Positie Tate en Sandberg bij Rotterdams orkest wankelt

ROTTERDAM, 29 OKT. Het bestuur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest beraadt zich vandaag op de positie van algemeen directeur Wendela Sandberg, nadat een groot deel van het orkest het vertrouwen in haar heeft opgezegd. Ook het functioneren van chef-dirigent Jeffrey Tate staat ter discussie, nu zowel de omstreden directeur Sandberg als orkestleden bezwaren hebben tegen de manier waarop hij zijn taak opvat. In een interview in Vrij Nederland zei Tate vorige week niet te delen in de ambitie van het Rotterdams Philharmonisch Orkest om uit te groeien tot een internationaal toporkest.

De bezwaren tegen Sandberg (32), die op 1 november 1990 bij het orkest aantrad, zijn deels gebaseerd op haar als te kordaat en eigenzinnig ondervonden persoonlijk optreden en deels op organisatorische problemen bij een inmiddels afgelaste tournee van het orkest naar Zuid-Amerika. In het Algemeen Dagblad van vandaag gaf Sandberg de problemen volmondig toe en zei daarover te willen praten met het bestuur. Vanmorgen was zij tijdens dat overleg onbereikbaar, wel werd vandaag nog een bestuursbeslissing verwacht.

De Engelse chef-dirigent Tate, die pas september vorig jaar aantrad als opvolger van James Conlon, en een vijfjaarscontract heeft, is bereid voortijdig op te stappen als het niet komt tot een gelukkige samenwerking met het Rotterdamse orkest. In VN kwalificeerde hij zijn verbintenis met het symfonieorkest, de eerste in zijn carrière, als een experiment dat tijd nodig heeft.

Ook met het Rotterdamse publiek had Tate totnutoe een weinig gelukkige relatie. De programmering van een aantal van zijn concerten met niet al te populair werk uit deze eeuw wordt hem door de bezoekers van De Doelen niet in dank afgenomen. Gastdirigenten als Valeri Gergjev, Claus Peter Flor, Mstislav Rostropowitsj en Bernard Haitink maakten in Rotterdam een furore die nimmer was weggelegd voor de eigen chef-dirigent.