Besluiteloosheid EG speelt Hoogovens parten

ROTTERDAM, 30 OKT. Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken, zoals het staal- en aluminiumconcern in IJmuiden voluit heet, is niet alleen slachtoffer van een economische crisis. Ook de politieke besluiteloosheid van de Europese Gemeenschap en juist de doortastendheid van sommige landen in de EG dreigen Hoogovens parten te gaan spelen.

In 1992 maakt Hoogovens een verlies van meer dan een half miljard gulden, een absoluut record sinds de Tweede Wereldoorlog. Behalve de 2300 banen waarvan de directie in september de verdwijning al aankondigde, moeten er waarschijnlijk nog meer banen weg. Nu niet bij de staaldivisie, die al enige jaren het lijdend voorwerp is van reorganisaties, maar bij de andere afdelingen zoals de handelspoot, het technisch bedrijf en ook de aluminium-divisie.

In zekere zin is de nieuwe saneringsronde een nederlaag voor de strategie, die de Hoogovens-directie heeft ontwikkeld sinds begin jaren tachtig de fusie met Hoesch werd ontvlochten. De fabriek die zich destijds voornamelijk bezighield met laagwaardige staalprodukten voor bijvoorbeeld de bouw, legde zich meer toe op hoogwaardig staal voor onder meer de auto-industrie - een proces waar Hoogovens nog middenin zit. Tegelijkertijd ging Hoogovens over op de produktie van aluminium met het idee daardoor minder gevoelig te zijn voor conjuncturele schommelingen: aluminium bedraagt nu ongeveer een derde van de omzet.

Het conjuncturele dal is echter te diep gebleken voor Hoogovens en ook andere Westeuropese staalfabrieken. Niet alleen is de prijsval van het staal verhevigd tot soms 30 procent, ook het aluminium onttrekt zich niet aan de malaise en vertoont prijsdalingen. Dumping uit Oost-Europa en het wegvallen van de afzet in de voormalige Sovjet-Unie vergroten het overaanbod, dat toch al groot is doordat de auto-industrie en witgoedfabrikanten in de huidige recessie minder vraag vertonen.

Deskundigen spreken regelrecht van een staalcrisis, die wordt veroorzaakt door een overcapaciteit van ruim 15 procent. Een sanering is dan ook noodzakelijk en de Europese staalbedrijven, die allemaal met verliezen tobben, hebben de EG vorige maand gevraagd daarvoor een plan op te stellen. Topman Robert Scholey van British Steel voorspelde eerder dit jaar dat in de Europese staalindustrie het aantal banen zal dalen van 310.000 naar 245.000.

Door de omvang van het dreigend verlies aan werkgelegenheid is de staalcrisis een politieke zaak aan het worden en juist daarin blijkt hoe alleen Hoogovens feitelijk staat. De Nederlandse regering heeft tot nu toe gezwegen over de klappen bij Hoogovens en lijkt niet geneigd geld op tafel te leggen om de pijn te verzachten. Integendeel, de uithuwelijking van Fokker aan Dasa laat alleen maar zien dat de overheid geen subsidie-put meer wil zoals destijds RSV. Topman O. van Royen heeft overigens zelf aangegeven geen subsidies te willen.

De situatie van Hoogovens is in dit opzicht te vergelijken met die van de Duitse staalbedrijven Thyssen, Krupp en Hoesch en met British Steel. De Britse regering al een decennium bezig met de privatisering van overheidsbedrijven - zoals British Steel enkele jaren terug - en gelooft niet in subsidies. De Duitse overheid houdt nu grote schoonmaak en heeft al wat bedrijven gesleten aan het mammoetconcern Daimler Benz, zo langzamerhand het belangrijkste instrument van de Duitse industriepolitiek.

Andere EG-landen saneren hun industrie echter wel met een zak geld in de hand. Zo heeft Spanje 9,9 miljard gulden klaarliggen voor onder meer de sluiting van een oude en de opening van een nieuwe fabriek. Om die reden heeft Van Royen al eerder de vrees uitgesproken voor een wedloop om subsidies, waarin Hoogovens met een achterstand begint. Bij de grote sanering aan het begin van de jaren tachtig kregen veel staalfabrieken overheidssteun, terwijl Hoogovens moest interen op het eigen vermogen.

Het is dus niet verwonderlijk dat juist Hoogovens en de Duitse collega's aan de wieg hebben gestaan van de oproep aan de EG-commissarissen L. Brittan (mededinging) en M. Bangemann (industrie) om met een saneringsplan te komen en de subsidies aan banden te leggen. Het probleem is echter dat de Europese Commissie zich nu wat op de achtergrond houdt sinds in het tumult om 'Maastricht' de EG-bemoeienis ter discussie is gesteld. Het is voor Hoogovens een slecht voorteken dat de EG onlangs de Spaanse subsidie voorwaardelijk heeft goedgekeurd, wat allerwege is uitgelegd als een nederlaag voor Brittan.

Nu Hoogovens voorlopig op zichzelf is aangewezen, is het de vraag of de onderneming wel zelfstandig kan voortbestaan. Het eigen vermogen was in 1991 een schamele 27,6 procent van het balanstotaal, terwijl 35 procent een minimum is voor een conjunctuurgevoelig en kapitaalsintensief bedrijf als Hoogovens. Een verlies van een half miljard drukt het eigen vermogen Hoogovens naar de 22,5 procent. “Als je kijkt naar de financiële positie van het bedrijf, dan denk ik dat Hoogovens voor de continuteit meer moet gaan samenwerken met andere bedrijven dan nu gebeurt. Voor het jaar 2000 zal Hoogovens zo'n intensieve samenwerking aangaan met een ander bedrijf”, verwacht J. Schalkx, FNV-bestuurder en Hoogovens-watcher.

    • Karel Berkhout