Beven voor de koning, spelen voor de koningin; De herontdekte componist graaf Unico Wilhelm van Wassenaer

De Sei Concerti Armonici, weemoedige, gevoelige en levendige muziek, werden altijd toegeschreven aan de Napolitaanse componist Pergolesi. Pas na tweeëneenhalve eeuw bleek dat ze in 1740 geschreven werden door de Nederlandse graaf Unico Wilhelm van Wassenaer. Hoewel de Franse koningin een fan van hem was, zag zijn familie niets in de muzikale activiteiten van Unico. Onlangs werden in Rostock nog drie blokfuitsonates van de graaf ontdekt.

Van 3 t/m 22 nov is op kasteel Twickel in Delden een tentoonstelling over graaf Unico Wilhelm van Wassenaer. Ma t/m vr 14-17 uur, za en zo 10-17u.

Albert Dunning: Count Unico Wilhelm van Wassenaer. A master unmasked or the Pergolesi-Riciotti solved. Uitg. Frits Knuf, Buren. Prijs ƒ 95,- (ingenaaid) ƒ 130,- (geb.).

Three sonates fot Alto recorder and basso continuo, circa 1714. Ed. Albert Dunning en Wim Brabants. Uitg. Saul B. Groen. Prijs ƒ 47,50.

Cd: Unico Wilhelm van Wassenaer: Sei Concerti Armonici uitgevoerd door The Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman. 2292-45305-2 Erato.

In de toren van het zeventiende-eeuwse Overijsselse kasteel Twickel luidt een klok. In een andere toren nog een klok. Uit de verte klinkt de kerkklok van het stadje Delden. De drie klokken echoën na over de binnenplaats van het kasteel. Dan daalt de stilte weer neer over het kasteel, de bijgebouwen, de oranjerie, de slotgracht en de Franse tuinen.

In zijn kroniek over het achttiende-eeuwse Europese muziekleven, The Present State of Music (1773) constateerde de Britse muziekcriticus Charles Burney dat men in de "Republiek der Vereenigde Nederlanden' slechts twee muzikale geluiden kent: het luiden van klokken en het rinkelen van geld. Voor de rest was het volgens Burney droevig gesteld met het muziekleven in achttiende-eeuws Nederland. Anders was dat in Italië. In Napels beleefde Burney het hoogtepunt van zijn muzikale reis door Europa.

Drie conservatoria leverden Napels een doorlopende stroom van componisten en musici. Op straat zongen de inwoners aria's en ze dansten de tarantella op de pleinen. Volgens Burney was er geen twijfel mogelijk: Napels was de parel in de kroon van de achttiende-eeuwse Europese muziek.

In de kluis van kasteel Twickel wordt het manuscript bewaard van de "Sei Concerti Armonici'. Deze zes late Barokconcerten, in afwisselend langzame en snelle delen, vallen op door hun rijkdom aan muzikale ideeën. Sommige passages doen denken aan de religieuze muziek van omstreeks 1600, andere delen lijken hun tijd bijna honderd jaar vooruit. De doordachte opbouw verraadt een verbluffend vakmanschap.

Tweeëneenhalve eeuw lang werden deze Concerti toegeschreven aan de Napolitaanse componist Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736). Pergolesi wordt in Napels nog steeds beschouwd als de meest revolutionaire Napolitaanse componist aller tijden. Hij was, met zijn komische eenakter La Serva Padrona (1733), de eerste die het gewone volk een "stem' gaf in een opera (La Serva Padrona is het verhaal van een dienstbode die zich meester maakt van zowel haar heer als van zijn geld). De beroemde Napolitaanse musicoloog Andrea della Corte zag in 1922 in de Concerti een hoogtepunt in het werk van de Napolitaanse componist: “Weemoedig, diep-gevoelig maar tegelijkertijd zo levendig drukt Pergolesi zich uit in dit meesterwerk.”

In 1980 bezocht de Nederlandse musicoloog Albert Dunning de bibliotheek van kasteel Twickel. Na een speurtocht van bijna twintig jaar door heel Europa, ontdekte hij hier het manuscript van de Concerti. Sinds de tweede Wereldoorlog twijfelden musicologen aan de Napolitaanse herkomst van de Concerti. Dunning stelde vast dat de handgeschreven partituren niet van Pergolesi waren, maar van de Nederlandse graaf Unico Wilhelm van Wassenaer-Obdam. Aan de vooravond van de driehonderdste geboortedag van de graaf, op 2 november, werden in de Universiteitsbibliotheek van Rostock de manuscripten van drie blokfluitsonates gevonden door de Nederlandse fluitist Wim Brabants.

