Scherpe kritiek op hulpoperaties van de VN in Somalië

DEN HAAG, 29 OKT. In Somalië zijn honger en anarchie in hoge mate verergerd door het gebrekkige optreden van de hulporganisaties van de Verenigde Naties.

De situatie dreigt nu verder te verslechteren door het vertrek van een cruciale figuur bij de VN-hulpoperaties, de Algerijn Mohamed Sahnoun. Dit zegt Rakiyaa Omaar, directeur van het in Londen gevestigde instituut Africa Watch. Zij pleit voor een grondig onderzoek op hoog niveau naar de nalatigheden van de VN.

Sahnoun kreeg onlangs kritiek te verduren van de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros Ghali, en bood daarop zijn ontslag aan. Omaar, die zelf Somalische is en Nederland bezocht voor overleg met Kamerleden en de hulporganisatie NOVIB, vreest dat Sahnoun zich onbemind heeft gemaakt door zijn recente openhartige kritiek op de VN-inspanningen tot dan toe. “Het zou een ramp zijn als Sahnoun vertrok”, meent Omaar. “Die was er juist in geslaagd de zwaar geschonden geloofwaardigheid van de VN weer wat te herstellen. Aan ja-knikkers heb je nu niets in Somalië, die kunnen de problemen niet aan”, zegt zij.

Omaar herinnert eraan dat de VN al in januari 1991, toen de gevechten in Somalië escaleerden, zich geheel terugtrokken uit het land. Pas een jaar later waren ze terug. Terwijl de toestand in hoog tempo bleef verslechteren bleef het optreden van de VN ook nadien aarzelend. De VN-organisatie voor ontwikkeling, UNDP, hield een hulpprogramma ter waarde van 56 miljoen dollar maanden op omdat ze geen handtekening kon krijgen van een bepaalde Somalische functionaris. Het World Food Programme kwam pas in november 1991 met een eerste serieuze taxatie van de voedselnoden van Somalië, toen in dat land massale hongersnood al niet meer was te vermijden.

Juist door het uitblijven van hulp op grote schaal verviel Somalië steeds meer in een staat van anarchie doordat er alom gevechten uitbraken om het weinige beschikbare voedsel. “Somalië is daardoor in een vicieuze cirkel terechtgekomen”, zegt Omaar. Er wordt nu in het Westen dikwijls ten onrechte geschermd met het argument dat meer voedselhulp geen zin heeft omdat die toch maar in handen valt van roofzuchtige Somalische krijgsheren. “Ook al valt die hulp in handen van krijgsheren en verkopen die wat ze bemachtigen, het gaat erom dat er weer voedsel in dat land komt. Als er meer voedsel op de markt komt, dalen de prijzen en zullen er hoe dan ook minder mensen sterven.”

De povere prestaties van de VN-organisaties vormen een scherp contrast met die van enkele niet-gouvernementele hulporganisaties. Vooral het Internationale Rode Kruis krijgt alle lof van Omaar. “Wat het Internationale Rode Kruis nu doet is uniek. Niet alleen is het steeds in Somalië gebleven, het besteedt ook maar liefst de helft van zijn wereldwijde begroting aan Somalië en het betoont zich zeer flexibel. Voor het eerst heeft het eigen gewapende bewakers aangesteld en ook is het zeer inventief bij de distributie van de hulp. Zelden hebben zovelen zoveel te danken gehad aan één organisatie.”

Behalve voedselhulp heeft Somalië ook zeer dringend behoefte aan medicijnen. Meer dan de helft van de slachtoffers overlijden doordat ze aan besmettelijke ziekten lijden. Vooral in de onhygiënische vluchtelingenkampen hebben de ziekten vrij spel.

    • Floris van Straaten