Stiekeme lessen uit Amerika

Je ziet het voor je. Vol spanning staan de campagnemedewerkers van het duo Bill Clinton en Al Gore om het faxapparaat. Het artikel uit de Nederlandse krant, waarover de ambasade in Den Haag eerder heeft gebeld, kan elk moment binnenkomen. Eindelijk. Terwijl het stuk nog uit het apparaat rolt, beginnen ze al te lezen. “Al Gore, een vrij gladde man”, merkt mrs Schimmel van Democrats Sixty Six op. “Bill Clinton, een opportunist en goedkope praatjesverkoper”, zegt MP Jan Franssen van de Peoples Party for Freedom en Democracy. “Clinton, de minste van de twee kwaden in dit oppervlakkige en geprogrammeerde circus”, laat mr. Middel van de Labour Party noteren. Geschokt wordt de fax uit Nederland in het bakje "hot stuff' gelegd.

De meeste Nederlandse politici, het is de afgelopen weken weer herhaaldelijk gebleken, hebben weinig op met de Amerikaanse manier van campagne voeren. De stereotypen waren wederom niet van de lucht. Het is glad, het is inhoudsloos, het mooie plaatje is allesbepalend. "Met het pistool op de borst ', kunnen politici die ernaar gevraagd wordt dan nog wel een keuze tussen Bush dan wel Clinton maken, maar eigenlijk vinden ze het een keuze tussen Mussert of Moskou. Dat Amerikanen in hun systeem in tegenstelling tot Nederlanders de macht direct kunnen kiezen en niet hoeven af te wachten wat een meestal schimmige en maanden durende kabinetsformatie oplevert, is slechts bijzaak. Ginds is het een circus, maar "bij ons' wordt oprechte, duidelijke politiek bedreven.

En ondertussen Amerikaniseren dezelfde critici met de dag. Want de slag om het steeds groter wordende midden wordt niet gewonnen met beginselprogramma's maar met uitstraling. Ook in Nederland gaat het meer en meer om de kop van de lijsttrekker en ook in Nederland is de "sound bite' in opmars. Het is natuurlijk "vreselijk' zoals het in de Verenigde Staten toegaat, en het "kan ook helemaal niet' maar elke zichzelf respecterende Nederlandse partijvoorlichter of campagneleider is toch weer even gaan kijken. En bleef het maar bij kijken; boordevol ideeën stappen ze het vliegtuig uit.

Stel, er zouden nu in Nederland reguliere verkiezingen worden gehouden. Waar moet het dan in vredesnaam over gaan? Dat de overheidshuishouding op orde moet zijn en dat er niet permanent geleend of afgewenteld kan worden, vindt tegenwoordig iedereen. Nu is zelfs al Groen Links bekeerd. Drie jaar geleden vonden de nazaten van CPN, PSP en PPR nog dat de minima er 15 procent bij moesten krijgen om de bezuinigingen van de kabinetten Lubbers I en II te compenseren. Maar nu zegt het partijbestuur van Groen Links in de stukken ter voorbereiding van het congres van het komend weekeinde dat een sociaal zekerheidstelsel wel betaalbaar dient te blijven. “Er is een grens aan wat we als samenleving collectief kunnen betalen en verdelen.”

Over vrede en veiligheid valt ook al nauwelijks ruzie te maken. Met Kamerbrede steun worden Nederlandse militairen over de aardbol uitgezonden om de vrede te bewaren. Als het aan de Tweede Kamer ligt, gaan er straks ook Nederlandse soldaten naar Somalië. Dat was althans de wens, zoals die twee weken geleden bij de algemene beschouwingen tot uitdrukking kwam in een met algemene stemmen aanvaarde motie. Indiener van die motie: Groen Links-fractievoorzitter Beckers.

Natuurlijk, als er ècht verkiezingen worden gehouden, zullen partijen zich ongetwijfeld wel weer iets weten te profileren. Op het moment dat de PvdA zegt dat er in de toekomst moet worden geïnvesteerd, zal het CDA roepen dat dit op een verantwoorde manier moet gebeuren, en de VVD waarschuwen dat we niet de dorpsgek van Europa moeten worden. Maar het blijft allemaal wat mager voor een flitsende verkiezingscampagne. De keuze zou wel eens minder helder kunnen zijn dan tussen Bush en Clinton.

Naarmate de verschillen minder worden, en die trend zet nog steeds door, zullen Nederlandse partijen het minder moeten hebben van programma's en meer van het imago van hun lijsttrekker. Het is geen nieuw verschijnsel, alleen heerst er nog een soort calvinistische bescheidenheid waardoor politici het maar nauwelijks willen erkennen. D66-leider Van Mierlo wees anderhalf jaar geleden in een interview op de verschuiving van programma naar personen (hij kan daar als geen ander over meepraten), maar VVD-fractievoorzitter Bolkestein achtervolgt hem tot op de dag van vandaag met die uitspraak alsof het de grofste belediging betrof. En dat terwijl Bolkestein geheel conform de stelling van Van Mierlo opereert. Niet de VVD is zozeer veranderd, maar de fractievoorzitter is zich zo heftig gaan roeren en neemt in de "slipstream' zijn partij mee.

Het gaat letterlijk om de beeldvorming. De “uitzendingen voor politieke partijen in het kader van de door de regering ter beschikking gestelde zendtijd”, zijn getransformeerd in videoclips. Als het even kan, komt er helemaal geen tekst meer aan te pas. Precies zoals in het circus Amerika. Belangrijke toespraken van Nederlandse politici zijn tegenwoordig zo geconstrueerd dat, met het oog op de kijker thuis, ergens in de tekst de boodschap in hooguit tien seconden helder en beeldend wordt samengevat. Precies zoals in het circus Amerika. De politicus die wat wil betekenen heeft een persoonlijk woordvoerder. Als vliegen cirkelen zij om hun minister of hun partijleider heen, want de beeldvorming moet bewaakt worden. Hun neventaak is het "duiden' van de informatiestroom: journalisten overtuigen dat het glas niet half leeg is, maar half vol. Precies zoals in het circus Amerika. De foto van de lijsttrekker die op het verkiezingsaffiche komt wordt zorgvuldig getest bij vrouwen. Precies zoals in het circus Amerika.

Met een betere wereld waar het partijprogramma over spreekt, hebben dergelijke technieken weinig te maken. Maar het programma is vooral voor intern gebruik. Als produkten (lees programma's) bovendien ongeveer allemaal gelijk zijn komt het nog meer aan op de verpakking, om zoveel mogelijk klanten (lees kiezers) te trekken. Verkiezingscampagnes zullen daardoor gladder en oppervlakkiger verlopen. In Amerika weten ze dat. Hier willen we het niet weten.