Düsseldorf

Unico Wilhelm van Wassenaer werd op 2 november 1692 op kasteel Twickel geboren. Van Wassenaers vader was militair en diplomaat; van 1707 tot 1709 was hij ambassadeur van de Republiek aan het hof van keurvorst Johann Wilhelm von der Pfaltz in Düsseldorf. Veel componisten, onder wie Georg Friedrich Händel en Arcangelo Corelli, genoten er de bescherming van de keurvorst. Tezelfdertijd bekleedden de leden van de familie Van Wassenaer talloze erefuncties in de Republiek. Unico werd op vierjarige leeftijd ingeschreven als bewindhebber van de Verenigde Oostindische Compagnie. Tussen 1713 en 1715 nam hij muzieklessen in Den Haag. Uit die tijd dateren ook de drie in Rostock gevonden blokfluitsonates, waarin de 22-jarige Van Wassenaer zich al een sterke muzikale persoonlijkheid toont. Tussen 1715 en 1718 maakte Unico Wilhelm zijn "Grand Tour'; een reis langs Europese hoven en hoofdsteden ter verrijking van de opvoeding van jonge aristocraten. In Venetië en Rome hoorde hij muziek van Vivaldi, Albinoni en Corelli; die zijn werk later beïnvloedden. Unico Wilhelm keerde terug naar Nederland om, na de dood van zijn vader, zijn functies als edelman in verschillende "ridderschappen' op zich te nemen. Hij kon zich echter moeilijk losmaken van de muzikale indrukken die hij op zijn reis had opgedaan. Uit een brief uit 1725 spreekt de irritatie van Unico's oudere broer Johan Hendrik daarover: “Hij zou er goed aan doen niet al zijn gedachten aan notenbalken toe te vertrouwen.” Binnen het aangeboren keurslijf van een aristocraat in de republiek was weinig ruimte voor muzikale ambities. Men componeerde niet zelf; een componist had men hooguit in dienst. Deze mentaliteit weerhield Van Wassenaer er niet van om tussen 1725 en 1740 zijn muzikale ideeën uit te werken. Hij gaf zijn compositie een bezetting van zeven instrumenten. Vernieuwend is zijn idee om de "leidende stem' door het orkest te laten zwerven en hem niet tot de eerste viool te beperken, zoals toen gebruikelijk was. Op het ene moment duikt hij op bij de eerste viool, dan weer bij de derde of vierde viool, dan plotseling bij de altviool. Deze ruilverkaveling van "stemmen' maakt dat alle instrumenten voortdurend in het centrum van de muziek actief zijn. Het resultaat is een rijk, harmonisch geheel dat nooit vervalt in de lege virtuositeit die in die tijd zo in de mode was.

Van Wassenaer werkte vijftien jaar aan deze partituren: "Te lang, te eenzijdig', "Erg middelmatig', krabbelde hij in de marge. Hij twijfelde voortdurend aan de kwaliteit van zijn stukken. In 1740 werden ze in zijn vriendenkring in Den Haag gespeeld. Violist en muziekuitgever Riciotti hoorde ze en vroeg toestemming om ze te drukken. Van Wassenaer vond het goed, onder voorwaarde dat zijn naam niet op de partituur verscheen. De "Sei Concerti Armonici' werden anoniem van een Italiaanse titel voorzien en opgedragen aan graaf Willem Bentinck.

Ambassadeur

Na de dood van zijn kinderloze broer werd Van Wassenaer hoofd van de familie. Dit betekende een plotselinge uitbreiding van zijn politieke en diplomatieke functies in de republiek. Als volkomen onervaren ambassadeur werd hij tussen 1744 en 1750 naar Frankrijk gestuurd om daar vredesonderhandelingen te voeren. De neutrale republiek dreigde betrokken te raken bij de Oostenrijkse Successieoorlog. Van Wassenaer krijgt een audiëntie bij Koning Lodewijk XV. “Monsieur Van Wassenaer wekte vooral de indruk erg te beven gedurende zijn audiëntie bij de Koning”, schreef een daar aanwezige edelman.

Ook de Franse minister van buitenlandse zaken d'Argenson verwonderde zich over de ambassadeur. Hij omschreef Van Wassenaer als “Zeer vriendelijk, hoffelijk en belezen. Maar hij praat teveel. Hij zegt het opmerkelijk te vinden dat men in Frankrijk met iedereen, met dames, met bisschoppen en zelfs met katten, politieke zaken kan bespreken. Dat doet hij dan ook. Hij schijnt te denken dat ook Frankrijk een republiek is en dat het er om gaat, hoe dan ook een meerderheid op je hand te krijgen.”

Ook in Versailles oogstte Van Wassenaer meer bijval met zijn muzikale dan met zijn diplomatieke begaafdheden. De Franse koningin, bedroefd omdat haar echtgenoot Lodewijk XV haar slaapvertrek ontweek ten gunste van dat van Madame de Pompadour, vond veel troost in zijn muziek. “De koningin wil momenteel uitsluitend de muziek van Monsieur Van Wassenaer horen,” vermeldt een hoffunctionaris in zijn memoires. “Van Wassenaer is een groot componist en speelt prachtig clavecimbel. Gisteren werden er composities van hem uitgevoerd. Zijn muziek is mooi als die van Corelli.”

Bier

Op Twickel hield Van Wassenaer zich, toen zijn diplomatieke carrière beëindigd was bezig met het bestuur van zijn landgoed.

“Zo eenvoudig was dat niet,” vertelt de huisbewaarder van Twickel. “De landheer hield toezicht op alle aspecten van het leven op zijn landgoed. Als zijn pachters wilden trouwen moesten ze toestemming vragen. Elk detail van hun leven was onder controle. Zelfs de hoeveelheid bier die de landheer bij de begrafenis van een pachter ter beschikking stelde stond vast.”

Zijn laatste jaren bracht Van Wassenaer door in Den Haag. Met lede ogen zag hij aan hoe zijn zoon Jacob-Jan werd ingepalmd door Rosette Baptiste, een soubrette bij de Haagse Comédie Française. Langzaam maar zeker maakte het "meisje uit het volk', als in een opera van Pergolesi, zich meester van de jonge aristocraat. Unico van Wassenaer zou niet meer meemaken dat zowel zijn zoon Jacob-Jan als diens jongere broer Carel George het grootste deel van het Van Wassenaer-vermogen zouden nalaten aan Rosette Baptiste. In een vergeeld document dat het manuscript van de "Sei Concerti Armonici' gezelschap houdt in de kluis van kasteel Twickel werd de oorzaak van zijn dood in 1766 bondig opgetekend: “Hij stierf van verdriet.”