Clinton syndroom voor Duitse Bundesbank

AMSTERDAM, 30 OKT. De afgelopen twee weken heeft de dollar aan kracht gewonnen. De greenback steeg van 1,63 gulden tot 1,73 gulden. Redenen voor de sterker wordende dollar zijn, alsdus de markt, de grote waarschijnlijkheid van een verkiezingsoverwinning van presidentskandidaat Clinton in de VS en de vertraging van de economische groei in Duitsland. Dit impliceert op termijn een stijging van rente in de VS en een daling in Europa. De dollar liep hierop vooruit.

Bij veel valutahandelaren leeft de gedachte dat, indien Clinton de verkiezingen zal winnen, de overheidsuitgaven en het begrotingstekort in de Verenigde Staten zullen oplopen. Deze groei- stimulerende strategie zal de kapitaalmarktrente opstuwen en de nu nog lage inflatie doen toenemen. Gevolg zal zijn dat de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de nu nog zeer lage korte rente langzaam aan zal moeten verhogen om daarmee de prijsstijging af te remmen.

Aan de andere kant van de oceaan, in Duitsland, begint de vertraging van de economische groei zich steeds duidelijker af te tekenen. Zo daalde de gemiddelde bezettingsgraad van 85 procent in het tweede tot 83 procent in het derde kwartaal. De orderboeken laten een verslechtering zien en zijn nog maar goed voor een produktie van 2,6 maanden terwijl ze normaal gesproken een lengte hebben van drie maanden. Ook de ramingen voor de economische groei voor 1993 van de vijf Wijzen, de vijf samenwerkende economische instituten, zijn onlangs verlaagd van 1,5 tot 1 procent.

Naar aanleiding van het sombere conjunctuurbeeld werd de afgelopen weken de verwachting gevoed dat de officiële tarieven in Duitsland binnen niet al te lange tijd zullen worden verlaagd. Bovendien schijnt de machtspositie van de Bundesbank in de verhouding tot de regering steeds zwakker te worden. De Duitse, maar ook de Europese eenwording, mag immers niet mislukken in de optiek van de Duitse politici. Zij voeren daarom de druk op om de rente te verlagen, waardoor de Bundesbank genoopt wordt een beleid te gaan voeren dat, vanuit inflatoir oogpunt, te ruim is.

Toch zal de Bundesbank de renteverlagingen nog even uitstellen, omdat er op dit moment nog veel onzekerheden zijn met betrekking tot de inflatieonwikkeling. Zo zal ze tenminste tot 15 november wachten omdat pas dan enige duidelijkheid zal ontstaan over het "Solidarpakt', waarin ook afspraken worden gemaakt over hoogte van de loonstijging en het begrotingstekort in 1993. Een tweede onzekerheidsfactor voor Bundesbank is ontwikkeling van de dollarkoers. Deze zou, zoals betoogd, sterk kunnen stijgen als Clinton wordt gekozen, waardoor de inflatie in Duitsland verder versnelt.

Het Britse pond vertoonde de afgelopen week een zeer onrustig verloop. Allereerst kwam sterling onder druk doordat de toonaangevende Britse rente, de base rate, met een procentpunt werd verlaagd tot 8 procent. De Engelse minister van financiën Lamont kan de rente, nu de EMS-afspraken niet meer knellen, omlaag brengen om daarmee de zwaar uit het lood geslagen economie nieuw leven in te blazen. Het verschil met de Duitse Lombardrente bedraagt nu ruim 1,5 procent hetgeen onmogelijk zou zijn geweest als het pond nog deel zou nemen aan het wisselkoersmechanisme. Het gevaar dreigt echter dat door de renteverlagingen en de sterke devaluatie van het Britse pond de inflatie weer zal aanwakkeren. Met andere woorden de korte-termijndoelstellingen prevaleren op dit moment boven de lange-termijndoelstellingen.

In het EMS is de rust, na de turbulente ontwikkelingen van de afgelopen weken, enigszins weergekeerd. Alle munten bevinden zich op dit moment ruimschoots binnen de toelaatbare bandbreedte. Het EMS-peleton heeft zich inmiddels in drie groepjes gesplitst. Een kopgroep met de Nederlandse gulden, de Duitse mark en de Belgische frank en een groep achterblijver bestaande uit het Ierse punt en de Spaanse peseta. Daartussen in bewegen de Franse franc en de Deense kroon. Als gevolg van de relatieve kracht van de Franse franc kon het korte tarief van de Franse centrale bank vrijdag worden verlaagd van 13 tot 10,5 procent. De interventierente, die veel belangrijker is, omdat zij als vloer dient voor de geldmarkt, bleef echter onveranderd, hetgeen aangeeft dat de Franse franc nog steeds steun behoeft.

Bron: Economisch Bureau ING Bank