De Graaff geeft VNG produktie reiskaart niet

DEN HAAG, 30 OKT. Staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) is ondanks de uitdrukkelijke wens van de Tweede Kamer niet van plan de produktie van de identiteitskaart uit handen te geven aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Dat bleek gistermiddag in het debat in de Tweede Kamer over het Project Reisdocumenten. De Graaff-Nauta toonde in een reactie op een motie van de regeringsfracties CDA en PvdA wel de bereidheid opnieuw met de VNG te onderhandelen om samen tot de produktie van een identiteitskaart te komen. Maar zij hield tegelijkertijd vast aan haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheid op alle cruciale punten in het produktieproces. Bovendien liet zij weten niet te zullen terugkomen op de aanbesteding van het Project Reisdocumenten. Dat laatste ligt wel in de rede wanneer de VNG, zoals de Kamer wil, onder contract van Binnenlandse Zaken het identiteitsbewijs gaat aanbesteden.

De hele Tweede Kamer is van mening dat nu de VNG in januari komt met een gemeentelijke identiteitskaart, een kaart van Binnenlandse Zaken als mosterd na de maaltijd komt.

De motie van de regeringsfracties was zo ingekleed dat de staatssecretaris gezichtsverlies werd bespaard: zij werd niet expliciet gedwongen op haar schreden terug te keren maar kreeg de ruimte om zelf tot de slotsom te komen dat de aanbesteding voor wat betreft de identiteitskaart moet worden teruggedraaid.

CDA-woordvoerder Hillen hield de staatssecretaris voor dat zij de zorgvuldigheid bij haar verantwoordelijkheid niet moet overdrijven. “Ik neem aan dat u de kaart ook niet in uw kelder gaat drukken”, aldus Hillen. Hij suggereerde De Graaff-Nauta de aanbesteding, gunning en produktie van de kaart via een contract met de VNG uit te besteden. In dat contract zouden alle waarborgen die de bewindsvrouw ten aanzien van haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheden wil stellen, vastgelegd kunnen worden.

De staatssecretaris ging echter niet op die suggesties in. Voor VVD-afgevaardigde Wiebenga was dat aanleiding de minister en de staatssecretaris te dreigen met een amendement bij de behandeling van de Wet op de Identificatieplicht, midden volgend jaar. “Ik waarschuw de bewindspersonen dat de Kamer bij die gelegenheid de VNG-kaart definitief kan aanwijzen als nationaal ideniteitsbewijs. De schade die zij dan oplopen is niet te overzien.”