Porsche lijdt verlies van ruim 65 miljoen mark

STUTTGART, 29 OKT. De Duitse sportwagenfabrikant Porsche heeft in het eind juli afgesloten boekjaar 1991/92 een verlies geleden van 65,8 miljoen mark, zo is gisteren in Stuttgart bekendgemaakt. In het boekjaar ervoor was nog sprake van een winst van 17,1 miljoen mark. Porsche zag zijn omzet verminderen van 3,1 miljard tot 2,7 miljard mark.

De autoproducent heeft tot aan het afgelopen boekjaar nooit verlies geleden. De sinds begin dit jaar gespannen economische situatie en de duidelijk achteruitgaande verkoop op de grote afzetmarkten zijn ook aan Porsche niet geruisloos voorbij gegaan, zo heeft het concern in een verklaring laten weten.

De autoverkoop kwam in 1991/92 uit op 23.060 stuks. In het boekjaar ervoor verkocht Porsche nog 26.486 wagens. In eigen land nam de verkoop met 9,2 procent toe, maar in het buitenland ging de verkoop met 26 procent achteruit.

Al eerder heeft de autofabrikant laten weten in de periode tot halverwege volgend jaar het aantal arbeidsplaatsen met 1850 te zullen verminderen. Op het oegnblik werken bij Porsche bijna 8000 mensen. Gezien de weinig rooskleurige situatie op de wereldautomarkt denkt de onderneming in het lopende boekjaar aan werktijdverkorting gedurende zestig dagen.

Een woordvoerder van de onderneming verklaarde dat het verlies ook moet worden gezien in het licht van de grote kosten die zijn gemoeid met de verkleining van de personeelssterkte. Tot nu toe hebben ongeveer 700 werknemers gebruik gemaakt van een regeling voor vrijwillig vertrek. Ook maatregelen ter ondersteuning van de verkoop vergden hoge kosten.

De families Porsche en Piech, eigenaars van de sportwagenproducent, hebben gisteren nog eens nadrukkelijk laten weten dat er aan de huidige eigendomsverhoudingen niet zal worden getornd, “ook niet in de huidige moeilijke situatie”. Eerder deze week meldde het Duitse economische blad Capital dat Volkswagen Porsche zou inlijven. De toekomstige VW-topman Piech zou Porsche willen meenemen in zijn nieuwe functie. Deze berichtgeving werd ten stelligste tegengesproken.