Talabani: PKK heeft hopelijk les geleerd

Turkije heeft nu 20.000 man troepen in Noord-Irak om zich te beschermen tegen aanvallen door de (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK), aldus de commandant van de Turkse strijdkachten, Dogan Gures. Eerder was melding gemaakt van de aanwezigheid van 5.000 Turkse berg-commando's in Noord-Irak. Volgens de Iraakse Koerden heeft de PKK inmiddels beloofd haar kampementen in het grensgebied met Turkije te sluiten.

ARBIL, 29 OKT. De (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en de regering van het de facto onafhankelijke Koerdische Noord-Irak zijn gisteren overeengekomen dat de PKK de kampementen in het grensgebied met Turkije binnen enkele dagen verlaat. De PKK mag zich vervolgens in de provincie Sulaimaniya, aan de Iraanse grens, vestigen als zij zich onthoudt van gewapende activiteit. De twee provincies in Noord-Irak die aan Turkije grenzen, Erbil en Dohuk, zijn tot verboden gebied verklaard voor de PKK.

In een vraaggesprek in zijn huis in Arbil, de Noordiraakse stad waar het Koerdische parlement en de regering zijn gevestigd, zei Koerden-leider Jalal Talabani gisteren dat een vierkoppige PKK-delegatie onder leiding van Osman Öçalan, de broer van PKK-leider Abdullah Öçalan, inmiddels besprekingen heeft gevoerd met de Koerdische premier, Fuad Massun, en minister van binnenlandse zaken Roj Swaish. Daarbij is vastgelegd dat de PKK zich bovendien onthoudt van gewapende aanvallen vanuit Noord-Irak op Turks grondgebied, dat de organisatie zich beperkt tot positieve activiteit en dat zij zich op geen enkele manier mengt in de binnenlandse aangelegenheden van Noord-Irak.

Osman Öçalan en de drie andere afgevaardigden van het politieke en centrale comité van de PKK zijn de gasten van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), waarvan Talabani de leider is. Öçalan zocht maandag contact met de militaire commandanten van de PUK in de Hakurk-vallei, de driehoek waar Iran, Irak en Turkije aan elkaar grenzen. Begin deze maand lanceerden de Iraakse Koerden een militair offensief om de PKK uit Noord-Irak te verdrijven, van waaruit gewapende aanvallen worden uitgevoerd op Turkse grensposten en dorpen. Nadat zondag in de Hakurk-vallei, waar de belangrijkste leiders van de PKK waren gevestigd, de Iraakse Koerden en Turkse eenheden die inmiddels te hulp waren gekomen een slotoffensief hadden ingezet, liet Öçalan per walkie-talkie weten bereid te zijn de voorwaarden van de Koerden te aanvaarden.

Talabani sprak gisteren ook zelf met de PKK-delegatie, in het bijzijn van zijn militaire adviseurs. Daarin drong hij aan op een staakt-het-vuren met Ankara, om zo ruimte te creëren voor een politieke oplossing van het Koerden-vraagstuk in Turkije zelf. “Öçalan wilde op dit punt geen concessies doen voordat hij met zijn broer ruggespraak heeft gehouden”, aldus de Koerden-leider.

Talabani zei te hopen dat de PKK “een les heeft geleerd en zich van de gewapende strijd zal afkeren en zich zal toeleggen op de politieke strijd. Wij zullen de PKK dan ook niet toestaan een eigen leger te behouden”, aldus de Koerden-leider. “Wat ons voor ogen staat is dat de PKK zich op het platteland vestigt en alleen de wapens behoudt om de eigen veiligheid te garanderen.”

Talabani zei niet te weten in hoeverre Turkije zich kan verenigen met de overeenkomst die de PKK en de Iraakse Koerden hebben gesloten. De verdrijving van de Koerdische separatisten uit de grensstreek van Noord-Irak acht Turkije van levensbelang. Sinds de PKK in 1984 de guerrillastrijd voor een onafhankelijk Koerdistan in Zuidoost-Turkije lanceerde, zijn ruim vijfduizend doden gevallen. Het is dan ook vooral na pressie van Ankara dat de Iraakse Koerden de militaire operatie tegen de PKK begonnen.

De Iraakse Koerden-leider toonde zich bezorgd over de relatie met Turkije, die aanzienlijk is verslechterd sinds de Iraakse Koerden eerder deze maand te kennen gaven een federaal Koerdistan te willen stichten na de verdrijving van Saddam Hussein. Turkije is evenals de buurlanden Iran en Syrië tegen een federaal Koerdistan, omdat het wordt gezien als een eerste stap op weg naar onafhankelijkheid.

Talabani zei te vrezen dat de buurlanden zich inmiddels al aaneen hebben gesloten in wat hij een anti-Koerdisch pact noemde. De ministers van buitenlandse zaken van Syrië, Iran en Turkije - Saoedi-Arabië (als een Arabisch land dat nauwe betrekkingen onderhoudt met de VS) is eveneens uitgenodigd - komen volgende week bijeen om de ontwikkelingen met betrekking tot de Koerden in Noord-Irak te bespreken. Talabani: “Een sterke, regionale oppositie tegen de Koerden in Noord-Irak ondermijnt de stabiliteit in dit deel van het Midden-Oosten. Noord-Irak is de basis van waaruit de totale Iraakse oppositie werkt aan de omverwerping van het bewind van Saddam Hussein. Dat proces wordt gehinderd zo gauw de situatie in Noord-Irak verandert. Dat zou koren op de molen zijn voor de machthebbers in Bagdad.”