Onrust op scholen na rapport over onderwijs allochtonen

GRONINGEN, 29 OKT. “Het is vreemd, maar eigenlijk kwamen we pas dit jaar tot de ontdekking dat de kinderen die voor onze school het meeste geld binnenbrachten, niet de meeste aandacht kregen.” J. Suilen, directielid van de openbare Montessori-basisschool in Groningen berekent ieder jaar voor haar school de "score' van de leerlingen. Ze categoriseert de leerlingen volgens de regels van het ministerie van onderwijs en bepaalt zo of het kind voor 1 telt, of dat er omstandigheden zijn waardoor het voor 1,25, 1,4, 1,7 of 1,9 meetelt.

De telling op 1 oktober leverde de school, waar 312 kinderen op zitten, "gewogen' 353,7 leerlingen op - “Net één te weinig voor een extra onderwijzer”, rekent Suilen voor. Het extra geld dat de school via deze regeling krijgt, hoort te worden omgezet in aandacht voor leerlingen met een achterstand. De meeste scholen gebruiken het echter voor het aantrekken van meer onderwijzers om de klassen te verkleinen. Zo komt het geld voor kinderen met een achterstand ten goede aan alle kinderen - en aan de onderwijzers.

De praktijk op de school van Suilen verschilt dus niet met die van andere scholen. Het heeft de commissie-Van Kemenade, die eergisteren een rapport over onderwijs aan allochtonen uitbracht, doen concluderen dat het wegingssysteem moet worden vervangen door een nieuw systeem. Tachtig procent van alle basisscholen maakt gebruik van gelden uit deze regeling, aldus Van Kemenade maandag bij de presentatie van zijn rapport. Dat zijn er te veel, vindt hij, en daardoor raakt het achterstandsbeleid versnipperd. Vooral de categorie leerlingen die voor 1,25 telt ("arbeiderskinderen') dient tegen het licht te worden gehouden.

De Montessorischool in Groningen telt 66 leerlingen uit die categorie. “Vaak hebben die kinderen helemaal geen achterstand, hoor”, geeft Suilen toe. Het zijn veelal kinderen die bij hun gescheiden moeder wonen die van een uitkering leeft. Als die moeder een hogere opleiding heeft is er geen sprake van achterstand, maar het geld dat deze leerlingen opleveren wil de Montessorischool graag hebben. “Alle scholen proberen zoveel mogelijk formatieplaatsen te krijgen.”

Daarbij vergeten ze nogal eens voor wie het geld eigenlijk is bestemd. De Groningse Montessorischool heeft enkele Vietnamese leerlingen die voor 1,9 tellen. “In veel vakken komen die prima mee. Ze hebben vaak een taalachterstand en tot voor kort letten wij daar niet speciaal op. Zo kregen die kinderen niet de extra aandacht waar ze gezien hun "gewicht' wel recht op hadden. Onze remedial teacher, die kinderen met leerproblemen begeleidt, haalde de Vietnamezen niet uit de groep. Zij werkt vooral met kinderen met gedragsstoornissen. Pas dit jaar is ze ook aandacht aan taalachterstand gaan schenken.”

De aanbevelingen van de commissie-Van Kemenade hebben veel lof gekregen, maar ook voor onrust gezorgd op scholen en in de onderwijsvakorganisaties. De grootste onderwijsbond, ABOP, wijst er op dat verandering van het weegsysteem zal leiden tot grotere groepen. “En Nederland heeft al zulke grote klassen, vergeleken met de omringende landen”, aldus ABOP-bestuurslid J. Lakmaker. Zij maakt zich ook zorgen over de gevolgen voor de werkgelegenheid. Naar schatting van de bond zal de verandering van het weegsysteem de banen van 7,5 procent van de leerkrachten in het basisonderwijs in gevaar brengen.

De besturenraad van het protestants-christelijk onderwijs voorziet grote onrust, vooral omdat er al zo veel bestuurlijke veranderingen in de basisscholen moeten worden doorgevoerd. Drs. J. de Haan, die zich bezighoudt met het primair onderwijs, spreekt “met regelmaat ongeruste schoolbesturen toe”.

De "liever niet' met naam genoemde directeur van een protestants-christelijke basisschool in Friesland heeft met scepsis leren kijken naar maatregelen die in Den Haag worden genomen. “Wij denken meestal: welke bezuiniging zit hier achter?” Zijn school telt 116 leerlingen, van wie er 78 in de categorie 1,25 vallen. Zeventien leerlingen komen uit het buitenland en tellen voor 1,9, twee leerlingen komen uit het woonwagenkamp in de buurt en 19 leerlingen tellen elk "gewoon' voor 1.

Hij geeft toe dat het geld op oneigenlijke gronden de school binnenkomt. Maar als hij een leerkracht zou kwijtraken van de vijf die hij nu heeft, zit er niets anders op dan de klassen te vergroten. “Dat gaat vooral ten koste van de zwakke leerlingen. Daarmee verschuif je de problemen.”