Wielerteams: Meer renners in de belangrijke wedstrijden

PARIJS, 28 OKT. Valpartijen zijn niet zelden een uitvloeisel van een te groot deelnemersveld en daarom probeert de internationale wielerunie (UCI) het aantal renners in wedstrijden te beperken. Tweehonderd man aan de start is in haar ogen meer dan genoeg. De vereniging van ploegen AIGCP (Association Internationale des Groupes Cyclistes Professionels) pleit echter voor het vergroten van het peloton.

De club van voorzitter Roger Legeay, die gisteren in Parijs vergaderde, wil dat in de tien races om de Wereldbeker, alsmede de Tour de France, de Ronde van Spanje en de Italiaanse Giro, 236 coureurs worden toegelaten. Vijfentwintig teams van acht renners, aangevuld met zes formaties van zes, de laatste bij voorkeur uit het land waar de wedstrijd wordt verreden.

De profs lopen door het voorstel, dat aan de UCI zal worden voorgelegd, meer gevaar. Maar de AIGCP, die de belangen van de sponsors moet behartigen, tilt zwaarder aan de publicitaire winst voor de geldschieters. Want in haar ogen hebben die het al moeilijk genoeg. Neem de Tour. Het is Legeay en de zijnen een doorn in het oog dat Coca Cola en Crédit Lyonnais, twee evenementsponsors van het spektakel, op en rond het erepodium zeventig procent van de reclame opeisen en de ploegsponsors slechts dertig. Een commissie van de AIGCP, met pr-man Harrie Jansen (nu Buckler, straks WordPerfect), zal zich over deze materie buigen. Jansen: “Op de leiderstrui moet de naam van de betreffende ploeg duidelijker zichtbaar worden. De bloemen die wordt uitgereikt is hinderlijk groot. En er staan te veel baasjes van Coca Cola in de weg. Er moet voor dat soort zaken een reglementering komen, ook in de ronden van Italië en Spanje.”

Bij het agendapunt Vuelta liepen de emoties hoog op, want alle negen Spaanse ploegen zijn er tegen dat de etappewedstrijd vanaf 1995 van mei naar september wordt verplaatst. Jansen: “De AIGCP heeft vorig jaar het standpunt ingenomen dat één van de drie grote ronden naar september moest. Voor de spreiding. Zestien ploegen waren vóór. Het lag voor de hand dat het Spanje betrof, want ook UCI-voorzitter Verbruggen had dat land genoemd. Nu sputterde alles wat Spaans was tegen. Er kwam een stemming. Veertien vóór, zes onthoudingen en natuurlijk negen tegen. Of de verhuizing doorgaat, hangt van de organisatie af. Die is de baas, niet wij of Verbruggen. Ik heb begrepen dat de Vuelta-bazen verdeeld zijn.”

Ook de Wereldbeker leidde tot discussies. De AIGCP-vergadering onderschreef dat het door Verbruggen bedachte circuit ertoe heeft geleid dat de (internationale) bezetting van de topwedstrijden is verbeterd. Maar ze zette er ook vraagtekens bij. Een van de afgevaardigden zei: “De Wereldbeker is niet ziek, maar morsdood.” Wat mankeert er aan? Jansen: “De AIGCP vindt dat een aantal organisatoren zich niet aan de afspraken houdt. In augustus werd de Grand Prix des Amériques verreden, in Montreal. Er was overeen gekomen dat de Europese renners tijdig en vanuit hun eigen land naar Canada zouden vliegen. Bleek geen geld voor. Het hele stel moest per charter, vertrek in Parijs. Vrijdag weg, zondag fietsen aan de andere kant van de oceaan.”

Jansen hoorde in de AIGCP-bijeenkomst méér kritiek. “Sommige organisatoren kwamen niet of te laat met de financiële vergoedingen over de brug. Er werden grote prijzen beloofd. Die zijn er niet meer. Het publiek begrijpt de Wereldbeker nog niet: helpt die aparte leiderstrui wel, geven de media er wel extra aandacht aan? Is de selectie-methode wel goed? Het is toch te gek de de grote renners, de mannen die de ploegen dragen, niet worden verplicht te starten? In de finale van de Worldcup, afgelopen zaterdag, reden te veel renners met een wild-card.”

De AIGCP vraagt zich af of de wereldbeker-reeks “iets toevoegt aan de wielersport”. Daartie is een commissie in het leven geroepen. Jansen: “Neem de televisie. Er is een contract met de EBU, het spektakel is voor een goede prijs verkocht. Toch blijkt dat sommige wedstrijden niet op het scherm komen. Waarom niet? Blijkbaar heeft deze serie niet genoeg allure.”

    • Guido de Vries