrokken bij het docudrama "In naam der wet' over de dood van kraker Hans Kok in een politiecel. Daarnaast richtte hij met een aantal medestanders in 1987 het Amsterdams Solidariteitskomité Vluchtelingen op. “Ik vond het vluchtelingenwerk in Nederland niet radicaal genoeg. En voor mij persoonlijk ligt zo'n activiteit in het verlengde van de kraakbeweging”, aldus Van den Berg.

Tegenover het koningschap als staatsvorm heerst bij de voormalige actievoerders nog steeds een betrekkelijke onverschilligheid. Hoewel Beatrix de beweging uiteindelijk overleefde, wordt de constitutionele monarchie toch vooral gezien als een “ondemocratische antiquiteit” en “een geldverslindende poppenkast”. Al volgt direct de bedenking dat het met een gekozen president waarschijnlijk niet veel beter zou zijn.

De jubilerende vorstin mag zich evenwel verheugen in een kritische, maar niet direct onwelwillend belangstelling. “Ik geloof wel dat het een vrouw is die haar hart op de goede plaats heeft zitten en de ogen niet sluit voor het onrecht in de wereld”, meent Leen van den Berg. Wijnand Duyvendak: “Als ik de reacties hoor dan heeft Beatrix er goed aan gedaan om de vliegramp in de Bijlmer te bezoeken. Persoonlijk zou ik er denk ik weinig behoefte aan hebben.”

“Ze speelt haar rol wel leuk”, meent Edmond Öfner na enig nadenken. Het had weinig gescheeld of hij had oog in oog gestaan met de vorstin. Nadat hij eerder dit jaar de top van de Mount Everest had bereikt ontstond bij zijn vrienden het idee om voor hem en zijn klimpartner een koninklijke ontvangst te regelen. De goedbedoelde poging liep op niets uit: het verzoek werd zonder opgaaf van redenen afgewezen. Zou hij de uitnodiging hebben geaccepteerd ? “Ik denk het wel”, zegt Öfner. “Gewoon voor de gein.”

Het ambtsjubileum van koningin Beatrix is vanmiddag gevierd in de Grote kerk in Den Haag. Na een welkomstwoord door minister-president Lubbers spraken prof.dr. E.H. Kossmann en mr. H.D. Tjeenk Willink over respectievelijk de betekenis van het koningschap voor Nederland en het Nederlandse koningschap in een veranderende wereld. Aan de koningin werd een jubileumboek uitgereikt.