Aanval Rode Khmer vlakbij Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh

PHNOM PENH, 30 OKT. Strijders van de Rode Khmer hebben begin deze week twee dorpen aan de rand van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh met raketten en mortieren bestookt, zo heeft het Cambodjaanse ministerie van defensie vandaag gezegd.

Volgens woordvoerder Sim Sareun vielen manschappen van de Rode Khmer dinsdagavond het dorp Prek Rath aan, op tien kilometer van het centrum van Phnom Penh, waar zich een opslagplaats van brandstof bevindt. De Rode Khmers vuurden vanaf de overzijde van de rivier de Tonle Sap tien granaten af, maar misten het brandstofdepot. Wel werd een klein aantal huizen vernield waardoor drie dorpelingen verwondingen opliepen. Een uur later werd het dorp Prek Kdei, vlakbij Phnom Penh, bestookt met granaten, hier vielen geen slachtoffers.

Hoewel de Rode Khmer de verantwoordelijkheid voor de aanslagen niet op zich heeft genomen, gaat de Cambodjaanse regering ervan uit dat het het werk is geweest van de vroegere guerrillastrijders. Op de plaats van de aanslagen werden Chinese petten en hulzen gevonden die wijzen op een Rode Khmer-actie.

Het is de eerste maal sinds de ondertekening van het vredesakkoord, op 23 oktober 1991 in Parijs, dat zo dicht bij Phnom Penh incidenten zijn gemeld. Ook de Rode Khmer zette vorig jaar zijn handtekening onder het akkoord, maar de maoïstische organisatie weigerde daarna mee te werken aan uitvoering van het vredesplan. De voorgenomen ontwapening van de drie voormalige guerrillagroepen en het regeringsleger, door de vredesmacht van de Verenigde Naties (UNTAC), is daardoor nog nauwelijks op gang gekomen. Als reden voor de weigerachtige houding noemt de Rode Khmer de aanwezigheid van een groot aantal Vietnamese militairen dat als burgers is verkleed.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de Rode Khmer tot 15 november de tijd gegeven om met de UNTAC samen te werken. Gebeurt dat niet dan zal de Rode Khmer niet mee kunnen doen aan de vrije verkiezingen in mei 1993.

Thailand heeft gisteren zijn pogingen opgegeven de Rode Khmer over te halen alsnog mee te werken aan de uitvoering van het vredesplan. Volgens een Thaise woordvoerder stelde de Rode Khmers zich “zeer hard” op en beschuldigden ze het hoofd van de UNTAC, de Japanner Akashi, samen te werken met de regering in Phnom Penh. Thailand toonde zich buitengewoon teleurgesteld over de opstelling van de Rode Khmer. Tijdens de Vietnamese aanwezigheid in Cambodja, tussen 1979 en 1989, steunde Thailand de verzetscoalitie van de Rode Khmer, nationalisten en het leger van prins Sihanouk. De laatste twee partijen werken wel mee aan het akkoord; Sihanouk is sinds november 1991 ere-staatshoofd. (AFP, Reuter)