Debat reiskaart stemt oud-Kamerlid De Visser droevig: Machteloos stelletje politici

DEN HAAG, 30 OKT. Zijn mening over het debat over de identiteitskaart is van on-Haagse duidelijkheid: “Ik heb nog niet vaak zo'n machteloos stelletje bij elkaar gezien.” Met het oplaaien van een nieuwe “paspoortaffaire” dook gisteren op de publieke tribune van de Tweede Kamer een oude bekende op: Oud PvdA-afgevaardigde drs. M.J. (Piet) de Visser (61).

Vanwege zijn prominente aandeel in de vorige paspoortaffaire verwierf hij de bijnaam “paspoort-Piet”. Vorig jaar verliet hij de Kamer omdat hij zich niet kon verenigen met de lijn die zijn partijgenoten volgden inzake de WAO-discussie.

Het debat heeft hem droevig gestemd. In het parlement wordt Kamerbreed gewerkt aan een motie die van staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) een bungelend bewindspersoon maakt. En met haar bungelt minister Dales, nu zij zich met zo veel nadruk vereenzelvigt met het beleid van haar staatssecretaris. “Dat maakt het allemaal zo ingewikkeld”, zegt De Visser, “Een staatssecretaris is makkelijk te vervangen. Maar als je aan een minister komt, kom je aan het kabinet.”

Zoals zo vaak in zijn parlementaire carrière kiest het oud-Kamerlid echter ook nu voor de onderliggende partij. De staatssecretaris is een “pittig wijffie”, dat volgens hem terecht vasthoudt aan haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheden. “Ze is een Friezin, net als mijn vrouw, en als die eenmaal iets in hun hoofd hebben, dan hebben ze het niet ergens anders. Koppig, hè. Maar dat is nu niet handig. Door de motie van de regeringspartijen wordt ze gedwongen te buigen. Het zal me niet verbazen als deze muis een staartje krijgt. Je weet het nooit met paspoorten.”

Voor het opereren van de VNG heeft De Visser geen goed woord over. “Wat mij zo droevig maakt, is dat de staat inmiddels zover is teruggetreden dat er een machtsvacuüm is ontstaan. Dat wordt opgevuld door mensen die veel feitelijke macht hebben. Bestuurlijk schuim. Het parlement praat met bewindspersonen die nauwelijks meer een veer voor de mond kunnen wegblazen. En bovendien: namens wie spraken die volksvertegenwoordigers vanmiddag? Zijlstra (PvdA), Hillen (CDA) en anderen - het waren stuk voor stuk woordvoerders van de VNG.”

De houding die sprak uit de opmerkingen van VNG-directeur dr. G.J. Fleers, die tijdens het bestuurlijk overleg met Binnenlandse Zaken en Justitie verklaarde dat de VNG zelfstandig de nieuwe identiteitskaart moet kunnen maken om niet “in een traject terecht te komen van parlementaire controle en parlementaire enquête”, staat volgens De Visser niet op zichzelf. “Als er in Rotterdam gepraat wordt over de inrichting van een regionaal bestuur pleit burgemeester Peper ervoor dat orgaan zo klein mogelijk te houden. Dat zou alleen maar meer rompslomp geven. Als democratische organen opzij gezet worden door een bestuurlijke Frankenstein als Peper houd ik mijn hart vast.”

Binnenlandse Zaken is in dit nieuwe Project Reisdocumenten volgens De Visser “politiek gesproken ontzettend dom bezig geweest”. “Als ik de adviseur van De Graaff-Nauta was geweest, had ik haar kunnen besparen waar ze nu mee geconfronteerd wordt. Ik had haar de kwestie eerst politiek laten afstemmen met Hirsch Ballin, zodat identificatieplicht en identiteitskaart gelijk op waren gegaan. Vervolgens had ik haar die afspraken laten ondertekenen door Lubbers, Kok en nog vijf andere glibbers uit het kabinet. Dán pas had ze, met volledige politieke rugdekking, naar de VNG moeten gaan. Daar had ze eenvoudig kunnen zeggen: die kaart is een nationale zaak en die maak ik. Dat ding van jullie is aardig, daarmee kunnen de burgers mooi een museum bezoeken.”

Piet de Visser is er niet gerust op. Hij heeft de paspoortkwestie ooit in een debat met minister Van den Broek vergeleken met het Koekiemonster uit het kinderprogramma Sesamstraat: “Alles wat in de buurt van het paspoortmonster komt, wordt verslonden, heb ik toen tegen de minister gezegd. En verdomd: het gaat nog steeds door.”