"Vooral brandwonden zijn major claims'

AMSTERDAM, 29 OKT. “Het ene leven is natuurlijk meer waard dan het andere. Dat spreekt. Heb je een 43-jarige, getrouwde business operator die drie kinderen achterlaat, dan heb je multimillion dollar case. Is je slachtoffer een arme, alleenstaande soldaat zonder kinderen, dan haal je er natuurlijk veel minder uit.”

Onder de kroonluchters van een zaaltje in het Amstelhotel ontvouwt de Amerikaanse advocaat G. Lear zijn plannen voor een schadevergoedingsproces in de Verenigde Staten voor de slachtoffers van de Bijlmerramp. Lear is de "vliegramp-specialist' van de New Yorkse advocatenfirma Speiser, Krause & Madole. Sinds de oprichting, veertig jaar geleden, zit het kantoor in deluchtvaart-procesvoering. “We zijn de oudste en grootste firma van piloot-advocaten in het land”, staat in het dikke pak documentatiemateriaal dat Lear heeft meegebracht. Zelf was hij vroeger piloot. In Vietnam, bij de mariniers. “Er is wel op me geschoten maar ik ben gelukkig nooit neergestort. Ach, het gaat in je bloed zitten en dus ben ik na de oorlog maar in de branche gebleven.”

Lear is door het advocatencollectief Bijlmermeer gevraagd om een afweging te geven van de mogelijkheden om een schadevergoedingsprocedure te winnen tegen Boeing in Amerika. “We willen het proces in de Verenigde Staten laten voeren, omdat de bedragen die daar worden uitgekeerd veel hoger zijn dan een Nederlandse rechter ooit zal toewijzen”, zegt adocaat P. Radhakishun. Zijn collectief is gevestigd in de af te breken flat Geinwijk. Het grootste deel van de slachtoffers van de Bijlmerramp wordt door hen vertegenwoordigd. “We zijn geen glimmend kantoor maar de mensen kennen ons van huurzaken. Ze vertrouwen ons.”

Radhakishun vertelt hoe al vrij kort na de ramp slachtoffers werden benaderd door advocaten met voorstellen om schadevergoedingszaken aan te spannen. De dag na de begrafenisplechtigheid nam de Amerikaanse advocaat Ford zijn intrek in een Amsterdams hotel. Hij hield de slachtoffers miljoenen dollars voor, die ze zouden winnen in een door hem aan te spannnen zaak. "Ambulance chasers', worden dit soort advocaten in Amerika genoemd. Ze rijden achter de nog bloedende slachtoffers aan en moedigen hen aan hun aanrijder te vervolgen. Ze werken met het principe van "no cure no pay': als het proces verloren wordt, betaalt het slachtoffers niets. Het gage van de advocaat is dertig procent van de eventuele "opbrengst'.

Ook Lear werkt met dit systeem. “Ik ben me ervan bewust dat de mensen in de Bijlmermeer economisch niet zo'n interessante zaak zijn als wanneer er een vliegtuig vol zakenlieden zou zijn neergestort”, zegt hij. “Maar dat is voor ons geen belemmering om de zaak aan te nemen. Ik wil dat slachtoffers er het beste uithalen”.

Op alle mogelijke manieren probeert Lear een image van "ambulance jager' af te schudden. “Ik ben niet gelijk na de ramp gekomen, dat is niet mijn stijl.” In de Bijlmer is hij nog niet geweest, daar heeft hij geen tijd voor. Maar volgens hem heeft de zaak zeker kans van slagen. “Vooral brandwonden, daar kun je heel veel voor vragen. Dat zijn major claims .”

Het is nog niet zeker of het collectief Bijlmermeer de schadeclaims in de Verenigde Staten door Lear en zijn firma wil laten vertegenwoordigen. “We willen gewoon meerdere experts horen”, zegt Radhakishun. De advocaten van El Al hebben zijn clienten inmiddels een formulier gestuurd waarin ze de schade moeten opgeven. “Daarna komen ze met een schikkingsvoorstel en als je dat tekent kun je nooit meer een schadeclaim indienen. En dat is dus niet onze bedoeling”, aldus Radhakishun.

    • Marjon van Royen