Cabarettrio De Types heeft weinig te zeggen

Voorstelling: Opgejaagd, door De Types (Rob Kamphues, Hans Riemens en Hans Paulides). Regie: Koos Terpstra. Gezien: 28/10 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t/m 31/10, daarna elders.

Het is geen verrassend verwoord motto dat het cabarettrio De Types heeft geformuleerd voor zijn vijfde programma: “Alles beter dan de rest van je dagen als zombie door het leven te gaan.” Maar het suggereert op zijn minst opstandigheid - en zelden was een motto zo misleidend als hier. Als er iets is wat in de daaropvolgende voorstelling ontbreekt, is het rebellie. De grappen gaan vooral over populistische onderwerpen als auto's, feestavonden en lelijke vrouwen, terwijl in de meeste liedjes de tekst een ondergeschikt element is. Dat is raar.

Misschien zou ik van het motto niet eens melding hebben gemaakt, als ik niet allang het vermoeden had dat De Types inhoudelijk bijster weinig te zeggen hebben, maar dat in de loop der jaren steeds virtuozer weten te verbergen. Wat dat betreft is er onmiskenbaar van artistieke groei sprake. In de eerste plaats bij conferencier Rob Kamphues, die de lachers buitengewoon vaardig op zijn hand begint te krijgen. Mij bevalt zijn optreden heel wat minder, omdat hij onder het mom van ironie een spervuur van platte grappen ten beste geeft - ja ja, denk ik, het zal allemaal wel ironisch bedoeld zijn, maar intussen is die vette lach uit de zaal mooi meegenomen. Hij hangt naar mijn smaak veel te vaak de lolbroek uit, waardoor zelfs een mooi geschreven samenspraak over vriendschap tenslotte verzandt in eenduidige café-humor.

Hans Riemens speelt zijn aangeversrol met veel meer nuanceringen (bijvoorbeeld in een geestige parodie op de serene sfeer die de Oude Muziek omringt) en is samen met Hans Paulides als vocalist en gitarist verantwoordelijk voor de welluidende, Nederpop-achtige songs vol neerslachtigheid die de tweede peiler van De Types vormen. Ook daarin is vooruitgang geboekt. Dat ik desondanks niet enthousiaster kan zijn, komt wellicht door het knagende gevoel dat er achter die façade van muzikaal vertier en verbale behendigheid wel iets wordt gesuggereerd, maar nauwelijks iets waargemaakt.

    • Henk van Gelder