Kattebakkorrel

Het oktobernummer van "Koopkracht' behandelt een onderwerp dat tot dusver niet de aandacht kreeg die het verdient: de kattebakkorrel. De kattebakkorrel en het huisdierstrooisel. De katloze consument stuit er op informatie die hem tot dusver was ontgaan.

Om te beginnen de constatering dat de handel in kattebakkorrels een miljoenen-business is geworden. Een verkenning uit 1991 van de Dibevo-branche (dierenbenodigdheden en -voeders) schat dat in Nederland nu ongeveer twee miljoen katten zijn en dat daarvoor jaarlijks 90 miljoen kilo korrels worden gekocht. Per kat wordt per week één kilo korrel verstrekt, daar komt dat ongeveer op neer. 's Winters wat meer dan 's zomers, zegt de firma Hudivo in Hoofddorp, want in het midden van het jaar is er een geheimzinnige dip in de verkoop.

De bulk van de korrels bestaat nog steeds uit natuurlijke kleiën: bentoniet, sepioliet en attapulgiet. Bentoniet (waarin men de naam Bentheim herkent) wordt voornamelijk per schip uit de VS aangevoerd. Sepioliet (meerschuim) en attapulgiet komen in de eerste plaats uit Senegal. Daarnaast worden Spanje en Oost-Europa opgegeven.

Het zijn stuk voor stuk kleiën die zich onderscheiden in vochtabsorptie en zwelvermogen. De voornaamste industriële toepassingen vinden we, denkt de Rijks Geologische Dienst, in de olie-industrie die de kleisoorten gebruikt om boorgaten af te dichten en om de zogeheten "boorspoeling' (driling mud) het juiste soortelijk gewicht te geven. Bulktransport van de kleiën bestond dus al, maar tegenwoordig varen er extra schepen voor de kat.

Dat energieverslindende transport over grote afstand en het inzicht dat de korrels landschapvernietigend in dagbouw worden gewonnen heeft Koopkracht doen besluiten het materiaal als milieu-onvriendelijk af te wijzen. Het feit dat bentoniet soms onder laboratorium-omstandigheden (althans die van Chemielinco in Utrecht) zware metalen van het soort arseen en nikkel losliet sterkte ze in het ongunstige oordeel.

Er komt nog bij dat de meeste gemeenten niet toestaan dat de minerale korrels worden gemengd met het "gft': het groente-, fruit- en tuinafval waarvoor allerwegen biobakken en groencontainers zijn uitgereikt. Veel kwaad kan de natuurlijke klei natuurlijk niet, maar de zichtbare aanwezigheid van de korrels in de compost die uit het gft geproduceerd wordt zou de afzet ervan bemoeilijken. Voor bentoniet geldt dat minder: dat verliest in vochtig milieu zijn korrelstructuur. Er zou al veel gewonnen zijn, denkt Koopkracht, als de Dibevo-branche voortaan zou aangeven uit welke kleisoort de korrel bestaat, en welke stoffen bovendien zijn toegevoegd, want er zijn ellendelingen die er antistuifmiddelen en geurstoffen bijdoen.

Intuïtief voelde Koopkracht zich meer aangetrokken tot de moderne kattebakkorrel die uit stro, houtafval en oudpapier wordt gemaakt. Dat zijn hernieuwbare grondstoffen die in de onmiddellijke omgeving van de kattebak vrijkomen. Omdat niet viel uit te sluiten dat voor de korrels geconserveerd hout gebruikt wordt, en omdat ook oudpapier inkt en dergelijke ongewenste bestanddelen kan bevatten, heeft de organisatie de milieu-vriendelijke status van het nieuwe aanbod laten onderzoeken. (Daarbij werd ook "strooisel' onderzocht dat voor katten minder geschikt lijkt omdat ze het aan de vacht mee het bed inslepen.) Het goede nieuws is dat vrijwel geen milieubedreigende additieven en contaminanten zijn aangetroffen. Omdat het onder het ministerie van VROM resorterende "GFT-informatiepunt' voor het KK-onderzoek nog niet overtuigd was van de onschadelijkheid, werd gemeenten tot voor kort ook afgeraden organische korrels toe te laten. Binnenkort komer er nieuwe richtlijnen.

Afbreekbare kattebak-korrels worden voorlopig nog voornamelijk in dierenzaken verkocht. Het levensmiddelenkanaal moet nog even wennen, Albert Heijn zou de knoop al hebben doorgehakt.

    • Karel Knip