Camilo José Cela: Een elftal voetbalverhalen. ...

Camilo José Cela: Een elftal voetbalverhalen. vert. Ton Ceelen. Uitg. Meulenhoff, 101 blz. Prijs ƒ 15,-

Adelaide Garcia Morales: Het zwijgen der Sirenen. Uitg. De Geus-Epo, 128 blz. Vert. Hanny Berkelmans. Prijs ƒ 29,50.

Gedichten van Quevedo. Vert. Dolf Verspoor. Uitg. Meulenhoff, 63 pagina's. Prijs ƒ 29,50

Antonio Colinas en Julio Llamazares: Een zolder voor herinneringen. Vert. Studentencollectief RUG. Uitg. Stichting Artichoc Oss, 80 blz.

Almudena Grandes: Vrijdag zal ik je noemen. Vert. Ester van Buuren en Jacqueline Hulst. Uitg. Agathon. 347 blz. Prijs ƒ39,90.

“Honderdduizenden Spanjaarden, of misschien wel miljoenen, haasten zich 's maandags de deur uit zonder hun vrouw en kinderen gedag te zeggen, te ontbijten of zich zelfs maar te wassen, en lopen alle bejaarden omver om nog net op tijd het felbegeerde vogeltje te vangen dat sportkrant heet (met de voetbaluitslagen), het geestesvoer waar zij de hele week op moeten teren.”

Camilo José Cela schreef Een elftal voetbalverhalen in de periode van 24 september tot en met 4 oktober 1963, precies 11 dagen; een verhaal per dag. Het is een verzameling bizarre, bijzonder geestige verhalen als "voorbeeld en verklaring van het heden en als waarschuwing voor de toekomst'. Cela is ouderwets aan het "vertellen' en maakt daarbij veelvuldig gebruik van klassieke middelen als het epitheton ornans, en het herhalen van bepaalde zinnen en woorden, waardoor de verhalen een bepaalde cadans krijgen.

De elf voetbalverhalen zijn geen verhalen over voetballen. Soms volstaat de schrijver met een minieme verwijzing naar het nobele balspel. In een van de mooiste verhalen uit het boek, "Ritornel de stadsverdediger', bijvoorbeeld, is het de vermelding dat de hoofdpersoon doelverdediger van het stedelijk elftal is.

"De Fabel van het gouden ram' gaat over de topvoetballer Estanislao, maar ook hier is het voetbalelement ondergeschikt aan het verhaal en de plot. “Estanislao doucht elke morgen met koud water. Dat zien de buren niet, maar omdat ze het vermoeden, stellen ze hem ten voorbeeld aan hun slimme, astmatische neefje dat alleen maar kan biljarten.”

Camilo José Cela: Een elftal voetbalverhalen. vert. Ton Ceelen. Uitg. Meulenhoff, 101 blz. Prijs ƒ 15,-

De achterflap spreekt van "de hartstochtelijke liefdesgeschiedenis van de eenzame en in zichzelf gekeerde Elsa.' Dat belooft veel goeds. De geschiedenis wordt als flash-back in de eerste persoon verteld door Maria, een jonge vrouw die zich als onderwijzeres in een klein Zuidspaans bergdorp heeft gevestigd. Maria verbaast zich over het grote aantal alleenstaande oude vrouwen in het dorp, die "overlevenden lijken van een bijna verdwenen werkelijkheid'. Zij neemt deel aan merkwaardige ceremonieën en rituele genezingen. Ze leert het boze oog kennen, en zij ontmoet een andere jonge vrouw, Elsa, tot wie zij zich aangetrokken voelt omdat zij tweeën als enige buitenstaanders in de marge van die merkwaardige dorpsgemeenschap leven. Tot daar is het leuk. Maar dan begint het "echte verhaal' en dat is interessant-doenerig en vervelend. Elsa blijkt verwikkeld te zijn in een geheimzinnige liefdesgeschiedenis waarin zij droom, verbeelding en werkelijkheid niet uit elkaar kan houden. Maria probeert tot de kern van de zaak door te dringen door Elsa onder hypnose te brengen. Wat volgt is veel praten, veel huilen, veel gedoe. Het loopt allemaal slecht af. Maar dat is niet erg, want op geen enkel moment identificeert de lezer zich met de personages van het verhaal. Met het boek liep het wel goed af: het werd in 1985 bekroond met de Heralde-prijs, een belangrijke Spaanse literaire onderscheiding.

Adelaide Garcia Morales: Het zwijgen der Sirenen. Uitg. De Geus-Epo, 128 blz. Vert. Hanny Berkelmans. Prijs ƒ 29,50.

De vertalingen van Dolf Verspoor dwingen bijna altijd bewondering af. Zo ook zijn onlangs verschenen vertalingen van tweeëntwintig sonnetten van Francisco de Quevedo. Verspoor verrast steeds weer met knappe, soms virtuoze vondsten. Toch blijkt hier weer eens duidelijk dat het haast onvermijdelijk is dat een gedicht met gedwongen rijm en metrum aan kracht inboet in een vertaling die vasthoudt aan die vorm. Het is het klassieke dilemma van de poëzievertaler: vrije (woordelijke) vertalingen missen de spanning van de oorspronkelijke vorm. Maar vasthouden aan die vorm leidt vaak tot verkrampte oplossingen om de betekenis van het originele gedicht zo dicht mogelijk te benaderen of tot betekenisveranderingen. Het resultaat kan in zulke gevallen wel een mooi nieuw gedicht zijn, maar het staat dan dikwijls ver af van het origineel.

Quevedo schrijft in directe en onopgesmukte taal. Taal die in het oorspronkelijke Spaans vaak helderder en begrijpelijker is dan in de Nederlandse herdichtingen van Verspoor. Dat is gedeeltelijk te verklaren uit het altijd al wat plechtige taalgebruik van Verspoor, maar de belangrijkste oorzaak ligt toch in het hiervoor beschreven probleem. Afgezien van deze kanttekening niets dan lof voor deze tweetalige uitgave van Gedichten van Quevedo die een mooie aanvulling vormt op de andere poëzievertalingen van Dolf Verspoor.

Gedichten van Quevedo. Vert. Dolf Verspoor. Uitg. Meulenhoff, 63 pagina's. Prijs ƒ 29,50

In Een zolder voor herinneringen worden twee jonge Spaanse schrijvers, Julio Llamazares en Antonio Colinas, samengebracht. De samenstellers hebben gekozen voor juist deze twee, omdat ze allebei afkomstig zijn uit León, en ieder op volstrekt eigen wijze de sfeer en het verleden van hun vaderland verwerken in hun poëzie. Dat ze niet met elkaar vloeken komt doordat de twee dichters dezelfde drijfveer hebben: zij zoeken hun wortels en een verleden.

De gedichten van Colinas zijn klassiek, zowel in vorm als in inhoud. Colinas put zijn inspiratie voor een belangrijk deel uit de klassieke oudheid, en bezingt in lange, muzikale verzen op zware toon zijn vaderland, León, en de vele andere landen die hij bezoekt. Zijn ervaringen in andere landen versterken en concretiseren het beeld dat de schrijver heeft van zijn eigen land. In alle gedichten klinken besef van vergankelijkheid en angst voor vergetelheid door. “Wanneer een mens geboren wordt / slaat hem een steen in het gezicht / hard voelt het licht als een steen. En als hij met besef leeft / zal er geen jaar zijn in zijn leven / dat hem niet martelen de mysteriën / van het zijn en het niet zijn.

De gedichten van Llamazares, afkomstig uit de bundel De traagheid van de ossen, zijn toegankelijker. Llamazares schrijft verhalende poëzie, in klare taal. Het is een aaneenschakeling van haast aforistische verzen, die doen denken aan Ramón Gómez de la Serna: "in heel oude zakken, zo oud dat niet eens de pijn ze kan bereiken, wordt de tijd bewaard.'. Llamazares schrijft over een onbestemde tijd waarin mensen dicht bij de natuur stonden, en refereert aan een tijd dat alles goed en in evenwicht was. Het is aardse poëzie met veel kleuren, geuren, planten, licht en dieren.

Antonio Colinas en Julio Llamazares: Een zolder voor herinneringen. Vert. Studentencollectief RUG. Uitg. Stichting Artichoc Oss, 80 blz.

Vrijdag zal ik je noemen is stilistisch en inhoudelijk een bijzondere roman. De schrijfster is bekend geworden door haar boek Episoden uit het leven van Lulu. Haar nieuwe roman heeft drie motto's meegekregen: een citaat van Graham Greene, een stelling van de Pythagoreïsche School en een fragment uit Robinson Crusoë, waaraan de roman ook zijn titel ontleent. Kernbegrip in de drie motto's is onschuld. De roman bestaat uit een korte proloog, drie delen, en nog een korte epiloog. De drie delen zijn respectievelijk getiteld: "Iris', "Vrijdag' en "Manuela' - alledrie benamingen voor dezelfde vrouw. De hoofdpersoon is Benito Marin, een gebochelde, pokdalige man die weinig succes heeft bij de vrouwen. Het leven heeft hem cynisch gemaakt. “Zijn leven was één grote grap (-) niet eens een spitsvondige, verraderlijke of wrede grap, maar gewoon, flauw.” Maar hij laat zich niet terneerslaan. Hij plaatst regelmatig advertenties in sado-masochistische blaadjes: “Jonge, rijzige aantrekkelijke meester zoekt mooie, onderdanige en gehoorzame slavin.” Met een van de vrouwen die reageert op de advertentie begint hij een erotische correspondentie. Zij spreken een aantal malen af om elkaar te ontmoeten, maar hij maakt zich nooit aan de vrouw bekend, beloert haar van een afstandje en fantaseert er op los. Dan ontmoet hij Iris, die in werkelijkheid Manuela heet en die hij Vrijdag gaat noemen wanneer zij zijn leerling, zijn levensgezellin en zijn slavin is geworden. “We zijn allebei lelijk en niet bepaald briljant, we zijn eenzaam, we neuken samen, punt uit, meer is er niet, afgezien van de ongelijkwaardigheid die onze relatie in balans zal houden, want jij bewondert mij en ik veracht jou, en daarom geef ik bevelen en volg jij ze op, en zo zijn we allebei tevreden.” En zo gaat het ook. Manuela en Benito raken zeer aan elkaar verknocht - hij is haar (leer)meester, zij leert hem de onschuld kennen. Ondanks het wat rauwe onderwerp van de roman is "Vrijdag zal ik je noemen' een poëtisch boek. Met name de jeugdherinneringen van Benito zijn heel mooi.

Almudena Grandes: Vrijdag zal ik je noemen. Vert. Ester van Buuren en Jacqueline Hulst. Uitg. Agathon. 347 blz. Prijs ƒ39,90.